Column

Schreeuwlelijk

Nederland heeft het smerigste zwemwater van Europa, maar dat laat Groot-Brittannië zich geen twee keer zeggen.

“Zinken met dat booreiland”, riep Major. Ondertussen schreeuwt Shell paginagroot hoe milieuvriendelijk deze methode is. Veel Nederlanders vinden het heel erg wat Shell doet en als zij daar geen air miles hadden zouden zij er zeker niet meer tanken. Ontroerend. Verpletterend zelfs. Om je air miles de wereld naar de kloten laten gaan. Er komt een beeld op mijn netvlies. 1972. Sinterklaasoptocht in Amsterdam. In de stoet reden reclamewagens en eentje was van een sigarenfabrikant. De sigarenboer liet Zwarte Pieten doosjes met daarin twee sigaartjes naar het volk gooien. In mijn herinnering ging het om Agio-Tip, met zo'n plastic mondstukje. De vaders vergaten hun kinderen en wierpen zich op de gratis doosjes. Twee mannen vochten tot bloedens toe. Eentje had een peuter op zijn nek en liet het kind vallen. Sinds die dag snap ik alle Bosnische Hutu's en Servische Tutsi's. Om een doosje sigaren. Om de air miles. Meer is het niet. Als ik er maar beter van word.

De wereld is ons speeltje en we geven de fles pas terug als hij leeg is. Er hangen borden aan de pui: alles moet op. Een vijfde baan op Schiphol. Natuurlijk vroeg Milieudefensie of ik tegen deze verslindende onzin wilde protesteren. Maar ik wilde niet. Ik vond het hypocriet van mijzelf en heb het door een collega laten opknappen. Hij had net per vliegtuig de hele wereld rondgereisd en legde terecht een pakje boter op zijn hoofd.

Aanstaande week vertrek ik naar Zuid-Amerika. Waarom? Om de Amazone-indianen te steunen in hun protest tegen het meedogenloze kappen van hun regenwouden? Nee hoor. Mijn zusje woont daar en ik geef een paar voorstellingen op Curaçao. Volgens mij zit Shell daar ook. Dus zie ik mij na afloop van de voorstelling staan discussiëren met een Shell-blazer en hij verdedigt het afzinken van het vervuilde platform. Mevrouw De Boer in Almere haalt ondertussen haar vingers open omdat zij het nietje uit haar theezakje peutert. Dit nietje mag namelijk niet in de groene bak. Vandaar.

Ik bestel nog een pilsje en maak een snorkelafspraak met de Shell-meneer. We gaan genieten van de zeebodem. Bij Curaçao schijn je het beste te kunnen snorkelen en duiken. Prachtige zeebodem. Die Shell-meneer weet er alles van. Zijn vrouw staat verderop te golfen en komt bijna klaar als zij een bal van een meter of tien afstand in één keer in het gaatje put. Misschien mogen wij daar wel langer blijven. Waarom? De KLM-piloten gaan staken. Heerlijk. Dat is pas goed. Kan ik een dag langer luieren en 's avonds in de schaduw van de plaatselijke Van der Valk beloof ik mijn vrouw een liefdesbaby. Een jongetje. Een negertje. Een lekker, slank, atletisch negertje dat later heel trouw voor ons zorgt als wij oud en eenzaam zijn. Hoe kom je aan een negertje? Even Utrecht bellen. Daar passen ze de nieuwste methode spermascheiding toe. En als ze ervoor kunnen zorgen dat er een jongetje in plaats van een meisje komt, moeten ze ook een negertje kunnen regelen. Als ik maar niet weer ethisch hoef te discussiëren. Ik word daar zo moe van. Gisteren begon een man tegen mij te kakelen dat een troepenmacht naar Bosnië ons land honderd miljoen gaat kosten.

“Dat is nog geen vier pilsjes per persoon”, sprak ik nuchter, “ik vind dat geen dure vrede.” Dit snapte de schat niet. Hij was zelf al aan zijn tiende versnapering. “Weet je wat jij bent, Van 't Hek? Een schreeuwlelijk!” zocht hij zijn gelijk. Mooi woord, dacht ik. Lekker werkwoord. Ik schreeuwlelijk!