'O dochtertje van me, kom toch alsjeblieft naar huis!'

BOEDJONNOVSK, 19 JUNI. Aan de buitenmuur van de polikliniek in Boedjonnovsk zijn met plakband wat velletjes uit een kladblok opgehangen. Met pen staan er de namen op geschreven van gewonde, vrijgelaten gegijzelden. In het badhuis elders in de stad, dat tijdelijk is ingericht als mortuarium, hangen zulke lijstjes niet. Belangstellenden moeten het binnen zelf maar uitzoeken. Lijken en lijsten kijken, dat is de manier waarop de inwoners van Boedjonnovsk proberen uit te vinden wat er sinds woensdag in hun stad gebeurt.

“Als mijn Lena niet levend terugkomt dan....”, zegt, voordat zij in snikken uitbarst, een vrouw die haar vijftienjarige dochter niet op welk lijstje dan ook heeft aangetroffen. Zij haalt uit haar tas een foto te voorschijn van Lena, een meisje met een strik in lang zwart haar dat in haar zondagse goed de schoolfotograaf toelacht. Afgelopen woensdag liep het meisje over straat en werd zij door Tsjetsjeense overvallers, net als honderden stadgenoten, als gijzelaar meegenomen naar het plaatselijke ziekenhuis. “O dochtertje van me, kom toch alsjeblieft naar huis”, herhaalt de vrouw alsmaar, terwijl zij de foto met zoenen overdekt.

Bij het badhuis is de schok zo groot dat verbijstering de tranen verdringt. Tussen de kranen en de baden liggen de stoffelijke resten van twaalf gijzelaars die gisteren tijdens een van de twee mislukte Russische aanvallen op het bezette ziekenhuis zijn gedood. Er schuifelen mensen voorbij die komen kijken of er een bekende bij is. Bij één lichaam staat iedereen wat langer stil. De benen zijn op een absurde manier geknakt, een deel van het bovenlichaam is verdwenen en het hoofd is zwartgeblakerd. Wie dit is geweest is niet meer te zien, zij of hij blijft dan ook liggen, als de geïdentificeerde lichamen in een kist worden gelegd, op een vrachtwagen worden geschoven en afgevoerd naar de begraafplaats.

Boedjonnovsk is doorgaans een zonnige Zuidrussische stad, waar de temperatuur half juni kan oplopen tot 35 graden. Straten en pleinen zijn omzoomd met bomen, de huizen zijn vrijstaand en zelden hoger dan één verdieping. Je kunt vanuit de tuinen hanen horen kraaien. Maar sinds woensdag een groep gewapende Tsjetsjenen in een terreuraanval tientallen mensen doodden en honderden anderen in gijzeling namen, is de stad zo veranderd dat men zich afvraagt of de inwoners hier ooit weer zullen flaneren.

Pag.5: Boedjonnovsk klem 'tussen bandieten en bandieten'

De winkels zijn dicht, de straten leeg, de kruispunten ingericht als controleposten van Russische militairen. Omdat slechts weinig mensen zich op straat begeven hebben de soldaten overigens weinig werk. Zij liggen op het gras te slapen, te roken en boekjes te lezen. De plaatselijke politie patrouilleert ook weer, nadat zij woensdag door de Tsjetsjeense invallers zware verliezen is toegebracht. De agenten hebben aan de buitenkant van de autodeuren kogelvrije vesten gehangen, kennelijk om als pantser te dienen.

Op de toevoerwegen naar de stad hebben allerlei gewapende mannen eigen controleposten ingericht, eenvoudig door vrachtwagens dwars over de weg te zetten en elke voorbijkomende auto uitgebreid te controleren. Het zijn politiemannen met automatische, boeren met jachtgeweren en zelfs kozakken in negentiende eeuwse uniformen. Behalve met vuurwapens zijn deze erfgenamen van de elitetroepen van de tsaar uitgerust met lange dolken en zelfs zwepen. Het doet denken aan het begin van de oorlog in Tsjetsjenië zelf maar nu zijn het Russische burgers die naar de wapens grijpen en autoriteiten staan het toe. Met onvoorspelbare gevolgen. Zaterdag zijn bij de controleposten een voor een Duits blad werkende Russische journaliste en een plaatselijke bewoner doodgeschoten, gisteren verloor een Russische majoor zijn leven en een fotografe aan één oor haar gehoor toen vlak naast hen een pantserwagen een granaat afschoot. Per ongeluk, zo werd later in alle gevallen verklaard.

