DRIE MAANDEN ZOEKEN NAAR EEN STEAK

De Amerikaan Jonathan Kirksey, de meest populaire football-speler van de Amsterdam Admirals, kijkt met gemengde gevoelens terug op zijn verblijf in Nederland. Sportief gezien was het succesvol, maar het land heeft hem nauwelijks kunnen bekoren. “Waar krijg je in Amsterdam gewoon een lekker groot stuk vlees geserveerd?”

Jonathan Kirksey is een schatje, zeker weten. Twee tienermeisjes - lange blonde haren, blauwe oogschaduw - op de tribunes van het Olympisch Stadion laten er zaterdag-avond geen twijfel over bestaan wie hun favoriete American football-speler van de Amsterdam Admirals is. Een van hen draagt onder het leren jack zelfs een shirt met nummer 95, het getal waar hun held mee speelt. Het shirtje is niet meer gewassen sinds Kirksey er met een viltstift zijn handtekening op heeft gezet. Wanneer dat was? “Nou, toch al wel zeker een maand geleden”, klinkt het giechelend.

Kirksey is voor veel supporters van de Admirals de favoriete speler. Omdat hij zo'n aardige jongen is, heet het. Omdat hij na een training of een wedstrijd altijd in is voor een praatje en een dolletje. En ja, natuurlijk ook omdat de zwarte Amerikaan zo'n indrukwekkend lichaam heeft. Hij is 1.91 meter lang, weegt 167 kilo, heeft een borstkast als de boeg van een olie-tanker en benen en armen als stalen kabels. “En hij heeft een lekker kontje”, zegt de leren jas, tot grote hilariteit van haar vriendin.

Kirksey zit op dat moment op de spelersbank langs de lijn van het veld, helemaal in zijn eentje. Om hem heen lopen de coaches, begeleiders en andere spelers van de Admirals nerveus heen en weer. Ze schreeuwen de longen uit hun lijf, vervloeken een beslissing van de scheidsrechter en geven wanhopig tactische aanwijzingen naar de footballers in het veld in een laatste poging om de naderende nederlaag nog te voorkomen. Uiteindelijk verliezen de Admirals de finale tegen Frankfurt Galaxy met 26-22, maar de commotie gaat geheel aan Kirksey voorbij. In de gestaag neervallende regen staart hij met een gebogen rug voor zich uit. Hij hoort en ziet niets, is met zijn gedachten heel ergens elders. Opeens lijkt de big guy vreselijk klein.

Kirksey (24 jaar, relatief jong voor een football-speler) is een defensive-tackle, een verdediger die de offensieve acties van de running-back van de tegenpartij moet zien te voorkomen. Hij staat zijn mannetje, maar is ook weer niet dusdanig getalenteerd dat profclubs in de Verenigde Staten staan te dringen om hem te contracteren. Toen hij begin van dit jaar werd benaderd om deel uit te maken van de selectie van de Admirals, beschouwde hij het Europese football-seizoen dan ook vooral als een extra leerschool en een uitgelezen mogelijkheid om de talentenjagers van de Amerikaanse profteams alsnog te overtuigen van zijn kwaliteiten. Daarnaast zou hij bij de Admirals natuurlijk nog wat verdienen. En tja, dat was toch zeker zo belangrijk. “A man has to make himself a living, ya know.” Vooral, voegt hij er aan toe, “als je zoals ik ook nog een vrouw en een dochter hebt”.

En dus vertrok hij eind maart - zonder vrouw en kind, maar wel met ruim veertig andere, hem geheel onbekende Amerikaanse football-spelers - voor bijna drie maanden naar Amsterdam. Een stad waar Kirksey tot begin van dit jaar nog nooit van had gehoord. Holland, dat kende hij natuurlijk wel. “Door de klompen, weet je.”

Eenmaal in Nederland was hij aangenaam verrast toen hij hoorde dat de Admirals hun thuiswedstrijden in een heus olympisch stadion zouden spelen. Een sportarena waarin ooit de allerbeste atleten van de wereld actief zijn geweest en waar hij - een doodgewone jongen uit Greenville, South Carolina - nu ook zijn kwaliteiten zou mogen vertonen! Dat het stadion binnen afzienbare tijd wordt afgebroken, heeft hij inmiddels ook vernomen. Begrijpen doet hij het niet. “Dit is een historisch gebouw, het zou opgeknapt en gemoderniseerd moeten worden. Ik dacht altijd dat Europeanen zo van oude dingen houden, maar blijkbaar geldt dat niet voor een sportstadion.”

