In zehn Minuten: keus tussen de hemel of de geneugten van Parijs

Walter Gronostay: In zehn Minuten door Ebony Band o.l.v. Werner Herbers. Gehoord 18/6 Westergasfabriek Amsterdam. Herhalingen: 19/6 zelfde plaats; 21/6 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

Geen 'hohe Kunst' maar een brutaal humoristische Zeitoper met 'Volharding'-achtige muziek, weinig persoonlijk maar aanstekelijk functioneel - zó valt Walter Gronostay's In zehn Minuten te karakteriseren. De kameropera in één akte werd door de weer als vanouds begeesterd musicerende Ebony Band zondagavond met veel succes in een semi-scènische uitvoering in Nederlandse première gebracht.

De bongo's in het voorspel zetten de toon voor een gegeven dat zich anno 1925 in duister Afrika afspeelt. Een missionaris en een theateragent krijgen exact tien minuten de tijd om aan een dwaze opdracht te voldoen. De eerste moet een bekeringsrecord verbeteren, de tweede een negermeisje zien te vinden die Josephine Baker kan vervangen. De keus is dus tussen de hemel of de Folies Bergères en als beide heren een slachtoffer gevonden hebben, beginnen ze een vreugdedans à la de Marx Brothers.

Daarmee neemt wat mij betreft voor het eerst aanstekelijke humor bezit van het toneel. Want laten we wel wezen, niets is zo heikel als humor in de muziek. Net als, om in stijl te blijven, een schaterlach in de kerk of tijdens de coïtus. Spiritualiteit in de muziek (Haydn, Strawinsky): ja. Humor: nee, althans niet de veertig minuten die In zehn Minuten vergt. Een kort a cappella-trio van de Matyas Seiber over weerspannige karbonades - als overgang geprogrammeerd tussen Weills Berliner Requiem en Gronostay's kameropera - gaat nog net.

Toch maakt In zehn Minuten indruk naar het slot toe, als de scènetjes zich verbreden, bij voorbeeld in de extatisch ratelende monoloog van de theateragent, die de geneugten van Parijs beschrijft. De daarop volgende dans herinnert niet toevallig aan Milhaud. En zo wordt, wat begon als een luchtig niemandalletje, geleidelijk spannender, met zelfs een dramatische ondertoon, al klinkt dan zo'n negerkoor Himba Holleleh weer als bij de Marx Brothers. En zó leuk waren het negermeisje (Claron McFadden), de missionaris (Philip Salmon) en de agent (Romain Bischoff) ook weer niet. Laatstgenoemde had een cotract kunnen krijgen in de begintijd van de film, want daaraan herinnerde zowel de illustrerende muziek als het als een angstige kikker op en neer hoppende script nog het meest.