Arnhemmer tobt met vijf ton (1)

Een Arnhemmer op leeftijd beheert een portefeuille van vijf ton, gevuld met spaarrekeningen en beleggingsfondsen. Hij gaat risico's uit de weg en wil niet teveel belasting betalen. Een doorsnee belegger dus. Sinds kort tobt hij over de inhoud van zijn spaarpotje: is die nog wel veilig en past de opbouw bij de financieel-economische werkelijkheid. Graag een wijs oordeel, luidt het slot van zijn brief.

Wat is (eigen)wijs? Misschien de asset planner van bank Mees Pierson? Dit is een brochure met vragen die een belegger zelf moet beantwoorden en samen met een bankconsulent helpt bij het verdelen van een vermogen over de verschillende categorieën (aandelen-, obligaties-, onroerend-goed, groei- en andere fondsen) beleggingsfondsen, de asset allocation. Wanneer men die fondsen via de bank koopt en verkoopt, geeft de afdeling private banking funds service informatie over de tientallen fondsen (waaronder 'eigen'), markten, branches, regio's en landen. Daarbij geeft de afdeling iedere deelnemer persoonlijk aan of het raadzaam is de samenstelling van een privéportefeuille te wijzigen. Maar die deelnemer beslist zelf over wijzigingen en blijft verantwoordelijk voor het beheer. Hoe werkt de planner in de praktijk? De proef op de som met de gegevens van de lezer, die in de 50% belastingschijf valt. De eerste vraag luidt: Wilt u de ontvangen rente en dividenden direct weer beleggen (herbeleggen) of incasseren? Het antwoord “Ja, en ik zie voorlopig geen verandering” levert 125 punten op. Het antwoord “Ja, voorlopig herbeleggen, maar binnen 5 tot 10 jaar zal ik rente en dividend opnemen om mijn inkomen aan te vullen” - daar kiest de lezer voor - levert 60 punten op. Vraag twee: Wilt u binnen 5 jaar over (een gedeelte van) uw fondsen beschikken? Het antwoord “Nee, zelfs niet binnen 10 jaar” is goed voor 75 punten. De man uit Arnhem denkt de helft nodig te hebben en scoort daarmee 30 punten.

Hoeveel jaren ervaring hebt u met beleggen in aandelen? “Geen ervaring” brengt nul punten op het scorebord.

De volgende vraag test de houding ten aanzien van beleggen in aandelen met behulp van vier stellingen, waarvan de invuller er een moet kiezen. Hij past bij “heb niet eerder in aandelen belegd, het risico lijkt mij acceptabel.” Goed voor 35 punten. De slotvraag test het incasseringsvermogen: Welke waardedaling wilt u accepteren in een slecht beleggingsjaar? Stoere knapen kruisen het hokje “meer dan 15%” aan en verdienen 75 punten. De briefschrijver kiest tussen 5 en 10% en krijgt 35 punten. De totaalscore komt uit op 160 punten. En dan? De bedenkers van de test koppelen de uitslag aan een beleggersprofiel. Bij het maximum resultaat van 400 of meer punten hoort het profiel 6, een belegger die voldoet aan de volgende kenmerken:

niet op (middel)lange termijn afhankelijk van het belegde vermogen;

pur sang aandelenbelegger, jaren ervaring met schommelingen van de markt;

geen problemen met risico's of negatieve resultaten;

alert en dynamisch belegger;

verwacht 12 tot 13% rendement op lange termijn;

accepteert fluctuaties tussen -30% en plus 60% per jaar.

De vijftonner past met de score van 160, het is maar een ruwe schets, in profiel 2:

op korte termijn zeer afhankelijk van het belegde vermogen;

op lange termijn is een flink deel van het vermogen bestemd voor reeds bekende verplichtingen;

ervaring met beleggen;

ervaart fluctuaties als onaangenaam;

verwacht 7 - 8% rendement op lange termijn;

accepteert fluctuaties tussen -7% en plus 22%.

De vermelde rendementen zijn bruto. Het netto resultaat hangt onder meer af van de fiscale opzet van de gekozen fondsen en de persoonlijke fiscale situatie. Percentages en fluctuaties zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en geven geen zekerheid voor de toekomst.

Bank en cliënt spreken samen af welk profiel het best past. Bij elk profiel hoort een specifieke, globale (met een boven- en ondergrens) verdeling van vermogen over fondscategorieën. De juiste verdeling (volgens Mees) van een profielportefeuille hangt af van de actualiteit en zal dus in de loop van de jaren veranderen.

De globale portefeuille 2 (van de tobbende lezer) ziet er zo uit: aandelen 10 - 30%, onroerend goed 5 - 15%, obligaties 30 - 60% en liquiditeiten 10 - 50%.

Portefeuille 6 (van die volbloed belegger) is overzichtelijk: 100% in aandelen.

(wordt vervolgd).