Terug naar Tanzania; Claus met Willem-Alexander op zoek naar het Afrika van zijn jeugd

Een sentimental journey mocht het niet heten, maar was het eigenlijk wel. Claus en Willem-Alexander bezochten afgelopen week Tanzania, het land waar Claus opgroeide. Oranje in Afrika, los van het vaderland, biedt een nieuwe blik op de kroonprins. Toch meer Claus dan Bernhard.

In het gastenboek in het districtskantoor in Lusotho hebben ze zo getekend: 'Willem-Alexander Holland', staat er kortweg. Eronder tekende Claus een pijl in de richting van de naam van zijn zoon met de toevoeging 'father of'. En zo is het ook: Claus en Willem-Alexander zijn in Tanzania op reis als vader en zoon.

Lusotho en omgeving, het gebied van de Usambara mountains, is voor prins Claus een bijzondere omgeving. Hij woonde als jongen tien jaar in Tanzania, zijn vader was er planter op een sisalplantage en hij omschreef die tijd later als de “meest opwindende en gelukkigste periode van mijn jeugd.” Hij bleef er steeds terugkomen: eerst als Duits diplomaat, later met zijn echtgenote en daarna nog vele keren als ontwikkelingsdeskundige. Nu is hij er voor het eerst met zijn oudste zoon en reist hij langs de plaatsen die hem dierbaar zijn.

Een sentimental journey mag het niet heten al is het dat natuurlijk wel. Het is voor Willem-Alexander terug naar de roots van Claus, naar de jeugd van zijn vader die hij tot dusverre alleen uit verhalen kende. Maar voor Willem-Alexander heeft de reis meer betekenis. Voor het aanstaande staatshoofd vormt het bezoek aan ontwikkelingsprojecten in Tanzania een deel van zijn opleiding op een in Nederland nog altijd belangrijk en tegelijk ook gevoelig beleidsterrein. Claus behoort zo ongeveer tot de stamvaders van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Hij is bijzonder adviseur van de minister van ontwikkelingssmanwerking en daarnaast inspecteur-generaal en ere-voorzitter van de particuliere ontwikkelingsorganisatie SNV. Hij weet als geen ander hoe moeilijk het werk is, hoeveel mislukkingen er zijn, en hoe stevig het beleid inmiddels ook ter discussie staat.

En Willem-Alexander, wat wist hij al van Afrika, van Tanzania, van het ontwikkelingsbeleid? Het grote publiek kent hem niet als een Afrika-expert, wel als een geoefend vlieger. Met zijn avontuurlijke vluchten naar het voormalige Joegoslavië en met zijn grote belangstelling voor het militaire bedrijf leek hij meer een Bernhard dan een Claus. Meer gericht op bravoure, op het snellere werk dan op het serieuzere en meer beschouwende deel van het leven.

Misschien dat de reis ook een bijdrage moest leveren aan het profiel van een 27-jarige jongeman die zijn moeder moet opvolgen als staatshoofd. Juist Beatrix weet met haar serieuze belangstelling en perfectionistische inslag als vorstin gezag af te dwingen bij het Nederlandse volk. Het ambt van koning vraagt meer dan het voltooien van de elfstedentocht, een academische opleiding en een opleiding tot piloot. De samenleving moet ook de indruk hebben dan de toekomstige monarch breed is ontwikkeld als hij tot de troon wordt geroepen. Kennis van het ontwikkelingsbeleid, dat in Nederland breed gekoesterde en bijna heilige beleidsterrein, is dan een belangrijk facet voor de kroonprins.

Claus en Willem-Alexander reisden al eerder samen, naar Indonesië bijvoorbeeld. Dat hielden de Oranjes welbewust privé. Inmiddels is het stadium aangebroken dat het publiek mag meekijken hoe de kroonprins zich manifesteert. Een kleine journalistieke delegatie, De Telegraaf, RTL en NRC Handelsblad, mocht nu meereizen naar Tanzania. Hen werd niet veel in de weg gelegd, maar ze mochten niet alles meemaken. Zo hielden vader en zoon hun bezoekjes aan de plaatsen waar Claus opgroeide privé.