De burgers die zich op straat wagen, verzamelen zich behalve bij de polikliniek en het badhuis ook op een kruispunt in de buurt van het ziekenhuis waar de gijzeling zich afspeelt. Water, voedsel en informatie worden van overheidswege niet verstrekt. De een meldt dus maar dat Sjamil Basajev, de leider van het Tsjetsjeense commando, heeft gezegd dat er zaterdag dertig burgers zijn gedood tijdens de Russische beschietingen, volgens een ander heeft het Russische radiostation Majak een getal van honderd genoemd, volgens een derde zijn het niet de onzen maar de bandieten die zaterdag de meeste slachtoffers hebben gemaakt.

De bestorming van zaterdagochtend - die meer het karakter had van een wilde beschieting - is hoe dan ook het grootste mysterie van afgelopen weekend. Er werd urenlang hevig op het ziekenhuis geschoten, terwijl er in de vensters gijzelaars met witte lappen stonden te zwaaien en riepen: “Niet schieten, niet schieten”. Een nog onbekend aantal gijzelaars, Tsjetsjenen en Russische militairen is hierbij gedood. Woordvoerders van de Russische regering lieten na afloop weten dat de aanval een emotionele reactie was van de troepen ter plaatse, waarvoor geen bevel vanuit Moskou was gegeven. President Jeltsin zelf heeft vervolgens gezegd dat hij zelf en minister van binnenlandse zaken Jerin het besluit tot de actie hebben genomen. Gisteren werd nog toegevoegd dat de beschieting het fundament zou hebben gelegd voor de onderhandelingen. De munitie van de Tsjetsjenen zou door het gevecht zijn uitgeput.

Hoe dan ook, de mensen die zondag bij het ziekenhuis staan weten niet wat er gebeurt en ze weten niet goed wat te doen na alles wat er al is gebeurd. Alexander Sidelnikov bij voorbeeld heeft deze week zijn zoon verloren. “Hij was 28 jaar, 28als u het precies wilt weten. Hij was kassier bij de bank.” Al het baliepersoneel van de bankvestiging in het stadscentrum is bij de Tsjetsjeense strooptoch woensdag doodgeschoten. Wie draagt er schuld? “Wij zijn maar kleine mensen, wij kunnen dat niet beoordelen”. Maar al weet hij dan op wie, woedend is Sidelnikov wel. “O, als ik maar een wapen had, dan ging ik er op los.”

Er staan ook ouders van jongens en meisjes die een opleiding volgen voor verpleger. “Woensdag om twaalf uur begon de les”, vertelt Aritjoerova Nazana. De les werd, zoals altijd, gegeven in het ziekenhuis. Haar achttienjarige zoon Artjom heeft Nazane sinds woensdag niet meer gezien. “Zijn lot is in handen van die bandieten hier (zij wijst naar het ziekenhuis) en die andere bandieten daar.” (Zij gebaart in de richting van de soldaten) Op zich zegt deze moeder van Georgische afkomst de Tsjetsjeense leider Sjamil nog wel te begrijpen. “Hij vecht voor zijn volk. Maar als hij een echte man was geweest had hij het Kremlin moeten bezetten en Jeltsin in gijzeling moeten nemen.” Nee, zij is vooral boos over de Russische actie van zaterdagmorgen. “Wat denken ze wel, dat de kogels om de gegijzelden heen vliegen?”

