Stockhausen lacht, tsjirpt, dreunt en telt in Weltraum

Concert: Weltraum, elektronische muziek uit de opera Freitag van Karlheinz Stockhausen. Gehoord: 18/6, Planetarium Artis Amsterdam.

In het universum van Karlheinz Stockhausen wordt gelachen, er wonen krekels, er reizen geluiden van de ene ster naar de andere en er wordt geteld, tot dertien om precies te zijn. Dat was gisteravond in het Planetarium van Artis te horen in wat officieel gold als de wereldpremière van Weltraum, twee uur en eenentwintig minuten elektronische klanken uit de opera Freitag aus Licht. Zaterdagavond had, wegens de grote publieke belangstelling, al een voorpremière plaatsgevonden.

Tussen het zesde Klavierstück, waarmee vrijdag in de Beurs van Berlage het retrospectief begon over de componist die meer dan wie ook gezicht gaf aan het naoorlogse componeren, en Weltraum zit veertig jaar muziekgeschiedenis. En dat is te horen. Van de strenge, wilde en kort aangebonden pianotonen is niets meer over. Het traditionele concert, met een publiek dat keurig in rijtjes en bij gedempt licht zit te luisteren naar elkaar opvolgende composities, is opgeheven.

Het Planetarium van Artis is door zijn koepelvorm waarop de sterrenhemel is geprojecteerd de ideale zaal voor Weltraum. Onzichtbaar voor de luisteraar zijn achter die koepel acht luidsprekers aangebracht, waaruit de elektronische geluiden opklinken. Stockhausen weet daarmee de indruk te wekken dat geluid, dat wil zeggen de geluidsbron, zich met grote snelheid kan verplaatsen. Hij kan een scherp piepje eindeloos laten rondtollen of in de verte laten oplossen.

Het leidt tot een compositie die nauwelijks te beschrijven is: bijna tweeëneenhalf uur onderdompeling in een elektronisch geluidsbad - met een mogelijke pauze na 66 minuut (toen Strawinsky de nauwkeurige aanwijzingen in een partituur van Stockhausen zag, zei hij al: 'A German professor'). Stockhausen heeft een eindeloze reeks geluiden gefabriceerd, van iets krekeligs tot ijle belletjes, van donkere dreunen tot midwinterhoorn-achtige fluittonen, van slowmotion klanken tot strakke ritmische slagen.

De menselijke stem wordt - geheel vervormd - sporadisch gebruikt, vooral naar het einde toe. Er wordt gelachen, er klinken keelgeluiden die wel wat lijken op die van Tuvaanse boventoonzangers en aan het eind wordt er geteld. Vooral dat laatste maakte op mij een wat pathetische indruk. En dat het bij dertien ophield, zal ongetwijfeld iets betekenen, maar ik zou niet weten wat.

Toch is de wereld van de Klavierstücke in Weltraum dichterbij dan het op het eerste gezicht lijkt. Stockhausens elektronische partituur heeft een ongekende gelaagdheid, zowel in de opeenstapeling van de geluiden, als in het tijdsverloop. Weltraum is bijna een oneindig vertraagd en vervormd Klavierstück. Daarin onderscheidt Stockhausen zich van het gebruik van elektronica in New Age-muziek. De sfeer komt overeen, maar de variatie aan klanken en de nooit gemakzuchtige subtiliteit waarmee die worden gedoseerd, getuigt van veertig jaar ervaring met het medium.

Stockhausen hoopt dat er ooit permanente auditoria komen om naar Weltraum te luisteren. Dit soort muziek zou gemakkelijk kunnen uitgroeien tot een hype. Het zou nog heel lang heel druk kunnen zijn in het Planetarium als het Weltraum zou inrichten als een permanente 'expositie' voor de avonduren.

    • Paul Luttikhuis