Ontbossing

Terug naar Afrika, terug naar Lusotho. Voor Claus is het niet alleen terug naar het land van zijn gelukkige jeugd van vroeger, maar ook een confrontatie met de harde werkelijkheid van vandaag. Het is heimwee en teleurstelling tegelijk. Het gebied was in het Tangayika van zijn jeugd een eldorado. “Vroeger had je hier smalle wegen met hoge bomen en er boven groeide alles samen als in een grote kathedraal”, mijmert hij. De ontbossing die hij nu in deze streek moet waarnemen, ervaart hij dan ook als verschrikkelijk. “Juist Lusotho en de omliggende regio had een bijzonder mooi oerbos.”

Met Willem-Alexander raakt hij in het districtskantoor in Lusotho in discussie met Afrikanen uit het gebied. Claus: “Vroeger stonden hier allemaal bomen, waar zijn die gebleven?” Zijn gesprekspartners leggen omzichtig uit dat de bomen door de bevolking zijn gekapt voor eigen gebruik. Willem-Alexander: “Dat is dan een verkeerd gebruik.”

De ontmoeting geeft aardig aan hoe vader en zoon hun gesprekspartners testen. Claus treedt zijn Afrikaanse gastheren hoffelijk en ad rem tegemoet. Willem-Alexander is zakelijker en scherper, ongeduldiger ook. Als de inleidingen bij het bezoek aan een project te lang uitvallen, de flap-over teveel cijfers over de produktie van teveel soorten landbouwgevassen bevat, werpen ze elkaar een korte blik toe. Ze hebben geen woorden nodig om elkaar te verstaan.

Hoe is hun omgang op deze reis? Willem-Alexander koestert zijn vader als de deskundige-bij-uitstek. Hij luistert nauwgezet naar diens vragen en de antwoorden die hij krijgt. Stelt zich bewust ook op in de schaduw van zijn vader. “Ik ben hier om veel te leren van mijn vader, die weet er zoveel vanaf”, legt hij later uit. Bij een gesprek tussen Claus en de journalisten beperkt hij zich tot korte aanvullingen op de uitleg van zijn vader. Bij een latere televisie-opname luistert hij, staande achter de cameraman, aandachtig naar de antwoorden die zijn vader geeft. Willem-Alexander houdt welbewust een laag profiel: uit respect voor zijn vader en omdat zijn positie geen betweterij noch onbezonnen enthousiasme toestaat, ook niet op een priv-reis.

Voor Claus is zijn zoon een oogappel. Nadrukkelijk stelt hij hem voor als zijn zoon, bij ontmoetingen met locale autoriteiten. Als Willem-Alexander bij een bezoek wordt omringd door een menigte Afrikaanse jongetjes klimt Claus op de motorkap van een Landrover om het tafereel met zijn fototoestel vast te leggen. Daar is in Afrika ruimte voor, dat doe je nu eenmaal niet op Prinsjesdag aan het Binnenhof of bij een Koninginnedagbezoek in eigen land.

Gehobbel

Hoe onderging Willem-Alexander zijn scholing in Afrikaans ontwikkelingswerk?Hij was, anders dan het grote publiek weet, vaker in Afrika. Enkele jaren geleden vloog hij een paar weken voor de hulporganisatie 'Flying Doctors' in Kenia en bezocht hij in dat land, en ook in Tanzania, niet-Nederlandse ontwikkelingsprojecten. Hij stelt zich naast zijn vader bescheiden op, hij laat zijn reserves over de ontwikkelingen in Tanzania achterwege. Binnenskamers, op de ambassade in Dar-es-Salaam en op locatie bij de besprekingen over de projecten toont hij grote kennis van zaken. “Hij kent het ontwikkelingsdossier, hij weet wat er om gaat”, constateert een ambtenaar van Ontwikkelingssamenwerking die de reis meemaakt.

Willem-Alexander is zo meer een Claus dat het grote publiek denkt, meer betrokken bij het ontwikkelingswerk dan hij tot nu toe naar de Nederlandse samenleving liet blijken. Maar hij is tegelijk ook kritischer over ontwikkelingen dan hij openlijk kan aangeven. Het corset van de ministeriële verantwoordelijkheid knelt voor hem ook in Afrika, hoe ontspannen het op de reis misschien ook toe mag gaan.

