Zwitsers moeten hard lachen

In de Alpen is heel wat afgelachen om onze politici. Dat de burgers hun hoge heren regelmatig een poepje laten ruiken, daar weten ze in de kantons over mee te praten. Maar dat de domme Hollandse regenten zo gekrenkt waren door de uitslag dat ze de schuld aan de burgers gaven, daar zijn ze in Zwitserland nog niet over uitgeschaterd. De Neue Zürcher Zeitung, niet bepaald het lolligste dagblad van Europa, wijdde er een vrolijk hoofdartikel aan, en concludeerde dat de Hollandse politici nog een paar lessen in democratie moesten doornemen. Wie denkt niet aan Bertolt Brechts hatelijke uitspraak, dat als het volk tegen de politici stemt, de oplossing is om maar nieuwe burgers te kiezen.

Deze keer hebben de Zwitsers gelijk, als ze even op ons neerkijken. Sommige Nederlandse politici moeten inderdaad nog leren hoe een democratie werkt. Heel praktisch betekent dat ook dat de gemeente Rotterdam nooit meer met belastinggeld een volle pagina mag kopen in het Rotterdams Dagblad de burgers uit te leggen wat ze moeten stemmen. Een eerlijk referendum vereist dat belastinggeld uitsluitend mag helpen om de opkomst aan te moedigen, maar beslist niet om de voorkeur van de zittende regenten uit te venten. Ik hoop dat de accountantsdienst van Rotterdam deze additionele post op de gemeente-begroting voor misplaatste propaganda zal afkeuren. De gemeenteraad hoeft daar trouwens niet op te wachten, en kan beter de eer aan zichzelf houden en de kosten omslaan over de raadsleden (uiteraard minus de twee leden van de Stadspartij). Op de totale gemeente-begroting is een paar ton geen enorm bedrag, maar hier is de zorgvuldigheid van het openbare bestuur in het geding.

De Zwitsers kunen tevreden zijn met hun cultuur van referenda. Vergelijk de viertalige Alpenrepubliek met tweetalig België, en bedenk waarom de kantons in Zwitserland zoveel harmonieuzer samenwerken dan de Belgische regio's. Heeft dat niet te maken met het feit dat de centrale regering in Bern zoveel minder zwaar drukt op het land dan de bureaucratie in Brussel? In Bern huist bijna de complete regering in één groot gebouw en gaan ministers met de tram naar hun werk. De Zwitserse kantons heffen hun eigen inkomstenbelasting en de tariefdruk is in sommige kantons wel twee keer zo hoog als elders. Toch verhuizen niet alle Zwitsers naar Zug; integendeel, de diversiteit in de belastingen helpt bij het handhaven van de harmonie.

Een sterke lokale democratie heeft drie grote voordelen: het bestuur kan beter aansluiten bij de voorkeuren van de burgers, concurrentie tussen de kantons biedt ruimte om te leren van experimenten met sociale vernieuweing, èn de centrale regering kan niet zo gemakkelijk al maar zwaardere belastingen heffen. België daarentegen kampt met een constitutie in Napoleontische stijl die veel meer macht in de hoofdstad legt. Het land worstelt met een zware staatsschuld (de hoogste in de Europese Unie), die vooral oploopt door tekorten in het Frans sprekende Wallonië, maar waarvoor het rijkere Vlaanderen de rente moet opbrengen.

Zo'n snelle vergelijking tussen Zwitserland en België betreft slechts twee landen, maar breder economisch onderzoek bevestigt dat staten met een krachtige lokale democratie minder moeite hebben om de centrale overheid in toom te houden. Politici willen altijd meer macht, en de constitutie moet daaraan tegenwicht bieden voor zover meer macht betekent dat de belastingdruk al maar omhoog gaat. Referenda zijn daarbij een probaat middel om de balans tussen zuchtende burgers en machtsbeluste politici te herstellen.

Dáár ging het natuurlijk ook om in Amsterdam en Rotterdam. Zoals een Rotterdamse burger boos zei tegen de onfortuinlijke wethouder Kombrink: met al die tienduizenden ambtenaren kunnen jullie nog niet eens de straat schoon en veilig houden, waarom moeten wij dan honderd miljoen betalen omdat jullie zonodig het bestuur willen opschudden? Zo is het precies: er is niets in de wet wat de gemeentereiniging of de politie belemmert om dichter bij de burgers te werken aan veiliger en schoner straten. Wetgeving kan nodig zijn om het omgekeerde probleem op te lossen, namelijk zelfstandige eenheden geforceerd te laten opgaan in een groter geheel, maar het kan niet zo zijn, dat wetgeving vereist is om het management van gemeentereiniging of gemeentepolitie uit de zelfgebouwde hoge toren te halen.

Korpschef Hessing sprak onlangs in het Algemeen Dagblad lovend over het Japanse politie-model met tientallen kleine vierentwintig-uurs posten in de wijken. In NRC Handelsblad heb ik dat ook al sinds 1986 bepleit. Er is nog maar één reden waarom de politie in Rotterdam niet zo kan werken: de politievakbond die het achtploegenstelsel, het moederrooster en de rigide bureaucratie niet wil aanpassen. Daarom zit nu de politiek gevangen. De burgers zijn zó boos over de schandelijke kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening, dat ze de bestuurders niet het krediet willen geven om de bestuursvorm te veranderen. De bestuurders op hun buurt beweren wel dat bij een andere bestuursvorm de kwaliteit van die dienstverlening kan toenemen met meer politie in de wijken en langere openingstijden van de loketten op het raadhuis, maar dat zou allemaal nu ook al kunnen, wanneer de politici eindelijk vaststelden wat de zuivere rol is van AbvaKabo en politiebonden.

Vakbonden hebben alle recht om op te komen voor de lonen van hun leden en zijn zelfs essentieel om individuele leden te beschermen tegen willekeur van de werkgever. Maar als vakbonden gaan uitmaken hoe de organisatie van het bedrijf er uit moet zien, gaat dat ten koste van de kwaliteit. De klant is koning. Dat is altijd lastig, want de klant is nooit tevreden. In het bedrijfsleven gaat noodgedwongen de kwaliteit gestaag omhoog, niet omdat het zo gemakkelijk is, maar omdat de bakker, de groenteboer, het reisbureau, de autofabrikant, en tegenwoordig zelfs de telefoondienst, wel moeten. Bij de overheid zijn de vakbonden veel sterker en ligt alles heel 'gevoelig'. Dus stagneert de kwaliteit. De boze burgers van Amsterdam en Rotterdam grepen de referenda aan om daarover hun woede te laten blijken.

Als nu de burgemeesters Patijn en Peper de gemeente-bureaucratie aanpakken, de politie met een normaal vijfploegenstelsel in de wijken vestigen, en de sociale dienst voorzien van attent personeel, gekoppelde computers, langere openingstijden en management dat even correct is tegen fraudeurs als bij Centraal Beheer, pas dán en niet eerder bouwen ze het verloren respect weer op. En wie weet, misschien geven wij hen de volgende keer wèl krediet om een duur, nieuw stokpaard te berijden en de vorm van het openbaar bestuur te veranderen.