Grenzen aan de macht

HET GEZELSCHAP dat bekend staat als de Groep van Zeven, de regeringsleiders van de zeven machtigste industrielanden, belichaamt een formidabele samenballing van politieke, militaire en economische macht in de wereld. Maar geconfronteerd met de politieke, militaire en economische brandhaarden van dit moment staan de leiders van de G7 nagenoeg met lege handen. Zoals het afgelopen weekeinde bleek na hun bijeenkomst in Halifax. De slotverklaringen waren lang in woorden en kort in concrete maatregelen.

De binnenlandse zwakte van het politieke leiderschap in een meerderheid van de G7-landen - de Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Canada, aangevuld met de Europese Commissie als toehoorder en Rusland als bijzit - werd daarmee geïllustreerd. Ja, er kwamen aanbevelingen om enkele overleefde organisaties van de Verenigde Naties op te heffen. Hoe nuttig dat op zichzelf ook is, van visionaire dadendrang getuigde het niet. Bosnië en Tsjetsjenië kwamen wel aan de orde, maar de retoriek verhulde de verdeeldheid en de afwezigheid van bereidheid tot oplossingen.

Slechts het voornemen om een noodfonds van het Internationale Monetaire Fonds in omvang te verdubbelen, is een duidelijk resultaat. Het plan was ingegeven door de Verenigde Staten, geschrokken van de financiële ineenstorting van Mexico aan hun zuidelijke grens begin dit jaar. Maar zelfs van dit plan is het onduidelijk of het van de grond komt, want de president van de belangrijkste contribuant, de Verenigde Saten, is niet zeker van toestemming van het Amerikaanse Congres. Zoals Clinton ook moest bekennen dat hij waarschijnlijk van het Congres geen geld loskrijgt voor een Amerikaanse financiële bijdrage aan de snelle interventiemacht van de VN voor Bosnië. Zelden heeft een Amerikaanse leider zoveel politieke machteloosheid getoond ten overstaan van zijn bondgenoten.

DE VERDUBBELING van het IMF-fonds biedt uitzicht op versterking van de stabiliteit in de internationale economische samenhang. De beschikbaarheid van 54 miljard dollar en de vroegtijdige publikatie van het kritische oordeel van het IMF over de financieel-economische stand van zaken in opkomende landen helpen een herhaling van de Mexico-crisis te voorkomen. Ook al is vooralsnog onduidelijk hoe harde voorwaarden voor toegang tot het noodfonds en onmiddellijke financiële hulp met elkaar verenigbaar zijn. Het is ook de vraag of zo'n fonds voldoende zal zijn als een G7-land zelf, bijvoorbeeld Italië, in een spiraal van paniek terechtkomt.

Juist op het gebied van financiële turbulenties in de industrielanden, het oorspronkelijke werkterrein van de G7, bevestigde de top in Halifax de politieke onmacht om de geliberaliseerde financiële markten te kunnen beïnvloeden of om tot betere afstemming van economisch beleid te komen. De uitschieters van de wisselkoersen, de snelle afzwakking van de Amerikaanse economie en het risico dat het financiële kaartenhuis van Japan ineenstort werden afgedekt met geruststellende verklaringen over de stand van de wereldeconomie. Meer dan de geijkte oproep tot een goed macro-economisch beleid om te voorkomen dat een speculatieve aanval wordt uitgelokt, kunnen ook de machtigste landen niet produceren. De gebundelde reserves van de G7-landen zijn bij lange na niet voldoende om de financiële markten te sturen.

Alleen president Chirac introduceerde een originele invalshoek door financiële speculanten als “de aids-plaag van de wereldeconomie” te bestempelen. Met zo'n uitspraak, altijd goed voor het vluchtige televisiejournaal, zijn de reusachtige kapitaalstromen met hun potentieel destabiliserende werking niet beteugeld en worden evenmin de oorzaken die aan speculatieve aanvallen op munten ten grondslag liggen, weggenomen.

EÉN VAN DE LEIDERS drukt gewoonlijk een stempel op de top van de G7. Vroeger waren dat Schmidt en Giscard, later Reagan, Thatcher, Kohl en (in 1991) de gast Gorbatsjov. In Halifax speelde de nieuwe Franse president Chirac de rol van de populaire debutant. Handig wist hij de verwachte storm van kritiek op de aangekondigde hervatting van de Franse kernproeven in de Stille Oceaan van zich af te schudden. Ondertussen onderstreepte dit vertoon van nucleaire onafhankelijkheid wel de aspiraties van Frankrijk onder Chirac om een eigenzinniger nationale koers te varen. Het nieuwe Franse beleid ter bestrijding van de werkloosheid kreeg een G7-keurmerk door de afspraak volgend jaar in Frankrijk een vervolgtop over werkgelegenheid te houden. En volgend jaar, beloofde Chirac, zal de top van de G7 in Lyon een stuk soberder en minder pretentievol van opzet zijn. Dat is geen slecht idee. Misschien zijn de resultaten dan wat tastbaarder.