Hoe gaat dat op locatie in tropisch Afrika? Een rij witte Landrovers schuift moeizaam over slecht begaanbare wegen. Veel gehobbel en gebots, ook voor de prinsen. Hun auto is niet als zodanig herkenbaar, een koninklijke standaard ontbreekt. Zelf zijn ze ook behoorlijk incognito: in hun vrijetijdskleding zijn ze niet te onderscheiden van de rest van het Nederlandse gezelschap. De knellende conventies van hun officiële bestaan in eigen land vallen hier weg, de strenge bewaking van alledag is afwezig en de Afrikaanse bevolking is onbedwingbaar vriendelijk en spontaan.

Ergens in de omgeving van Lusotho krijgen de prinsen een vorstelijk onthaal. Het dorp is met honderden tegelijk uitgelopen en omstuwt de prinsen. Islamitische vrouwen geven met een hoog stemgeluid de traditionele welkomstgroet, mannen jagen de opdringerige kinderschare opzij en hand-in-hand met een Tanzaniaans jongetje loopt Claus naar het project van die dag. De aanleg van terrassen, die op de omliggende hellingen de schaarse cultuurgrond moeten vasthouden. Het dorp volgt de gasten in een ongedwongen, vrolijke sfeer. Als de prinsen terugkeren naar hun auto's, sluiten de vrouwen en meisjes de prins zingend en deinend in hun midden op. Hij ondergaat de huldeblijken welwillend en lachend. Pas als het te wild wordt, ontzetten Afrikaanse officials de prins.

Buiten het strenge toezicht van zijn moeder, zonder de last van de gossipbladen en omgeven door een informeel gezelschap is de kroonprins in de gelegenheid in Afrika zichzelf te zijn. Even kan hij weer terug naar de vrijheid van zijn studententijd, is er weer gelegenheid om te dollen en te ontspannen. Zijn sparringpartner op deze reis is Hans Simons, de wethouder van Rotterdam die als voorzitter van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV de gastheer is van de prinsen.

Tijdens een projectbezoek ziet Simons een Tanzaniaans jongetje met een zelfgemaakte voetbal. Hij is meteen enthousiast en roept: play the ball. “Ja, Feijenoord kan nog wel een paar aankopen gebruiken”, commentarieert Willem-Alexander. Na een paar een-tweetjes schiet Simons de bal onverwacht naar de prins van Oranje; “Verkocht”, roept Simons en reikt Willem-Alexander quasi-serieus de hand om de transactie te bezegelen. Het Nederlandse gezelschap lacht en de Tanzaniaanse jongetjes kijken niet begrijpend toe.

De Afrikaanse bevolking blijft de prinsen bejubelen. Op weg naar de lunch passeert de kolonne een dorp waar een zanggroep, zwaaiend met palmtakken, het voorbijrijdende gezelschap toezingt. En bij de locatie voor de lunch van die dag staan Tanzaniaanse kinderen de prinsen met brassmuziek op te wachten. De jonge muzikanten zijn merendeels op blote voeten, maar spelen enthousiast op hun blaasinstrumenten. Midden in het Tanzaniaanse berglandschap klinkt naast traditionele Afrikaanse liederen opeens christelijke muziek. Zoals: “Dankt, dankt nu allen God, met blijde feestgezangen.' De tekstboekjes van de brassband blijken afkomstig van de Duitse Jongemannenbond en stammen nog uit de tijd van voor de onafhankelijkheid van Tanzania. 'Lobt Gott, deel I', staat er op de omslag.

Zo beleven Claus en Alexander niet ver van de evenaar, een Afrikaanse versie van koninginnedag, waarvan de spontaniteit hen overweldigt. “Ik vind het heerlijk om hier te komen, het spontane van de mensen spreekt me erg aan, in Europa gaat het soms zo geforceerd”, zegt Willem-Alexander later in kleine kring.

Afrika, en Tanzania in het bijzonder, is voor de Oranjes meer dan zo maar een bestemming. Het is ook een uitwijkplaats, verder dan Lech of Porto Ercole, en met een grotere vrijheid. Bernhard had vroeger een buiten in Tanzania, waar hij naar toe trok om te jagen, Claus heeft door zijn Tanzaniaanse jeugd een heimwee-relatie met het land en Willem-Alxander is hard op weg om het land te koesteren. “Door alle verhalen van mijn vader wist ik veel van het land, ik begin nu ook gek te worden op Oost-Afrika. Als ik in Europa ben en als het iets te vol lijkt te worden, dan ben ik vaak in gedachten hier.”