Pretentieuze titels voor gewoon mooie foto's van Rob Morees

Tentoonstelling: Wanda Michalak, Jenny E. Wesly, Rob Morees. Amsterdams Centrum voor Fotografie, Bethaniënstraat 9, Amsterdam. Wo t/m za 12-18u. T/m 28 juni.

Coryfeeën als André Kertesz en Raoul Hausmann, honderd fotografen die hun mooiste prent van het jaar laten zien, foto's uit de jaren vijftig: wie een touw probeert vast te knopen aan het tentoonstellingsprogramma van het Amsterdams Centrum voor Fotografie vangt bot. Gelukkig maar. Het ACF is zo'n galerie die serieus en degelijk, maar zonder al te veel pretenties fotografie presenteert, 'gewoon' omdat het fotografie is. Dit soort plekken worden in Nederland hoe langer hoe zeldzamer. Behalve het ACF en Galerie 2 in Amsterdam zijn er nog de USVA-galerie in Groningen, galerie Objektief in Enschede en Fotomania in Rotterdam, en daarmee heb je het wel zo'n beetje gehad.

Een bezoek aan deze galeries loopt steevast uit op een grandioze teleurstelling dan wel een aangename verrassing; een tussenweg schijnt niet mogelijk. De tentoonstelling met recent werk van Wanda Michalak, Jenny E. Wesly en Rob Morees die nu in het ACF te zien is, is wat dit betreft voorbeeldig.

Michalak toont onder de titel Slavic Connections een serie portretten van in Amsterdam woonachtige Polen, Russen en Slowenen. De modellen in haar netjes verzorgde maar goedkoop gestileerde foto's zijn naakt of schaars gekleed, hun poses variëren van glamoureus en verleidelijk tot alledaags en dromerig. Het is allemaal zo nadrukkelijk aangezet dat het clichématig wordt.

Slavic Connections heet te gaan over 'de relaties tussen mensen, de relatie van de mens met zichzelf en van de fotograaf met haar model', en dat is even vergezocht als het klinkt. De mensen in deze foto's gaan geen relatie aan. Ze zijn keurig in de houding gesprongen, zoals de foto's bewijzen van bijvoorbeeld een broeierig over haar schouder kijkende blondine met blote billen of van de oudere vrouw die met een al even onnatuurlijke verschrikte blik haar geprononceerde buikje toont.

Jenny E. Wesly (ze werd bekend met portretten van het Joodse leven in Nederland) presenteert zeven drieluiken over de natuur. Telkens combineert ze een overzicht van een landschap met een foto gemaakt op midden-afstand en een close-up van een dode vogel. Zo wil ze het afschrikwekkende van het mooie en het mooie van het afschrikwekkende laten zien. 'Kaddisj' noemt ze de serie dan ook; naar het joodse gebed ter nagedachtenis van de doden.

Hoewel er op haar foto's op zich niets valt aan te merken (haar landschappen van bijna willekeurig niksig struweel, waarvan ze er ook een aantal op groot formaat toont, doen denken aan de non-gebieden die onvergetelijk zijn gemaakt door de Amerikaan Lewis Baltz), krijgt het mooie noch het afschrikwekkende echt gestalte waardoor de serie ergens halverwege vast komt te zitten. Mede door de uniformiteit van de drieluiken verwordt Kaddisj daardoor tot een formule die gaandeweg holler wordt.

De verrassing van de tentoonstelling bestaat uit het werk van de Amsterdammer Rob Morees. Hij presenteert 23 foto's met een melancholieke tijdloosheid die sterk doet denken aan het werk van Johan van der Keuken, maar die toch een heel eigen en persoonlijk stempel dragen. Morees' foto's lijken uit één ooghoek gemaakt te zijn; een regenjas op een knaapje, de lichtval op een stoel, bloempotten in een vergeten hoekje op de binnenplaats, een fladderend insect tegen de ruit. Het zijn kleine alledaagse dingen waaraan je gewoonlijk voorbijgaat, maar die eenmaal gedestilleerd uit het rumoer vol ingehouden drama blijken. Jammer is wel dat Morees ze meende te moeten voorzien van nogal prententieuze titels (Terminal Point, Passage Through, Objet Trouvé), alsof het meer moet worden dan de indringend mooie foto's die het zijn.

    • Eddy Marsman