Dat de meeste inwoners van Boedjonnovsk binnen blijven betekent niet dat zij niet door het geweld zijn geraakt. Neem de bewoners van de Revolutiestraat. Veertien van hen zijn er meegenomen als gijzelaars toen de Tsjetsjenen woensdag door de straten trokken. Anderen zijn bij de schietpartijen gewond geraakt. Huisnummer 176 werd gespaard, maar Boris Zaikin, die op 174 woont, niet. Hij heeft een groot en inmiddels enigszins vervuild verband om zijn arm. “Een raadsel is nog waar de kogel is. Ik heb het de dokter gevraagd, maar die weet het ook niet. Ergens in mijn tuin of in mijn arm, zei hij. In de polikliniek konden zij niet meer dan de wond hechten en verbinden.” Zaikin, een man van middelbare leeftijd, moet voor verdere behandeling naar het ziekenhuis, maar dat is voorlopig juist de plek waar hij niet terecht kan.

Het enige wat Zaikin valt te verwijten is dat hij is gaan kijken toen er woensdag in de straat schoten klonken. Als er iets onverwachts gebeurt, gaan wij de straat op, zo gaat dat hier nu eenmaal. Op straat stond een man in zo'n camouflagepak met een enorm geweer. Hij riep mij. Ik holde terug naar mijn binnenplaats. Net toen ik de deur achter me dicht wilde trekken, schoot hij. Ik hoorde een enorme knal en het bloed spoot als een fontein uit mijn arm. Het is dat mijn vrouw er was anders was ik er zelf nu niet meer geweest.''

Zaikins echtgenote had de wond provisorisch verbonden. Hij had geluk: de Tsjetsjenen kwamen niet achter hem aan. Met een overbuurman, die eveneens ging kijken, liep het anders af. Hij vluchtte met succes, maar alleen niet naar zijn eigen huis. En daaruit haalde de Tsjetsjenen vervolgens wel zijn vrouw en zijn dertienjarige zoon. Hij heeft ze pas teruggezien toen vrijdagavond televisiebeelden gijzelaars in het ziekenhuis toonden.

Vjatsjeslav Sjichlarov, eveneens uit de Revolutiestraat, lag bij het begin van de Tsjetsjeense actie al in het ziekenhuis, voor een behandeling aan zijn ogen. Hij werd verrast door de bezetting van de Tsjetsjenen, die volgens hem dreigden tien patiënten dood te schieten voor elke gesneuvelde Tsjetsjeen. Sjichlarov is gered door een koele verpleegster. “Al deze patiënten kunnen niet lopen”, had de verpleegster de Tsjetsjenen gezegd. DIe lieten toen een kleine bewaking achter in het bijgebouw waar hij lag, gaven de patiënten regelmatig te eten en lieten hen verder met rust. Tot zaterdagmorgen. “Ik werd wakker door een enorm lawaai.” Tijdens de gevechten trok de Tsjetsjeense bewaker van Sjichlarov zich terug in het hoofdgebouw. “Mannen”, zei de verpleegster, “Wegwezen”. En weg was Sjichlarov. Maar naar eigen zeggen heeft hij zichzelf nog steeds niet teruggevonden. Zoveel indruk hebben de afgelopen dagen gemaakt. Hij praat dan ook heel zachtjes.

En dit is alleen maar een klein stukje van de Revolutiestraat. Bijna iedereen in Boedjonnovsk lijkt wel op een of andere manier direct door het drama van deze dagen te zijn geraakt. Zoals gezegd, Revolutiestraat 176 werd bij de Tsjetsjeense aanval gespaard. Maar een vader en zoon die daar wonen hebben nu wel hun jachtgeweren te voorschijn gehaald. Afgelopen nacht hebben zij wakend doorgebracht, op krukjes in de tuin met op schoot elk hun jachtgeweer en met patronen zo dik als een duim in hun gordel. De zoon droeg ook nog een schouderholster met een pistool. “Wie weet wat er nog kan gebeuren. Moskou doet maar of dit een terroristische actie is. Onzin. Volgende maand blazen ze misschien bussen op. De oorlog in Tsjetsjenië is overgeslagen naar Rusland.”