Limousine

Op de radio vertelt iemand dat hij in New York is geweest en dat herinnert me aan een regenachtige zomeravond, een brede, overdadig verlichte autoweg, die telkens weg- en opduikt bij een viaduct.

Met een soort cityhopper waren we gearriveerd uit Washington, waar iets te doen was geweest in het kader van de NAVO. Onderweg was ik in gesprek gekomen met een jonge officier van de Koninklijke Marine, als adjudant toegevoegd aan de minister van defensie, Scholten.

Details weet ik niet meer, maar ik weet wel dat het een erg prettige man was. Onze conversatie nam algauw de vorm aan van een geestig haasje-over. Ondertussen raakte het toestel meer en meer vertraagd door een onweersbui. Omdat ik nog per openbaar vervoer van het ene vliegveld naar het andere moest, begon het ernaar uit te zien dat ik de aansluitende vlucht naar Nederland zou missen. De marineman en zijn minister bleken dezelfde vlucht geboekt te hebben, maar zij hadden natuurlijk eigen vervoer.

Volkomen clandestien, zo stiekem als een zwerfkat, ben ik toen in een waanzinnige limousine terechtgekomen. En zo herinner ik me New York: in vliegende vaart, het zwaailicht van de politie voor ons uit, de heer Scholten, thans vice-president van de Raad van State, op de achterbank.

Nee, ik heb heus wel wat meegemaakt, ik schrijf echt niet alleen over vogeltjes omdat ik niks anders weet.