'Don't pingel, Peper'

Ik was een typische midvoor, echt een lepe spits, te vergelijken met Feyenoorder Jozsef Kiprich. Ook ik kwam zo nu en dan wat dromerig over in het veld, maar dat was voor een belangrijk deel gespeeld. De tegenstander in slaap sussen en dan toeslaan.

Van mijn 17de tot mijn 23ste heb ik profvoetbal gespeeld, bij RCH in Haarlem. Lesley Talbot was mijn coach. Een fanatieke Engelsman, een prachtige man die een mengelmoes van Nederlands en Engels sprak. Don't pingel, Peper, zei hij vaak.

Een student in het betaalde voetbal was toendertijd een ongewoon fenomeen. Als ik m'n dag niet had, fluisterde het publiek dat die Peper waarschijnlijk met z'n hoofd bij een onderzoek was. Ook op de soci√ęteit in Amsterdam was ik een buitenbeentje. Voetbal had in die kringen een hoog vulgariteits-gehalte, tenzij je bij een chique club als HFC speelde. Op beide fronten was ik een vreemde eend in de bijt. Maar die combinatie, die wisselwerking tussen beide werelden vond ik een verrijking van mijn leven.

Men zag mij als een groot talent en tal van clubs toonden interesse. Maar mijn maatschappelijke toekomst stond voorop. In 1963 vertrok ik voor mijn studie naar Oslo. Toen ik het jaar daarop terugkwam, kwam ik aanvankelijk terug in het eerste. Maar de toenmalige coach zette me na een ruzietje in het tweede. 'Niet verstandig van je', zei ik tegen hem. Ik was overtuigd van mijn eigen kwaliteiten. Zelfrespect is je basis, anders lukt 't nooit.

Het profvoetbal heeft mijn karakter gevormd. Absoluut. Dat maatschappelijke belang van topsport onderkende ik al vroeg. Op jonge leeftijd leren samenspelen, het onder spanning moeten presteren onder het toeziend oog van duizenden mensen. Als je faalde, kreeg je de wind van voren. Dat heeft mijn maatschappelijke weerbaarheid gesterkt. Bovendien heeft de sport mij geleerd te relativeren. Dat kwam later uitstekend van pas. Zeker in de politiek.

Sinds zes jaar voetbal ik niet meer wegens een chronisch gebrek aan tijd. Maar de aandrang is er nog steeds. Misschien bij de veteranen van VOC in Rotterdam.