Provence

RUDOLF BAKKER: Provence en Côte d'Azur

457 blz., geïll., Arbeiderspers 1995, ƒ 59,90

Wat beweegt een schrijver ertoe om zijn portret achter op een boek te zetten? IJdelheid? Ik weet het niet, maar zeker is dat de foto van Rudolf Bakker, op de achterzijde van zijn Provence en Côte d'Azur, een zekere bonhommie uitstraalt. Vage glimlach, dikke sigaar, tenminste drie knoopjes van het geruite overhemd geopend.

Bakker weet heel veel van de Provence en de Côte d'Azur. Hij woont dan ook al sinds 1974 in Frankrijk en gebruikte een deel van die jaren om in vierentwintig routes het gebied van de Camargue tot de Italiaanse grens voor ons uit de doeken te doen. Hij verhaalt kundig over de historie van bepaalde gebieden (met dien verstande dat Napoleon in 1815, terug van Elba, niet landde in Juan les Pins, of dat monument in Golfe Juan staat er voor niets), levert veel anekdotes en doet dat op een prettige manier. Helaas maakt ook Rudolf Bakker zich schuldig aan de irritante gewoonte een nieuw hoofdstuk te beginnen met zinnen als: 'We verlaten Arles langs de brede snelweg...', 'We zetten onze expeditie voort...', 'We rijden het schiereiland rond..', 'We keren terug naar de N 100'. Waarom toch niet gewoon aan een nieuw hoofdstuk of deel daarvan begonnen?

Verder mis ik ook wel enkele importante personen als, bijvoorbeeld, David Niven die jarenlang op St. Jean Cap Ferrat heeft gewoond en er zijn beroemde biografie The moon is a baloon schreef, de kleine en merkwaardige begraafplaats van Belgische soldaten op dezelfde kaap, het paleis van Rudolf Valentino in Juan les Pins. Waar is bijvoorbeeld het, inderdaad onvergetelijk opgetekende Villa America van de Murphy's? Volgens mij van de aardbodem verdwenen. En wat was de rol van Hemingway in het leven van de Fitzgeralds (ruzie om een prachtig huis, dat nu Hotel 'Belles Rives' Juan les Pins is geworden)?

Ook een enkele opmerking als die over Golfe Juan “waar jachten in de haven liggen die nooit met eerlijk geld kunnen zijn verdiend” zou ik niet voor mijn rekening willen nemen. En over Cap d'Ail: “Het zal ons humeur ten goede komen als we aan deze betonnen nachtmerrie stilzwijgend voorbijgaan”. Bakker weet toch veel te goed dat de gehele lengte van de Azurenkust bestaat uit 120 kilometer beton, afgewisseld door de oases die Kapen heten. Het zijn inderdaad gruwelijke veranderingen vergeleken met de tijd waarin de Engelsman Patrick Howarth schreef: 'When the Riviera was ours'.

Ik denk dat Rudolf Bakker daarom zijn boek gekruid heeft met het nodige cynisme. Maar daarnaast heeft hij een zeer levendig beeld geschetst van het magische Zuiden van Frankrijk. Had ik het niet cadeau gekregen, dan had ik het zeker gekocht.