De herrijzenis van een CDA-denker

Hij was dood en begraven, maar nu leeft hij weer: Kees Klop, adjunct-directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. November 1992 sprak hij de welhaast profetische woorden over Elco Brinkman, toen nog gevierd kandidaat-politiek leider van zijn partij. Maar profeten hebben het volgens de bijbel nooit erg gemakkelijk gehad, dus ook niet binnen het CDA.

“Brinkman is geen echt politiek leider”, zei Klop in 1992 tegen Elsevier. Hij meende dat de toenmalige fractieleider te bestuurlijk was ingesteld, te weinig herkenbaar was als christen-democraat, en “te weinig ideologische bevlogenheid” had. En als Brinkman al een ideologisch verhaal hield, dan riekte dat “al gauw naar truttigheid en fatsoensrakkerij” aldus Klop. Hij was de eerste van min of meer prominente CDA-ers die deze kritiek uitte.

De partij deed Klop ogenblikkelijk in de ban. Zijn directe superieur, directeur J. van Gennip, was razend, Brinkman zelf niet minder. Klop moest een excuusbrief aan de toekomstig leider schrijven, en werd vervolgens op ziekteverlof gestuurd. In zijn afwezigheid gonsde het binnen het CDA van de praatjes dat Klop gefrustreerd was omdat hij zelf net voor het directeurschap van het 'WI' was gepasseerd.

Brinkman is al een tijdje weg, maar dat Klop terug is blijkt pas nu. Op diverse fora en bijeenkomsten waar men eerder directeur Van Gennip zou verwachten, duikt Klop weer op. Zo verving hij vorige week Heerma, politiek leider van het CDA, op een bijeenkomst van het wetenschappelijk bureau van de VVD. Vandaag trad Klop op bij een wetenschappelijk symposium over de toekomst van politieke partijen.

Minzaam verklaart Klop desgevraagd dat zijn optredens gewoon voortvloeien uit zijn taakverdeling met Van Gennip, al voegt hij er wel meteen aan toe het prettig te vinden aan zijn woorden uit 1992 herinnerd te worden. Collega's en ex-collega's van de adjunct-directeur denken dat er meer aan de hand is en spreken van een herrijzenis van Klop. Het wachten is volgens hen alleen nog op intrekking van de excuusbrief. (KV)