'Arm Chiapas heeft geen geld nodig, alleen vrede'

AMSTERDAM, 19 JUNI. Na anderhalf jaar moeizaam onderhandelen, is er nog geen vrede in de zuidelijkste deelstaat van Mexico, Chiapas. Het vredesoverleg tussen de Mexicaanse regering en de guerrillabeweging EZLN is vorige week opnieuw stopgezet. Samuel Ruíz, bisschop van San Cristóbal de las Casas in Chiapas, wordt door de regering beschouwd als een onversneden sympathisant van de zapatistas, die wedijveren voor meer rechten voor de inheemse boerenbevolking. Toch ging de regering ten slotte akkoord met zijn benoeming als voorzitter van de bemiddelingscommissie. Ruíz (70), na 35 ervaring in het straatarme Chiapas nog steeds een optimist, was gisteren op doorreis in Nederland.

Voordat er íets van verandering en sociale rechtvaardigheid voor de indianen in Mexico kan terecht komen, moet het regeringsleger zich uit Chiapas terugtrekken en moet het EZLN de wapens neerleggen die het op 1 januari vorig jaar opnam, zegt Ruíz. “Pas als er vrede is, kan in Mexico een echte democratiseringsgolf op gang komen. Verandering moet worden gedragen door ongewapende burgers en niet door legers.”

De klip waarop het overleg vorige week strandde was een symbolische: het bezit van het dorp Guadelupe Tepeyac. Daar begon de opstand van het EZLN vorig jaar en van daaruit werden de guerrilla-activiteiten gecoördineerd. Vier maanden geleden bezette het federale leger Guadelupe Tepeyac opnieuw, en nu wil geen van beide partijen het dorp afstaan aan de tegenpartij.

Toch zegt Ruíz dat bij de hervatting van het overleg, op 4 juli, ook hiervoor een oplossing zal worden gevonden. “Want beide partijen willen vrede”. Hij benadrukt dat het EZLN, onder leiding van zijn charismatische leider 'ondercommandant Marcos', nooit een burgeroorlog of de macht heeft gewild. “De zapatistas wilden slechts de benarde positie van de indianen in Mexico aan de orde stellen.”

Ruíz is ervan overtuigd dat het EZLN bereid is de wapens in te leveren, indien hun eisen voor sociale hervormingen worden ingewilligd. Ook de regeringsdelegatie is uit op vrede, zegt hij. “De politieke wil van de regering-Zedillo om vrede te sluiten is er. Anders zou zij de dialoog niet steeds hervatten.”

Veel Mexicanen betwijfelen echter of de Revolutionaire Institionele Partij (PRI), wier systeem Mexico al bijna zeventig jaar domineert, wel echt vrede wil. Een akkoord met de zapatistas zou immers op een overwinning van de guerrilla kunnen lijken. Toegeven aan het EZLN zou het begin kunnen inluiden van de afbrokkeling van de macht van de PRI. Ruíz: “Sommige mensen in de PRI-top willen vrede en hervormingen, anderen niet”.

Zelfs als de Mexicaanse regering de vrede zou willen tekenen - mogelijk onder druk van Amerikaanse investeerders, die bang zijn voor een nieuwe financiële crisis als gevolg van aanhoudende onrust in het zuiden - volgen daaruit niet automatisch democratische hervormingen en erkenning van de mensenrechten van de indiaanse minderheid. “Vrede is maar het begin”, zegt Ruíz. “De hele bevolking moet achter hervormingen staan.”

Toch ziet hij een kentering in die richting. Hij wijst op de duizenden betogers die regelmatig naar het centrale plein in Mexico-Stad trekken en de honderden stedelingen die in 'solidariteits'-kampen in het oerwoud verblijven. Dat dat slechts een kleine groep middenklassers uit de hoofdstad is, verwerpt Ruíz. “Het zijn signalen dat de Mexicanen verandering willen.”

De schrijnende armoede onder de indiaanse boeren in Chiapas is slechts de top van de ijsberg in Mexico, zegt het EZLN. Veertig procent van de negentig miljoen Mexicanen heeft het niet veel beter dan zij. Daarom moeten de politieke, economische en sociale hervormingen volgens de zapatistas straks in het hele land worden doorgevoerd. Vorige week zei 'ondercommandant Marcos' tot ongenoegen van de regeringsdelegatie: “Een nieuwe revolutie is de enige manier om het bestaande politieke systeem te beëindigen.”

Ruíz bestrijdt de redenering dat de regering uit eigenbelang eventuele hervormingen beperkt zou willen houden tot Chiapas, zoals het EZLN beweert. “Deze strijd gaat om heel Mexico, dat weet de regering”, zegt Ruíz. De opmerking onlangs van een hoge vertegenwoordiger van het EZLN, dat de regering niet wil erkennen dat de zapatistas strijd een nationale is, verklaart hij zo: “De ene keer maakt het EZLN de regering verwijten, en de andere keer zegt de regeringsdelegatie de enige betrouwbare partij te zijn. Zo gaat dat. Ik heb de regering nog nooit horen zeggen dat zij geen nationale hervormingen nastreven.”Toch zullen hervormingen voorlopig hooguit in Chiapas plaatsvinden. Zo eisen de zapatistas erkenning van hun 'regering' van Chiapas onder leiding van de oppositie-politicus Amado Avendaño. Nadat de impopulaire PRI-gouverneur van Chiapas, Eduardo Robledo Rincón, in februari opstapte, wordt Avendaño door de vredesbemiddelaars gezien als mogelijke overgangsgouverneur. Hij zal een begin moeten maken met de herverdeling van landbouwgronden, implementering van de democratie en opbouw van het onderwijs en de gezondheidszorg, die het EZLN zo vurig wenst.

Volgens Ruíz kan Avendaño, als hij eenmaal is erkend, Chiapas succesvol besturen. “Hij is door het volk gekozen, dus is hij capabel”, zegt de bisschop. Dat datzelfde volk ook veel gouverneurs heeft gekozen die het niet capabel vindt, wil Ruíz niet horen. Ook als de regering Avendaño niet steunt met daden en geld, zal hij de wensen van de inwoners van Chiapas kunnen uitvoeren. “ Zij hebben democratie en gerechtigheid nodig - geen geld.” Ook niet om scholen te bouwen en wegen aan te leggen? “Nee, geld is geen prioriteit, alleen democratie.”