Brede bijval voor de exotische multi-culti-festivals

World Roots Festival: 21 t/m 25/6 's avonds Melkweg. Daarnaast 24/6 om 15.30 uur The Sera-Med Monniken en 25/6 vanaf 14.00 uur Openlucht theater Vondelpark: Timbila Ta Venasi, het Rosenberg Trio, Raïland en Mi Oso es mi Kas.

Salif Keita: The Mansa of Mali (Mango 522 075-2). Distr. Polygram. Boukan Ginen: Jou a Rive (Xenophile 4024). Distr. Music & Words. World Roots Live 92-93 met o.a. Usmanova, Zap Mama en Baaba Maal (MW 3007). Distr. idem.

Iedereen houdt van wereldmuziek, zeker in Nederland. En dat is begrijpelijk, want wie zou er niet te vinden zijn voor gratis klanken uit den vreemde, gegarneerd met exotica van eetbare aard: moksi meti uit een macro-pan, taco's met hete saus, sjisj kebab of couscous met stooflam. Dus was het ondanks de koele en bezwangerde Hollandse luchten druk op de festivals die de (derde) wereld deze maand een warm hart toedroegen: Dunya (v/h Poetry Park) in Rotterdam, Mundial in Tilburg en, gisteren nog, Spectrum in Schiedam. En er komt nog meer: het Afrika Festival in Borne, Rainbow in Dordrecht en het Open Tropen Festival in Turnhout, vlak over de grens met België, om er maar enkele te noemen.

Zoals zo'n tien jaar geleden iedere zichzelf respecterende gemeente streefde naar een eigen jazz en/of bluesfestival (er zijn er deze zomer weer een stuk of vijftig), zo lijken nu steeds meer entrepreneurs aangestoken te raken door het multi-culti gevoel. Een heel 'goed' gevoel blijkbaar, gezien de sponsors die er achter staan: nu eens niet vooral de rook-en drankboeren bij wie de jazz zich zo thuis bij maar ook eerzame instanties als Vastenaktie Nederland, de Novib of de Stichting Medelanders van Overal en Nergens.

Dat deze instellingen ook artistiek het beste met de mensen voor hebben blijkt uit de programma's. Yuldus Usmanova uit Oesbekistan, Remmy Ongala uit Tanzania of Baaba Maal uit Senegal, het zijn attracties van niveau waar ook ook commerciële ondernemers zich niet voor zouden hoeven schamen. En dat doen zij ook niet: Usmanova en Ongala zijn niet van de podia weg te slaan en Baaba Maal wordt flink gepusht door megamaatschappij Polygram.

Dat geen van deze drie is te horen op het World Roots Festival dat woensdag in de Melkweg in Amsterdam begint, heeft diverse redenen. In de eerste plaats speelt een rol dat deze attracties te groot en dus te duur worden voor de wat capaciteit betreft beperkte zaal. Daar komt bij dat de Melkweg deze attracties al lang had staan toen zij als 'naam' nog niet veel betekenden. Ongala zat in '89 in het World Roots-programma. Baaba Maal speelde er in datzelfde jaar. En Usmanova debuteerde op de World Roots editie van '93.

Goede acts ontdekken, in elk geval in een vroeg stadium boeken, en ze vervolgens zien vertrekken naar grotere entourages: de Melkweg heeft er ervaring mee. En doorgaans ook vrede, zoals Frans Goossens, sinds jaar en dag programmeur van het festival, bij een eerdere gelegenheid al eens onderstreepte. “Je kunt dat soort dingen jammer vinden, maar het is een normale ontwikkeling. En eigenlijk hoort het ook zo. Je wilt de dingen waar je in gelooft toch graag zien groeien? We hebben de voortrekkersrol en kunnen vaak trots zijn op een primeur.” Zoals die van Zap Mama en Youssou N'Dour, dit jaar net als Baaba Maal nota bene aanwezig op het twintigste North Sea 'Jazz' Festival in Den Haag.

Het World Roots Festival, een vervolg van het in '83 begonnen Africa Roots, brengt in de komende editie één echte ster: de Malinese albino-zanger Salif Keita, van wie vandaag de anthologie The Mansa of Mali wordt heruitgebracht. Verder zijn er vooral debuten waarbij er, naar het zich laat aanzien, ook veel zal zijn te zien. Zoals bij het Cubaanse vrouwenorkest Son Damas, dat hopelijk meer geluk heeft dan hun collega's van het Orquesta Anacaona die in '93 op het vliegveld van Havana bleven steken, net als in datzelfde jaar Les Amazones de Guinée, zij het op een ander vliegveld. Dat de wereld kleiner wordt, is soms maar schijn.

Bij de via een Frans agentschap gecontracteerde 'Gitans du Rajasthan' uit noordwest-India wordt, als de voortekenen niet bedriegen, niet alleen driftig met rokken gezwaaid maar staat ook het bezweren van slangen op het programma. De van Tibet naar India uitgeweken Sera-Med monniken beheersen behalve het bidden ook het blazen op enorme toeters, maar hoe dat klinkt weet tot nu toe alleen de Dalai Lama. Ze voeren hun heilige act zaterdagmiddag op. Bij de Mexicaanse brassband Banda el Recodo kan men zich op grond van de foto al het een en ander voorstellen: een overvol podium en veel kleurige kostuums. Dat dit 17-mans orkest een flink kabaal maakt, bleek uit een samenvatting van Mundial, die vrijdag werd uitgezonden door de KRO-tv.

Slechts één onbekende act heeft meer dan een foto en een gammele cassette vooruit gestuurd: het uit Haïti afkomstige tentet Boukan Ginen. Jou a Rive is de titel van hun cd, Creools-Frans voor 'Le jour arrive' waarop menige harde noot wordt gekraakt over de ellendige toestand op de linkerhelft van het eiland Hispanolia. Zanger Eddy François heeft een hoge en doordringende stem die goed past bij zijn messiaanse rol en het koor dat met hem in dialoog treedt zingt scherp en fel. Wat typisch Haïtiaans is, wordt daarbij niet duidelijk want de muziek gaat vrijelijk alle kanten uit: naar Zuid Afrika en Jamaica en vooral naar Brazilië. En bij een liedje als Lib dat over vrede gaat, raak je helemaal uit de koers: wat moet een sociaal bewogen groep uit Haïti met een smartlap in Italiaanse songfestival-stijl? De wereld wordt wel steeds kleiner maar daarmee niet automatisch veel helderder.