'Kaderwet bestuur binnenland blijkt al na jaar failliet'; Kamerlid schetst historie bestuurlijke vernieuwing

DEN HAAG, 19 JUNI. Het was een miserabele geschiedenis waarvan de VVD'er A.A.M.E. (Broos) van Erp twee weken geleden zijn Tweede-Kamerfractie in kennis stelde. Hij had voor zijn fractiegenoten alle pogingen vanaf 1795 (de Bataafse Republiek) op een rijtje gezet om het binnenlands bestuur aan te passen aan de eisen des tijds. Ze hadden allemaal nergens toe geleid, luidde zijn trieste conclusie. Na de verdeling van het bestuur door Thorbecke in drie lagen (rijk, provincies, gemeentes) - 1851 - was er niets meer veranderd, een permanente schaalvergroting op gemeentelijk niveau uitgezonderd: van ongeveer tweeduizend gemeentes aan het eind van de achttiende eeuw tot ongeveer 620 nu.

De rest was allemaal 'twist en tweedracht' geweest. “Het is om gek van te worden”, zegt Van Erp, voorzitter van de commissie binnenlandse zaken van de VVD-fractie, terwijl hij op het historisch overzicht van maar liefst zes pagina's wijst. “Voorstellen, zelfs leidend tot voorontwerpen van wet in de ene kabinetsperiode, werden in een volgende kabinetsperiode weer ingetrokken: mini-provincies, agglomeraties, gewestvorming, ga zo maar door.”

Als inwoner van Best spreekt het voorbeeld van Eindhoven Van Erp het meest aan. Daar zou ooit een stadsgewest komen, een samenwerkingsverband van Eindhoven met naburige gemeenten. In 1973 riep de toenmalige minister van binnenlandse zaken De Gaaij Fortman het gebied nog uit tot “proeftuin van alle gewesten”. Er werden zelfs verkiezingen gehouden voor een agglomaterieraad Eindhoven (opkomst 55,3 procent). Maar in 1984 viel het doek: Rietkerk, toen minister van binnenlandse zaken, deelde de Kamer mee dat de agglomeratie, bij gebrek aan medewerking van betrokken gemeenten en provincie, had opgehouden te bestaan.

Nu is het de beurt aan de Kaderwet 'bestuur in verandering' die de vorming van de stadsprovincies regelt. Een paar jaar geleden leek het nog een briljante gedachte: laat grote steden als Amsterdam en Rotterdam samengaan met randgemeenten in een stadsprovincie, om gezamenlijke problemen op het gebied van infrastructuur, werkgelegenheid en huisvesting op te lossen. Geef de steden zelf de ruimte om de precieze vorm te kiezen en regel niet al te veel bovenaf, maar stuur als rijksoverheid wel mee. Met steun van de VVD trad de Kaderwet op 1 juli vorig jaar in werking.

Minder dan een jaar later is de wet “failliet”, constateert Van Erp. De plannenmakers hadden namelijk met ten minste twee dingen geen rekening gehouden, moet hij concluderen. Onvoorzien was dat burgers van de grote stad het middel van het consultatief referendum - volgens Van Erp een “nep-enquête” - zouden aangrijpen om hun stad te redden. Dat vervolgens de grote-stadsbestuurders, in plaats van de rug recht te houden, hun “keuteltje weer introkken” door hun handen van de provincievorming af te trekken, maakte evenmin deel uit van de Haagse calculaties.

Dat was ernstig, oordeelt Van Erp, want daardoor worden inwoners van andere plaatsen die met opheffing worden bedreigd alleen maar aangemoedigd om eveneens naar het wapen van het referendum te grijpen. “Waarom zou de bevolking van Veldhoven niet hetzelfde proberen als ze bij Eindhoven moeten worden getrokken”, zegt hij. Het zou de hele schaalvergrotingsmachinerie kunnen stilleggen, sombert het Kamerlid.

En dus moet er razendsnel actie worden ondernomen, vindt Van Erp. Daarvoor is zijn fractie bereid een aantal dingen hardop te zeggen die anderen, zoals VVD-minister Dijkstal (binnenlandse zaken), volgens hem nu alleen maar denken of binnenskamers mompelen. De VVD-fractie in de Tweede Kamer constateert niet alleen dat de Kaderwet “failliet” is, maar ook dat ze zo snel mogelijk “moet worden gewijzigd of ingetrokken”.

Dijkstal moet daarbij “de regie in handen nemen”, zegt Van Erp, want staatssecretaris Van de Vondervoort (PvdA), eigenlijk verantwoordelijk voor het hele project, is tot nog toe “tweeslachtig en verwarrend” opgetreden. Zo zou de bewindsvrouw zich te veel hebben uitgesproken voor een grootschalige gemeentelijke herindeling in plaats van de vorming van stadsprovincies. Bovendien stelde Van de Vondervoort in Van Erps ogen de afgelopen maanden “plotseling” nieuwe eisen aan de regio's Utrecht, Enschede, Arnhem en Eindhoven om tot een stadsprovincie uit te groeien. En Van Erp zegt in zijn jarenlange bestuurlijke loopbaan vooral te hebben geleerd dat de overheid “constistent en betrouwbaar” moet zijn.

Voor een deel heeft Dijkstal die regie van Van de Vondervoort trouwens al overgenomen, concludeert de VVD'er. Van Erp verwijst naar de laatste brief aan de Kamer van de twee bewindslieden over dit onderwerp, afgelopen vrijdag. “Die is als eerste ondertekend door minister Dijkstal. Tot nu stond daar de naam van de staatssecretaris.”

Vervolgens mag de minister van de VVD-fractie eerst proberen te redden wat er te redden valt, door te bekijken of er toch nog mogelijkheden zijn voor een stadsprovincie in Amsterdam en Rotterdam. Maar alleen dáár. Alle andere stadsprovincies-in-wording, inclusief Haaglanden (de regio Den Haag), zijn van de baan, constateert Van Erp. “Het is een publiek geheim dat Dijkstal dat zelf ook vindt.”

Ten slotte moet weer aan de geschiedenis worden gehoorzaamd die Van Erp zijn fractie twee weken geleden uit de doeken deed. Dat betekent dat drastisch moet worden voortgegaan met de gemeentelijke herindeling die, als het aan Van Erp persoonlijk ligt, uiteindelijk zal leiden tot honderd à honderdvijftig gemeenten. Daarnaast moet er ook een soort provinciale herindeling komen waardoor er “na tien, vijftien jaar misschien zo'n vijf à zes provincies overblijven”. Die provincies zouden met veel meer bevoegdheden dan nu moeten worden uitgerust om onder meer de grootstedelijke problemen beter te kunnen coördineren. Het is geen nieuw idee, constateert Van Erp, maar misschien wel een methode om een eind te maken aan de miserabele geschiedenis van de hervorming van het binnenlands bestuur.