Zweden wil stop op houtkap Suriname

PARAMARIBO, 17 JUNI. Zweden dringt er bij de Surinaamse overheid op aan enkele contracten met Aziatische multinationals voor grootschalige houtkap op te schorten.

De activiteiten van de multinationals kunnen leiden tot ongecontroleerde ontbossing van het regenwoud, aldus de Zweedse ministers van industrie en van milieu. Ze schrijven dat in een brief aan de Surinaamse minister van natuurlijke hulpbronnen. De Zweden betogen dat met houtexploitatie weliswaar snel geld kan worden verdiend, maar dat duurzaam bosbeheer zoals in hun land op termijn meer oplevert.

De Surinaamse overheid heeft nog niet gereageerd op de brief. Het Surinaamse parlement moet zich nog over de contracten uitspreken.

Drie Aziatische bedrijven Musa, Berjaya en Suri-Atlantic hebben elk een concessie van ruim een miljoen hectare aangevraagd, vrijwel het gehele areaal aan exploiteerbaar Surinaams bos. Milieuorganisaties oefenen al maanden druk uit op Suriname om de concessies niet te verlene, uit angst voor een ecologische ramp. De Interamerikaanse Ontwikkelingsbankheeft Suriname voorgesteld de contracten drie jaar uit te stellen in ruil voor internationale hulp bij het opzetten van een controleapparaat en de infrastructuur voor ecologisch verantwoorde bosbouw.

De Zweedse ministers wijzen erop dat hun economie steunt op hout en houtprodukten, die bijna de helft van de export voor hun rekening nemen. Het land krijgt ook nog stijgende inkomsten uit het ecotoerisme. Dit zou niet zo zijn als eind van de vorige eeuw geen eind was gemaakt aan de overbekapping. Kaalkap kon worden voorkomen door doelmatig energieverbruik en verplichte herbebossing.

Een van de deskundigen die namens de Surinaamse overheid met de multinationals onderhandelen, ingenieur Iwan Krolis, heeft de kritiek deze week in een spreekbeurt van de hand gewezen. Hij vindt dat de concept-overeenkomsten met de bedrijven voldoende waarborgen bieden voor een verantwoorde exploitatie van de Surinaamse bossen.

Het gebied wordt volgens de jongste afspraken in arealen opgedeeld die in 25 jaar bewerkt zullen worden. Van elk areaal wordt slechts de helft bewerkt, waardoor op den duur een mozaiek zal ontstaan dat zichzelf kan herstellen. Blijkt dat bosherstel toch niet plaats te vinden, aldus Krolis, dan worden de overeenkomsten opgezegd. Controle op de multinationals hoeft volgens hem niet zo problematisch te zijn als kritici het voorstellen, indien met internationale hulp een Hout Instituut wordt opgezet.

Tegen de werkwijze van MUSA neemt Krolis stelling. Deze onderneming - de enige die reeds aan houtkap doet - is de afgelopen maanden herhaaldelijk beboet wegens kappen buiten het eigen gebied. Krolis zinspeelde erop dat MUSA geen nieuwe concessie zal krijgen.

De wereldwijde milieuorganisatie Conservation International heeft de lobby tegen de houtkap intussen opgevoerd. Maandag zijn met medewerking van deze organisatie de vier grootopperhoofden van de Surinaamse bosnegerstammen en drie indiaanse opperhoofden naar Brazilië gereisd om zich te oriënteren over eenvoudige landbouwmethoden. De vier bosneger-opperhoofden hebben in een brief een dringend beroep op de regering gedaan de onderhandelingen met de multinationale ondernemingen op te schorten, totdat de grondrechten van de binnenlandbewoners zijn geregeld. Deze week bracht Conservation International ook vijf parlementariërs naar Costa Rica om zich daar te oriënteren over houtkap en ecotoerisme.