Wetenschap

MARCEL HULSPAS: Klinkklare wetenschap. Over dwazen en dwarsliggers

208 blz., Prometheus 1995, ƒ 24,90

Hebben Eskimo's tientallen woorden voor soorten sneeuw? Heeft een niet-inhalerende sigarenroker toch een verhoogde kans op longkanker omdat hij passief meerookt met zijn eigen dampen? Dat is het type vraagstukken dat wetenschapsjournalist Marcel Hulspas behandelt in de vrolijke columns over wetenschap die hij al enige jaren schrijft in het weekblad Intermediair. Ze zijn nu gebundeld in een boek, getiteld Klinkklare wetenschap.

Hulspas schrijft meestal over zaken die zich afspelen in de marge van de wetenschap: onverklaarbare verschijnselen, hardnekkige mythen of ondeugdelijk onderzoek. Hij laat zien dat ook serieuze, gewetensvolle wetenschappers er soms naast zitten onder druk van de omstandigheden. Een voorbeeld daarvan is de toxicoloog van de Universiteit van Zagreb die een verklaring zocht voor de herkomst van raadselachtige dunne draden die in 1992 uit de lucht kwamen boven Kroatië. Deze bleken dunner dan de dunste kunstvezels die synthetisch gemaakt kunnen worden in de fabriek. De draden waren door hun sterke kleverigheid zeer geschikt als voertuig voor de verspreiding van ziektekiemen. De Kroaat concludeerde daarom dat het hier moest gaan om een nieuwe methode van biologische oorlogvoering, ontwikkeld door het Servische leger. Hulspas maakt aannemelijk dat het herfstdraden van jonge spinnen moeten zijn geweest.

De toxicoloog mocht zich dan vergissen, landen in oorlog overwegen soms wel degelijk om naar de merkwaardigste wapens te grijpen, zoals blijkt uit een andere column. Wat te denken van het Amerikaanse plan om Tokio tijdens de Tweede Wereldoorlog te bombarderen met twee miljoen met tijdbommen behangen vleermuizen? President Roosevelt zag er wel wat in en het kwam zelfs tot een succesvolle proef met zes vleermuizen boven een verlaten Amerikaans vliegveld. Daarbij bleef het, want inmiddels hadden de Amerikanen met de atoombom een efficiënter wapen ontwikkeld.

Het bovenstaande is maar een greep uit de verzameling mooie verhalen die Hulspas' boek bevat. Het is de verdienste van deze wetenschapsjournalist dat hij niet blijft steken in anekdotiek: zijn analyses van ontspoord en bizar onderzoek werpen een helder licht op de aard van het wetenschappelijk bedrijf. Wetenschap blijkt een moeizaam proces, waarbij vaak pas na veel vallen en opstaan vooruitgang wordt geboekt.

Hoe vermakelijk het boek ook is, helemaal geslaagd is het niet, zeker niet wat de compositie betreft, een kwaal waar de meeste column-bundels aan lijden. De splitsing in drie delen is gezocht, want daarvoor is het thematische verband te zwak. De selectie en de bewerking van de eerder gepubliceerde columns hadden grondiger gekund: aan sommige stukken is nog te duidelijk af te lezen dat ze zijn geschreven onder druk van de journalistieke deadline.

De uitgever is bovendien slordig met de vormgeving omgesprongen. Zo is het niet erg fraai dat het voorwoord (met een storende fout) op een linkerpagina staat en dat het boek na de laatste column meteen ophoudt. Zelfs voor een verantwoording met de gebruikelijke vermelding dat het boek geen nieuw, maar al gepubliceerd werk bevat, was geen plaats meer.

Tot slot nog twee verlossende antwoorden. Nee, Eskimos hebben geen rijke woordenschat voor typen sneeuw. Het is een mythe: de Eskimo-taal bestaat niet eens. En voor de opvatting van de anti-rooklobby dat passief meeroken schadelijk is, zijn in de wetenschappelijke literatuur vooralsnog onvoldoende bewijzen te vinden. Sigarenrokers moeten zich volgens Hulspas wel zorgen maken over een verhoogde kans op lipkanker.