Herstel van de ozonlaag zet niet door

ROTTERDAM, 19 JUNI. Aan het herstel van de ozonlaag boven het noordelijk halfrond dat in de herfst van 1993 op gang kwam en ruim een jaar aanhield is een einde gekomen. Dit voorjaar was de ozonlaag boven het noordelijk halfrond weinig dikker dan het geruchtmakende minimum dat in het voorjaar van 1993 werd bereikt. Boven Nederland is begin dit jaar de op één na laagste ozonwaarde sinds het begin van de satellietmetingen in de jaren zeventig gevonden.

Dat schrijven RIVM en KNMI in een vandaag verschenen rapport over ozon en utraviolette straling. In februari maakte de meteorologische organisatie WMO bekend dat zich boven Siberië een extreme ozonverdunning in de stratosfeer voordeed. Toen moest daarbij nog de kanttekening worden gemaakt dat het een uiting van de natuurlijke variatie in ozondikte kon zijn. Inmiddels is een ongunstige trend onmiskenbaar.

Tot enige jaren geleden trok het jaarlijks dieper wordende 'ozongat' boven het vasteland van de Zuidpool, dat zich daar in de lente (oktober) manifesteert, de meeste aandacht. Boven het noordelijk halfrond werd toen weinig meer waargenomen dan een trendmatige, langzame maar geringe teruggang van de dikte van de ozonlaag.

Dat veranderde toen begin 1992 een aanmerkelijk sterkere aantasting door satellieten werd waargenomen en de dikte van de ozonlaag in het voorjaar van 1993 gemiddeld wel tien procent beneden de gewone waarde kwam te liggen. Maar toen in het begin van 1994 duidelijk werd dat de ozonlaag boven het noordelijk halfrond zich weer herstelde is de tijdelijke aantasting toegeschreven aan het stof van de Filippijnse vulkaan Pinatubo die in juni 1991 tot uitbarsting kwam. De stofdeeltjes zouden het effect van chloor en broom uit cfk's en halonen op het stratosferische ozon versterken. Na twee jaar was het stof uit de atmosfeer verdwenen.

De nieuwe inzichten hebben deze vulkaanhypothese zijn fundament ontnomen. De onverwachte ozonaantasting wordt nu, voorzichtig, in verband gebracht met afwijkende circulatiepatronen, mogelijk veroorzaakt door het broeikaseffect. In de onderste laag van de stratosfeer zijn extreem lage temperaturen gemeten.