Presentator Robert ten Brink: Ik ben heel fatsoenlijk

Robert ten Brink (Amsterdam, 1955) presenteerde voor de KRO Cijfers en Letters, voor de NOS Het Jeugdjournaal en voor de VARA onder meer Lingo. De afgelopen drie televisie-seizoenen was hij, voor Veronica, presentator en mede-eindredacteur van het, wat kijkdichtheid betreft ongekend succesvolle All You Need Is Love. Dit najaar keert dat programma terug op Veronica 6. Momenteel presenteert Ten Brink De Travestie Show, een zevendelige Miss-Travestie-1995-verkiezing waarvan de finale live wordt uitgezonden op dinsdag 27 juni:

“Ik hoor van meer mensen dat mijn geïrriteerde relatie met Nicky Nicole, de travestiet die als vast jurylid optreedt, uit de hand lijkt te hopen. Misschien kunnen we wel goed acteren. We hadden bedacht dat het leuk zou zijn als zij verliefd op mij is en dat ik daar niks van moet hebben. Maar dat schijnt nogal nors over te komen. In de zesde aflevering doe ik haar daarom een protserige Sinterklaasring cadeau. Daar is ze erg blij mee.

Toen ik haar voor de eerste keer ontmoette, voor een fotosessie, schrok ik nogal: een echte travestiet van dichtbij. Dat vond ik maar een rare boel. Ik had er toen nog geen enkele ervaring mee.

Homoseksualiteit is in de uitzendingen nog niet ter sprake gekomen. De meeste mensen denken, ten onrechte, dat travestieten 'allemaal nichten' zijn. Dat beeld willen we niet bevestigen. We willen het programma juist voor een zo breed mogelijk publiek maken. Het is een amusementsprogramma. Acht jaar geleden liet Fred Oster drie marmotten los en nu komen er drie travestieten op. Daar hoef je verder niet ingewikkeld over te doen.

Zelf, puur privé, vind ik het wel leuk dat De Travestie Show ook bekeken wordt door mensen die midden op de Veluwe wonen en iedere zondag drie keer naar de kerk gaan. En dat die mensen het langzamerhand nog leuk gaan vinden ook. Dat is heel wonderlijk.

Ik ben één van de boegbeelden van Veronica, maar concreet heb ik weinig met die omroep van doen. Ik hoor heel erg bij John de Mol Produkties. Ik vind het wel gezellig om ergens bij te horen. Met die mensen trek ik dag en nacht op. Welke nostalgische gevoelens zou ik moeten koesteren voor de publieke omroep? Sinds ik voor John de Mol Produkties werk word ik eindelijk echt serieus genomen als programmamaker. All You Need... is speciaal voor mij verzonnen. Er wordt aan carrièreplanning gedaan. Ik ben natuurlijk een produkt. Maar in zó'n sfeer is dat fantastisch.

Bij de VARA was alles altijd 'wel aardig'. Men zei daar dat een prime time-programma er voor mij niet meer in zat. Dat ik vervolgens in 1993 voor All You Need... de Televizierring kreeg, heb ik ervaren als een reusachtig moment van erkenning. Het programma bestaat immers voor 80 procent uit Robert ten Brink. En als zo'n programma waanzinnig succesvol blijkt te zijn, dan word je kennelijk door heel veel mensen aardig en leuk gevonden.

Natúúrlijk meen ik het als ik aan het eind van elk programma zeg: u weet het mensen, all you need is love. Dat is televisie! Als ik zou schmieren of alleen aan mijn bankafschriften zou denken, dan zou de kijker afhaken. Het programma heeft zijn succes te danken aan het feit dat het gemeend is, echt is. Er wordt niks in scène zet. Dat zou Nederland ogenblikkelijk aanvoelen.

Als maker van All you Need... onthoud ik me liever van termen als voyeurisme of exhibitionisme. Dat zijn zulke zware termen. De mensen in mijn programma zouden zich een beetje prostitueren en ik zou hen een beetje exploiteren. Maar je kunt net zo goed zeggen: die mensen willen graag meedoen en ik vind het leuk dat ze meedoen. Per week hebben we duizenden aanmeldingen. Metingen van de PTT hebben uitgewezen dat op sommige avonden wel 50.000 mensen ons nummer proberen te bellen.

Het morele criterium ben ik zelf. In het programma spring ik met de mensen om zoals ik ook in het echte leven met anderen omga. Presenteren heeft niks met acteren te maken. Een goede presentator is zoveel mogelijk zichzelf. Natuurlijk is het pijnlijk als een andermaal door zijn vroegere vriendin afgewezen jongen in zijn eentje wegloopt in de nacht. Het is ook een beetje de bedoeling dat dat pijnlijk overkomt. Maar ik zorg er wel voor dat zo'n jongen zich niet opknoopt. Dat is allemaal geregeld.

Ik ga op mijn gevoel af: het programma bestaat uit datgene wat wij zelf leuk, mooi of ontroerend vinden. Ik sta dan ook helemaal achter All You Need.... Ik zou het niet over mijn hart kunnen verkrijgen om dingen te doen die misschien lekker zijn voor de kijkcijfers maar waarvan ik zelf zou walgen. Het programma moet kloppen met mijn echte leven. Want ik zit voor een groot deel als mezelf in dat programma.

Mijn image schijnt dat van de brave huisvader te zijn. Iemand voor wie zijn vier dochters zijn grootste hobby zijn. Dat beeld klopt natuurlijk wel. Het zou ook niet vol te houden zijn om elke nacht langs de straten te slierten met dronken meiden en ondertussen heel keurig in de Margriet te staan. Als het even kan lig ik inderdaad om half elf in bed. Op televisie cultiveer ik dat imago natuurlijk een beetje.

Gevoelsmatig richt ik me meer op mijn gezin dan op Hilversum. Ik maak een scherp onderscheid tussen die twee: Amsterdam is familie en gezellig, Hilversum is werk. Ik heb het conflict altijd gemeden. Ik ben geen barricade-type. Bij ruzie kan ik niet functioneren. Maar ik heb wel een scherpere tong dan ik in mijn programma's laat zien. Dat is een kwestie van fatsoen. Ik ben heel fatsoenlijk.''