Betuwelijn-debat kent drie echte taboes

DEN HAAG, 20 JUNI. Twaalf uur duurde gisteren het debat over de Betuwelijn, maar over meer dan details uit het tracé ging het niet. Het Pannerdensch Kanaal, Tiel, Schelluinen, Meeteren: het zijn nog hete hangijzers, maar ze zullen er niet toe leiden dat de aanleg van de goederenspoorlijn in het parlementaire debat strandt. Volgende week volgt weliswaar nog een plenair debat, maar tegenstanders zijn - in de Tweede Kamer - inmiddels dun gezaaid.

Alle in de loop der jaren geopperde bezwaren die op de héle goederenspoorlijn betrekking hebben, zijn van de politieke agenda verdwenen. De bedrijfseconomische rentabiliteit is weggedefinieerd door het aanleggen van de spoorlijn tot 'strategische beslissing' te bombarderen, waarbij eventueel verlies dus op de koop toe wordt genomen. De discussie over de macro-economische rentabiliteit is gedegradeerd tot academisch gekibbel tussen economen.

Toch kent het debat over de Betuwelijn vandaag de dag drie echte taboes, onderwerpen waarover politici zwijgen of slechts omfloerst spreken. Het eerste daarvan is de Noordtak, de verbinding tussen de Betuwelijn en Twente. De vorige minister van verkeer en waterstaat, Maij-Weggen, heeft zich in een overeenkomst met Duitsland verplicht ervoor te zorgen dat een aanzienlijk deel van het goederenvervoer per spoor in de eerste decennia van de volgende eeuw niet bij Emmerich, maar bij Bentheim Duitsland binnenkomt. En zo kwam bij het Kamerdebat van november 1993 de Noordtak als een duveltje uit een doosje: een nieuwe spoorlijn van Elst naar Oldenzaal.

Inmiddels wordt druk gestudeerd waar deze spoorlijn precies kan worden neergelegd. Want hoewel het formeel niet is uitgesloten dat het verkeer via Twente over bestaand spoor zal worden afgewikkeld, wordt dat wel steeds onwaarschijnlijker. Minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) noemde het gisteren onvoorstelbaar dat er meer goederen over het huidige spoor naar het noorden gaan. Ook als er geen aparte Noordtak komt, zijn veel omleidingen nodig, beklemtoonde Jorritsma, omdat het bestaande spoor dwars door steden en dorpen gaat.

Niet bekend

Het tweede taboe betreft de private financiering. De vorige minister van verkeer en waterstaat zei nog dat er geen spa de grond in zou gaan voordat de private financiering rond is. Inmiddels is wel duidelijk dat banken er niets voor voelen tegen voor de overheid aanvaardbare voorwaarden anderhalf miljard gulden in de Betuwelijn te steken. Het kabinet besloot dan ook in april om het werven van een financier uit te stellen totdat de spoorlijn bijna klaar is. Echter, mocht het niet lukken een partij geïnteresseerd te krijgen, dan draait de overheid alsnog op voor die anderhalf miljard. Een weg terug is er op dat moment niet meer.

Omdat banken en andere financiële instellingen kennelijk weinig interesse tonen, probeert het ministerie nu 'strategische investeerders' uit de transportsector te interesseren. Voor hen zou investeren in de Betuwelijn een waarde kunnen hebben die uitstijgt boven een puur financieel rendement, aldus het departement. Het is echter vooralsnog onduidelijk wat voor constructie de minister hier voor ogen staat. Immers, een transportonderneming die voordeel wil halen uit een combinatie van vervoer over en beheer van een spoorlijn, dat staat op gespannen voet met het Europees recht, zoals het Kamerlid Leers (CDA) gisteren terecht opmerkte.

Het derde taboe is het zogeheten flankerend beleid. Door de commissie-Hermans zwaar beklemtoond om de unanimiteit binnen de commissie te handhaven, door minister De Boer (VROM) toegejuicht bij de presentatie van het rapport van de commissie, maar vervolgens door kabinet en coalitiefracties met een dikke laag wol bekleed: vrachtvervoer over de weg duurder of lastiger maken is slechts in Europees verband bespreekbaar, waardoor het onderwerp binnen de Nederlandse politiek als potentiële splijtzwam onschadelijk is gemaakt.

Kortom, van al degenen die zich de afgelopen jaren op enigerlei wijze hebben verzet tegen de Betuwelijn, hebben allen die dat op basis van algemene argumenten deden, bakzeil gehaald. Alleen degenen die zich verzetten tegen bepaalde uitvoeringen van het tracé, onder het motto 'not in my back yard', hebben voor miljarden aan concessies weten af te dwingen. De NIMBY's hebben gewonnen.