Kirksey is meer te spreken over het spel dat hij en de Admirals op de grasmat van het Olympisch Stadion hebben laten zien. De Amsterdamse club heeft toch maar mooi de World Bowl bereikt, de finale van de Europese profcompetitie, zegt hij niet zonder trots. Maar wat hij nog belangrijker vindt, is dat hij zichzelf in de kijker heeft gespeeld van de Green Bay Packers, een team uit de NFL (National Football League, de Amerikaanse professionele competitie). De afgelopen weken heeft hij al gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de club uit Wisconsin. Deze week verwacht hij een contract voor het nieuwe, in september beginnende seizoen te tekenen.

In zijn tienerjaren wilde hij niets liever dan ooit voor een NFL-team uitkomen. Het hoge spelpeil, de tot de nok toe gevulde stadions, de aandacht van de verschillende media en het vermeende grote geld, hij droomde van niets anders. Inmiddels is hij ouder en vooral een stuk wijzer geworden, zegt hij zelf. “Topsport in Amerika is een keiharde wereld. Als je niet tot het kleine groepje grote sterren behoort, ben je niet meer dan een nummer. Een speeltje in de handen van de coaches en de club-eigenaren. Zij beschikken over jouw lot. Op het moment dat je om wat voor reden dan ook uit de gratie raakt, kan je het verder wel schudden. En ach, als je niet tot de absolute top behoort verdien je niet slecht, maar ook zeker niet echt goed. En dan ben je voor het grote publiek meestal ook niet meer dan een nummer.”

Meestal, maar niet altijd. Kirksey zelf is er het bewijs van. Hij vindt het prachtig dat hij in Amsterdam tot de publiekslievelingen hoort, ook al zaten er bij de wedstrijden van de Admirals gemiddeld maar circa 8.000 toeschouwers. Een aantal waar een universiteits-team in Amerika zich voor zou schamen. Maar Kirksey weet dat football in Nederland nog een vrij onbekende sport is. Een sport ook die hier volgens hem wel altijd onbekend zal blijven bij het grote publiek. “Iedereen is hier gek van voetbal, dat schijnt altijd al zo geweest te zijn. En jullie zijn nog goed ook in dat spelletje. Waarom zouden mensen zich dan gaan interesseren voor American football? Als iets geen roots, geen traditie heeft, is het meestal gedoemd te mislukken. Kijk naar de pogingen om voetbal in Amerika te populariseren. Ondanks het wereldkampioenschap van vorig jaar is daar absoluut niets van terecht gekomen.”

Toch, dat hij juist in Nederland een gewaardeerd speler is geworden, zal een van zijn mooiste herinneringen aan de hoofstad blijven. Misschien wel de mooiste, want hij is niet bepaald enthousiast over zijn verblijf in Nederland. Oh zeker, sommige dingen hebben hem aangenaam verrast. Dat Nederlanders zich zo vrij gedragen, bijvoorbeeld. “De zon hoeft maar even door te breken, en vrijwel meteen trekt iedereeen zo'n beetje alle kleren uit. Man, ik wist de eerste keer gewoon niet wat ik zag. En al die homo's die hier gewoon midden op straat homo lopen te zijn. Ongelooflijk!”

Maar alles bij elkaar was bijna drie maanden Amsterdam toch vooral erg lang. De tijd die hij kwijt was aan trainingen en tactische besprekingen, die kwam hij nog wel door. Dat was gewoon werk en in principe niet anders dan in de Verenigde Staten. Maar al die uren die daarnaast nog overbleven, wat moest hij daar in hemelsnaam mee. Een bezoek aan een museum? Hou toch op, heeft-ie een bloedhekel aan. Het enige museum dat hij in Amsterdam van binnen heeft gezien, is het sex-museum. En dan nog alleen omdat zijn maten hem mee naar binnen sleurden, zegt hij met een brede grijns. De bollenvelden dan, of Volendam? Hij schudt zijn hoofd. Al die toeristen-dingen, dat is niks voor hem. Zoals uit eten gaan in Nederland ook niks voor hem is. Overal heeft hij Italiaanse, Indonesische en Chinese restaurants gezien, maar gourmet-maaltijden (zoals hij pasta- en rijstgerechten noemt) kunnen hem niet bekoren. “Geef mij maar een een lekker groot stuk vlees, een steak of een hamburger. Maar waar vind je dat in Amsterdam? De porties zijn hier meestal zo klein, dat ik vaak om een uur of negen 's avonds nog een pizza naar m'n kamer liet brengen.”

Op zijn kamer in het Holiday Inn, het hotel waar alle Admirals-spelers gedurende bijna drie maanden verbleven, heeft hij alles bij elkaar eigenlijk nog de meeste tijd doorgebracht. Een beetje hangen op bed, tv-kijken en wat ouwehoeren met zijn kamergenoot. Iedere dag opnieuw, hij moest tenslotte toch wat? Soms vroeg hij zichzelf dan weleens vertwijfeld af wat een Amerikaanse American football-speler als hij zelf toch in godsnaam in Nederland deed. Misschien vroeg hij dat zich ook wel af in die laatste minuten van het duel tegen Frankfurt.