'Dutchbat' mag weer worden bevoorraad

BUSOVACA, 19 JUNI. De Bosnische Serviërs hebben gisteren toestemming gegeven om dinsdag de 450 man van 'Dutchbat' in de moslimenclave Srebrenica te bevoorraden. Het Nederlandse konvooi, dat een week lang heeft stilgestaan in Zagreb, kan vandaag naar de Servische hoofdstad Belgrado vertrekken, samen met Franse konvooien voor de moslimenclaves Zepa en Gorazde.

Een deel van het konvooi keerde dit weekeinde naar hun thuisbasis Santici in Centraal Bosnië terug, nadat de Bosnische Serviërs hadden gesteld dat het konvooi groter was dan twee weken geleden was afgesproken. Volgens die afspraak mocht 'Dutchbat' een buffervoorraad van een maand brandstof en voedsel aanvoeren en daarna elke week een nieuwe voorraad. Vorige week vertrok een 'megakonvooi' van 38 voertuigen richting Zagreb. De Servische belegeraars van Srebrenica wilden echter bij nader inzien slechts 96.000 liter brandstof toelaten in plaats van de meegebrachte 220.000 liter. Daarop keerden 14 tankwagens terug naar de thuisbasis van het logistieke transportbataljon in Santici.

De situatie van 'Dutchbat' in Srebrenica begon de laatste weken nijpend te worden. Al vier weken leven de manschappen op gevechtsrantsoenen. Zeep, tandpasta en toiletpapier zijn op, de voorraden water en diesel miniem: op 17 februari hadden de belegeraars voor het laatst een brandstoftransport toegelaten. Daardoor was er geen diesel om voertuigen, koelcellen en het merendeel van de aggregaten draaiende te houden. Volgens officiële opgaven waren er nog gevechtsrantsoenen voor 18 dagen.

De aanvoer naar 'Dutchbat' in Srebrenica is van het begin af aan problematische geweest. Oorspronkelijk was het de bedoeling de troepen te bevoorraden via een 'support command' in de Boris Kidric kolenfabriek bij het plaatsje Lukavac. Nadat in de lente van vorig jaar een Deense VN-eenheid stellingen van Bosnische Serviërs had beschoten, sloten de belegeraars de directe route naar Srebrenica af en moest Dutchbat voortaan via een route ten zuiden van Sarajevo worden bevoorraad. De basis in Lukavac werd in april verlaten en de logistieke eenheid samengevoegd met het Nederlands-Belgische transportbataljon in Busovaca en Santici, dat sinds 1992 in dienst van de VN-vluchtelingenorganisate UNHCR in Bosnië rijdt. Nu ook de route onder Sarajevo buiten gebruik is, wordt men gedwongen de langst denkbare route te gebruiken: van Santici in Centraal-Bosnië via de Kroatische havenplaats Split naar Zagreb, en vandaar over Belgrado naar Srebrenica. Een omweg die het best te vergelijken is met de afstand Rotterdam-Maastricht over Groningen.

Overste R. Kablau, sinds vijf weken commandant van het logistieke transportbataljon in Busovaca en Santici, hoopt dat de problemen met de bevoorrading binnenkort zijn opgelost. Maar zeker is dat allerminst. Bij het laatste konvooi stonden de Bosnische Serviërs er nog op dat alle vrachtwagens volledig werden uitgeladen. Dat ging niet door omdat de vorkheftruck die daarvoor moest worden gebruikt defect was. Kablau: “Van Zagreb naar Belgrado zal wel lukken, want de Kroaten heffen stevige tolgelden en de Serviërs douanegelden. Pas de laatste 35 kilometer over Bosnisch-Servisch gebied worden problematisch.”

De paradox is echter dat het niet bevoorraden van Dutchbat op het moment meer inspanning vergt dan wèl bevoorraden. In de afgelopen vijf weken is elke week toestemming gevraagd voor een konvooi. Elke week moesten de chauffeurs daarom een partij vers voedsel uit Split ophalen naar het verzamelpunt in Santici, bestemd voor Dutchbat in Srebrenica. Kablau: “Dat haal je dus op, want je kan je niet veroorloven geen konvooi gereed te hebben als de Bosnische Serviërs onverwachts toestemming geven om Srebrenica te bevoorraden. Vervolgens stel je een clearance-lijst op, waarop de inhoud van het konvooi tot in de kleinste details wordt opgeschreven, inclusief de namen van de chauffeurs en de serienummers van hun wapens. Dat in de wetenschap dat je die lijst een paar dagen later in het vuilnisvat kan gooien. Vervolgens krijg je geen toestemming van de Bosnische Serviërs en moet je het verse voedsel weer over de eigen eenheden en de plaatselijke vluchtelingenkampen verdelen. Het zal u niet ontgaan zijn dat we hier erg goed eten. We hebben elke week voedsel voor 450 man extra over.”

Inderdaad zijn de keukens van het logistieke transportbataljon nu een ware hoorn des overvloeds. Een berg appels, sinaasappels en mango's ligt permanent gereed voor consumptie, bij elk ontbijt is er een keus uit diverse luxe vleeswaren, kazen, cornflakes en dranken. Gecombineerd met de tennisbanen, het zwembad, een fitness-honk en volleybal- en voetbalveldjes wekt het kampt in Busovaca daardoor op het eerste gezicht de indruk van een vakantiekamp. Kablau: “Het is irritant als je in de wandelgangen hoort van 'wat doe je daar nu meer dan jezelf in stand houden?'. De bevoorrading van onze 'klanten' in Srebrenica verloopt moeizaam, maar kost desondanks veel werk. Voor UNHCR rijden we wekelijks nog zo'n 200 ton Bosnië in.”

Sinds zijn komst vijf weken geleden heeft Kablau de situatie alleen zien verslechteren. Lieten de Servische belegeraars van Srebrenica voorheen nog wekelijks twee kleine trucks met voedsel door, na zijn komst werd dat teruggebracht tot nul.

Bij een barbecue zaterdag in kamp Santici beklaagden de konvooirijders zich fel over de Bosnische Serviërs. “We hadden toch harde afspraken over dit konvooi? Waarom rijden we niet gewoon door?” vroeg een monteur aan overste Kablau tijdens het roosteren van de bieflappen en hamburgers. Volgnes Kablau hebben de lagere echelons in elk geval nog de bevrediging van een concrete taak die is uitgevoerd. Voor hemzelf en zijn staf ligt dat anders.

Kablau: “Overal in Bosnië zie je de output van de VN teruglopen, dat is ook de reden dat politici zeggen: moet dit nog langer doorgaan? We kunnen niet blijven doorkwakkelen. Persoonlijk zit ik er niet op te wachten om onder begeleiding van een militaire macht een weg naar de enclaves te forceren, maar ik verwacht dat de snelle interventiemacht een extra pressiemiddel zal zijn om de Bosnische Serviërs tot meer toegeeflijkheid te bewegen. Je hebt het wel over 12.000 man, het zal niet onopgemerkt blijven als die ergens wordt ingezet.”