Zes Iraniërs veroordeeld voor moord Bakhtiar

PARIJS, 17 JUNI. Een Franse rechtbank heeft gisteren zes Iraniërs bij verstek tot levenslang veroordeeld wegens hun aandeel in de moord op Shapoer Bakhtiar, de laatste minister-president van de laatste sjah van Perzië, in 1991.

Volgens de speciale rechtbank, die uitsluitend terroristische aanslagen behandelt, hebben twee van de beklaagden Bakhtiar en zijn secretaris in Bakhtiars appartement in een voorstad van Parijs gewurgd en daarna met een slagersmes de keel doorgesneden. De vier anderen, onder wie een voormalige medewerker van het Iraanse ministerie van telecommunicatie, hebben, aldus de rechtbank, de moordenaars geholpen om Frankrijk binnen te komen en na de moord weer te verlaten.

Levenslang is de strengste straf die Frankrijk kent voor terroristische vergrijpen. Zij wordt automatisch opgelegd als verdachten bij verstek aan het hun ten laste gelegde vergrijp schuldig worden bevonden. Mochten de veroordeelden voet zetten op Franse bodem dan moeten zij volgens de Franse wet opnieuw worden berecht.

Vorig jaar december werden de eerste vonnissen al uitgespraken naar aanleiding van de moord op Bakhtiar. Een rechtbank veroordeelde toen een Iraniër die met twee van zijn gisteren veroordeelde Iandgenoten Bakhtiar wurgde, tot levenslang. Een medeplichtige kreeg een straf van tien jaar. Een andere verdachte, een achterneef van de huidige Iraanse president Rafsanjani, werd vrijgesproken. De weduwe van Bakhtiar zei toen dat de uitspraak van de rechtbank “de leden van de Iraanse ambassade in Parijs in hun baarden deed lachen”. De oppositie heeft steeds gezegd dat het bewind in Teheran opdracht heeft gegeven tot de moord op Bakhtiar, die vanuit Frankrijk zware kritiek leverde op het Iraanse bewind.

De Iraanse oppositie reageerde gisteren opgetogen op de vonnissen. Een oppositionele groep, de Organisatie voor Mensenrechten en Fundamentele Vrijheden voor Iran, onderstreepte in een verklaring dat één van de veroordeelden een voormalig ambtenaar is. “De uitspraak van de rechtbank is een zware klap voor al diegenen die de betrokkenheid van het huidige Iraanse bewind bij het internationale terrorisme onder het tapijt proberen te schuiven”, aldus de verklaring.

In de Duitse stad Dortmund zijn gisteren ongeveer 10.000 Iraanse ballingen bijeengekomen voor een bijeenkomst van de Iraanse oppositie. Maryam Rajavi, de in Frankrijk wonende oppositieleidster die van de Duitse autoriteiten geen toestemming had gekregen om naar Duitsland te komen voor de bijeenkomst, riep de internationale gemeenschap via een op video vastgelegde boodschap op om een economische boycot tegen Iran in te stellen. “Een embargo tegen het huidige bewind is de wens van het Iraanse volk dat zijn natuurlijke rijkdom en hulpbronnen niet geplunderd wil zien door de mullahs (Iraanse religieuze leiders red) en niet wil dat geld wordt uitgegeven aan onderdrukking en de export van fundamentalisme en terreur”, aldus Rajavi. Volgens Rajavi, die door de in Parijs gevestigde Nationale Verzetsraad van Iran aangewezen is als toekomstig president van dat land, zou de zetel van Iran in de Verenigde Naties overgedragen moeten worden aan de oppositie. (AFP, AP, Reuter).