Wind vertraagt inpakken van Rijksdag; Christo en de Reichstag

BERLIJN, 19 JUNI. Een geweldige publiciteitsgolf deinde de afgelopen weken in Duitsland hoger en hoger naarmate het kunstenaarsechtpaar Christo en Jeanne-Claude Javacheff dichterbij het omhullen van de Rijksdag kwam. Vrijdag en zaterdag had elke Duitse krant er wel berichten en/of beschouwingen over. De Berlijnse kranten spanden natuurlijk de kroon met interviews, foto's, tekeningen, artistieke en financiële details, biografische inlichtingen over het duo, de historische storm rondom het honderd jaar oude parlementsgebouw, de zo taaie 24-jarige strijd van de Christo's om de instemming van de Bondsdag voor de 'wrapping of the Reichstag'. Wie die bladen bekijkt krijgt opnieuw groot respect voor de geweldige regie van de Christo-organisatie.

Het compleetst was de plaatselijke Tagesspiegel wellicht, die behalve veel informatie en een paginagroot gesprek met de Christo's ook over twee pagina's een reproduktie van hun originele werktekening van de verhulde Rijksdag bracht. Mét het aanbod die woensdagmorgen te 05.00 uur tijdens een 'signeer-uur' door de kunstenaars te laten tekenen. Eén opmerkelijke kant van het interview was dat Christo en zijn vrouw steeds alle twee een antwoord op de vragen gaven, wat aansloot op Jeanne-Claude's stelling dat zij gaandeweg elk ook in artistiek opzicht een even belangrijke rol zijn gaan spelen: ja, zelfs een twee-eenheid zijn geworden. Reden waarom de Frankfurter Allgemeine er vorige vrijdag al spottend voor pleitte voortaan over Christo en Christa te spreken.

Het was na al die publiciteit niet gek dat de tienduizenden Berlijners die zaterdag en zondag kwamen kijken een tikje teleurgesteld waren omdat er nog zo weinig 'te zien' was. Hoewel, ze hadden beter kunnen weten. Geheel volgens plan namelijk waren, nadat het aanvoertransport van 61,5 ton zilverig grijze, met aluminium 'aangedampte' polypropyleen-stof uit een vroegere Sovjetkazerne in Brandenburg vrijdag perfect was gelukt, zaterdag eerst de twee binnenhoven voor omhulling aan bod gekomen. Zondag werd met de buitenkant van Paul Wallots Rijksdag begonnen, maar dat werk moest al snel worden onderbroken wegens de zware wind. De Christo's, die elke fase van het proces nauwgezet zelf begeleiden, hebben op zulke tegenvallers in hun tijdschema gerekend en blijven er bij dat de omhulling op 23 juni klaar is en daarna twee weken in volle glorie kan worden bezichtigd.

Nu waren die nieuwsgierige Berlijners afgelopen weekeinde dus uitgeleverd aan iets wat zij graag doen: met elkaar debatteren, in dit geval over het voor en tegen van het project. Wie enigszins geoefende oren en ogen heeft kon Berlijners, Oost- en West-Duitsers in deze geïmproviseerde debatjes makkelijk onderscheiden. Veel aandacht kreeg een tamelijk artistiek ogende en welbespraakte Berlijner die met gouden letters op zijn zwarte trui had gespoten: “Dit is géén kunstwerk”.

Dat de uitvoering van Christo's project uitgerekend op 17 juni, de dag van de arbeidersopstand in Oost-Berlijn in 1953 (waarbij doden vielen), moest beginnen was voor anderen reden om bezwaar te maken. Zij hadden daarom een Russische tank voor de Rijksdag in een spontane actie omhuld. Geklaagd werd tevens over de geringe aandacht die het Berlijnse stadbestuur geeft aan een monumentje dat aan de achterzijde van de Rijksdag de slachtoffers herdenkt die tussen 1961 en 1989 tijdens vluchtpogingen uit de DDR zijn gevallen.

Veel aandacht was er ook voor sommige aspecten van de financieringstechniek, die immers alles wat met de ontstaansgeschiedenis, voorbereiding en uitvoering van de Christo-projecten te maken heeft 'vermarkt' en verkoopt. Zoals bleek, even verderop, op kraampjes op de middenstrook van de statig-brede boulevard Unter den Linden, waar een groot aanbod aan T-shirts, posters, foto's, reprodukties van werktekeningen, ansichtkaarten, boeken etcetera voor fikse prijzen uitgestald ligt.

Aandacht bij het vaak kritische maar ook nieuwsgierig publiek hadden tevens berichten in Berlijnse kranten getrokken waarin werd geschreven over wat er op dit gebied voor de zeer koopkrachtigen in enkele plaatselijke galerieën te krijgen valt. Bij voorbeeld 'werkcollages' en oorspronkelijke werkschetsen (bij de galerie Pels-Leusden aan de Fasanenstrasse) vanaf 55.000 mark. Of de schoenen die Jeanne-Claude droeg tijdens omhullingswerk in Parijs (65.000) en de canapé waarop het echtpaar toendertijd heeft gezeten (90.000). Danwel, aan de Mommsenstrasse bij de galerie Franck & Schulte, een origineel, uit Amerika overgevlogen deel van het in 1965 gemaakte 'Yellow Storefront' (750.000 mark). Bij Galerie Richter aan de Kuhdamm ligt het accent bij lager geprijsde zaken. Daar valt beneden duizend mark best wat te kopen, al moet een originele tekening van de omhulling van het gebouw van Christo ook deze keer weer steunende opinieweekblad Die Zeit (1977) er wel 16.000 mark opbrengen. Zulke bedragen, en de drukte op Unter den Linden, maken duidelijk hoe de 'altijd bijna failliete' Christo's toch steeds weer zelfs hun kolossaalste projecten weten te financieren.