Franse president Chirac uitblinker op top van rijke landen

HALIFAX, 19 JUNI. Premier Chrétien wees er afgelopen weekeinde op dat de leiders van de zeven belangrijkste industrielanden (G7) niet zonder reden hun topoverleg in een kantoorgebouw hadden gevoerd. “We hadden tenslotte heel wat te doen”, aldus de Canadese gastheer.

De 21-ste topontmoeting van de leiders van de Verenigde Staten, Japan, Canada, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië - vanaf de tweede dag voegde de Russische president Jeltsin zich bij het politieke deel van het overleg - blonk inderdaad niet uit door extravagantie. Halifax is een kleine, eenvoudige en aangename stad aan de Atlantische kust, die zijn welvaart dankt aan de ijsvrije haven. Kortom, een ideaal oord om tot zaken te komen.

De economische (en ook de politieke) slotverklaring bevat aanbevelingen, vooral op financieel en economisch terrein, die meer concreet zijn dan bij dergelijke conferenties gebruikelijk is. En dat ondanks het feit dat de schaduw van Tsjetsjenië, Bosnië en het Amerikaans-Japanse handelsconflict over de economische top hing. De Duitse bondskanselier Kohl, met 13 caps de absolute G7-veteraan, was bijkans euforisch over Halifax. “Er heerste een zeer open en ongewoon vertrouwenwekkende atmosfeer. Dat spoort aan tot handelen en dat vind ik goed.”

De meest concrete aanbevelingen betreffen de hervorming van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF). Een early warning system, dat wil zeggen scherper toezicht, meer openbaarheid en betere informatieverstrekking, moet crises à la Mexico voorkomen. En als zo'n crisis toch uitbreekt moet het IMF meer en sneller geld vrij kunnen maken. Volgens de G7 moeten daarom meer landen aan de Algemene Leningenoverkomst meedoen, waaraan nu alleen de tien belangrijkste industrielanden en Saoedi-Arabië bijdragen. Gedacht wordt aan de opkomende Aziatische landen en Scandinavië. Maar het is nog onduidelijk hoe groot hun bereidheid is. Bovendien is het de vraag of de bestaande contribuanten meer willen bijdragen om het totaalbedraag te verdubbelen tot ruim 52 miljard dollar. Met name het Amerikaanse Congres kan gaan dwarsliggen.

De G7 is ook wat meer concreet over de hulp aan de ontwikkelingslanden. Dat geldt met name de aanbevelingen over de multilaterale ontwikkelingsbanken, waaronder de Wereldbank, die hun beleid duidelijker moeten richten op de armste landen en armoedebestrijding. Maar ook hier is het de vraag hoe het staat met de beschikbaarheid van de financiële middelen. De G7 bepleit een 'significante' bijdrage van de donorlanden aan IDA, het fonds waaruit de Wereldbank zeer zachte leningen aan de armste landen versstrekt. De regering van de VS (de belangrijkste contribuant aan IDA) zal er geen enkele moeite mee hebben, maar het door Republikeinen beheerste Congres des te meer.

De G7 erkennen nu nadrukkelijk het probleem van de multilaterale schulden van de armste landen. De aanbeveling aan IMF en Wereldbank “nieuwe mechanismen” te ontwikkelingen om de schulden aan deze instellingen te verlichten, kan betekenen dat de schuldverlichting minder dan tot nu toe met nieuwe leningen wordt gefinancierd. De G7 bepleit niet rechtstreeks de verkoop door het IMF van een deel van de goudvoorraad om meer middelen voor schuldverlichting vrij te maken, omdat Duitsland en Japan zich daar nog tegen verzetten. Maar de aanbeveling dat “bestaande bronnen” beter moeten worden benut, houdt in elk geval de mogelijkheid open dat ook die optie aan de orde komt.

Veel van de aanbevelingen zijn al eerder aan de orde geweest binnen IMF en Wereldbank. Dat vergroot de kans dat ze op de komende jaarvergadering in oktober zullen worden aanvaard.

In de uitgelekte ontwerp-slotverklaring stond niets over handelsliberalisatie. In het uiteindelijke document geven de G7-landen nadrukkelijke steun aan de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en verplichten zij een “goed functionerend en gerespecteerd mechanisme van geschillenbeslechting” te waarborgen. De formulering is bijna een directe verwijzing naar de door de VS aangekondigde eenzijdige sancties tegen Japan in het conflict over auto-importen.

De aanbevelingen over hervorming en stroomlijning van VN-organen op sociaal, economisch en milieugebied zijn wat vager geformuleerd. Dat heeft niet alleen te maken met onderlinge verdeeldheid binnen de G7 - de Verenigde Staten en Groot-Brittannië willen het verst gaan - maar ook met de gevoeligheid van het onderwerp bij met name veel ontwikkelingslanden. “We wilden niet het verwijt krijgen dat een club van rijke landen het weer allemaal bepaalt,” aldus een hoge Canadese functionaris.

Wie waren afgelopen weekeinde winnaars en verliezers in Halifax? Het leiderschap van de Amerikaanse president Clinton, twee jaar geleden als nieuwkomer nog de absolute ster tijdens de top in Tokio, bleek veel van zijn glans te hebben verloren. Door de Republikeinse meerderheid in het Congres verscheen hij in Halifax met de handen gebonden op de rug. Het begrip van de andere G7-leiders voor zijn moeilijkheden met het Congres verkeerde soms in compassie, wat voor een wereldleider onverdraaglijk moet zijn.

Het pijnlijkst was Clintons onmacht financiële steun toe te zeggen voor de 'snelle reactiemacht' in Bosnië. Maar ook de problemen voor de president om geld van het Congres los te krijgen voor hulp aan de Derde Wereld verzwakten zijn positie in het forum van de G7. De Amerikaanse minister van financiën Rubin erkende te zijn getroffen door de bezorgdheid bij de anderen dat de VS zich naar binnen keren.

De Franse president Chirac noemde in ongebruikelijk harde taal de koers van het Congres “verkeerd en gevaarlijk”. Gewapend met cijfers rekende Chirac de verzamelde wereldpers voor dat de landen van de Europese Unie jaarlijks 30 miljard dollar aan ontwikkelingshulp uitgeven en de VS slechts 9 miljard. Hij verbond daar ook een politieke conclusie aan. “De EU betaalt en de VS nemen de beslissingen op het politieke plan. Dat moet meer in evenwicht komen,” zei hij. Chirac maakte zich tijdens de G7 sterk voor hulp aan de armste landen die hij ook een “morele plicht” noemde.

De Franse president werd in Halifax algemeen als de uitblinker beschouwd. Hij nam al op de eerste avond het ongebruikelijke initiatief tot de Bosnië-verklaring, haalde de speciale G7-conferentie over werkgelegenheid naar Frankrijk en manifesteerde zich tijdens de besprekingen het meest van allen. Maar Chirac is een nieuwkomer en moet het volgend jaar nog bewijzen tijdens de top in Lyon.

De Japanse premier Murayama was opnieuw het tamelijk kleurloos. Hij moest morrend toezien dat de G7 geen nieuw initiatief nam om de koers van de dollar op te vijzelen. En bondskanselier Kohl? Die zag vooral dat het goed was: “Men heeft het gevoelen verantwoordelijk te zijn voor de wereld zonder zich als wereldregering te willen gedragen.”

    • Hans Buddingh'