Pezen voor je leven; Vrouwenhandel neemt toe, vooral vanuit Oost-Europa

De internationale vrouwenhandel heeft Nederland ontdekt. Zestig procent van de prostituées is buitenlands, vooral afkomstig uit Oost-Europa.

Niet bekend

In Lovers Lane, een onopvallend bordeel aan de rijksweg in het Noordlimburgse Mook, zitten de meisjes netjes naast elkaar op een witte L-vormige sofa. Ze zijn jong en gaan gehuld in sexy lingerie. Boven hun hoofd hangt een groot tv-scherm waarop pornofilms te zien zijn, uit de geluidsboxen klinkt 'Dromen zijn bedrog'. De meisjes komen allemaal uit het buitenland: een Dominicaanse, een Columbiaanse, een Tsjechische, de rest is Pools. Ze werken er niet, zegt exploitant Wim Otten, ze verblijven er. “Ze zijn onafhankelijk, dat wil zeggen: vijftig procent voor hen en vijftig procent voor mij.”

Sinds zeven maanden werkt een twintigjarige Poolse in Lovers Lane. “Het bevalt me beter dan ik had gedacht”, zegt ze. “We hebben geen pooiers, er worden geen drugs gebruikt en dronkelappen komen er niet in.” Net als haar collega's is ze illegaal in Nederland. “Ik ben hier op een toeristenvisum. Na iedere drie maanden ga ik even naar huis en dan kom ik weer terug. Controle hebben we hier nog nooit gehad.” Ze is op eigen gelegenheid naar Nederland gekomen: “Het risico heb ik bewust genomen. Als het meezit kan ik hier twee- tot drieduizend gulden per week verdienen.” Ze werkt zes dagen per week, vier weken per maand. Als ze ongesteld is, gebruikt ze een spons. “Ik weet dat je daarvan ontstekingen kunt krijgen. Maar ik laat me iedere week door de huisarts controleren.” De bel gaat. Otten tuurt naar zijn monitor en opent de deur. De klant is een man van een jaar of zeventig. Hij knikt naar de Poolse; ze pakt zijn hand en ze verdwijnen.

Wie een ander door middel van misleiding, geweld of 'misbruik van overwicht' tot prostitutie brengt, maakt zich volgens de wet schuldig aan mensenhandel. Datzelfde geldt voor degene die een prostituée de grens overbrengt, zelfs als er geen sprake is van dwang. In Nederland is nu iedere exploitatie van prostitutie nog strafbaar, maar minister Sorgdrager (justitie) zal waarschijnlijk binnenkort de Kamer voorstellen om het bordeelverbod op te heffen. Daarmee zal echter weinig veranderen aan de positie van buitenlandse prostituées. Zij blijven ook dan illegaal: het ontwerpbesluit van de Wet Arbeid Vreemdelingen bepaalt dat voor het verrichten van seksuele diensten een tewerkstellingsvergunning altijd zal worden geweigerd.

Het opsporingsbeleid verschilt van korps tot korps. Noord-Limburg en Amsterdam hebben speciale projectteams voor de bestrijding van de mensenhandel, maar Rotterdam heeft een soortgelijk team juist onlangs opgedoekt. Ook het gemeentelijk beleid loopt uiteen. Sommige gedogen buitenlandse prostituées, andere juist niet.

Volgens een woordvoerder van het Openbaar Ministerie neemt het aantal rechtszaken over vrouwenhandel duidelijk toe. In 1993 waren dat er 35, in 1994 50, maar dat cijfer is inclusief 'koppelarij', oftewel het door derden laten misbruiken van een aan iemands zorg toevertrouwde minderjarige. De Stichting Tegen Vrouwenhandel (STV) heeft sinds 1987 ongeveer zevenhonderd vrouwen opgevangen, van wie alleen al tweehonderd in het afgelopen jaar. Vast staat dat de meeste slachtoffers van vrouwenhandel in sexclubs of achter het raam terecht komen, waar ze makkelijker te controleren zijn en meer geld opleveren dan op straat.

Meer dan de helft van de ongeveer dertigduizend in Nederland werkzame prostituées is afkomstig van buiten de Europese Unie. In het verleden waren dat vooral vrouwen uit Ghana, Columbia, de Dominicaanse Republiek, de Filippijnen en Thailand, maar volgens Marjan Wijers van de STV gaat het sinds de val van de Muur voor zeker tachtig procent om vrouwen uit Oost-Europa. Eerst kwamen ze vooral uit Polen, later ook uit Slowakije, Tsjechië, Roemenië en Rusland. “Sinds een jaar is er een toevloed van prostituées uit de Oekraïne”, zegt Wijers. “Het gaat niet alleen om meisjes die onder valse voorwendselen hier naar toe zijn gelokt, maar ook om vrouwen die in Kiev al hadden besloten om hier in de prostitutie te werken. Ook zij komen vaak in het criminele en schimmige circuit van de vrouwenhandel terecht.”

Familiesfeer

Het zenuwcentrum van Lovers Lane is de keuken. De klanten komen hier niet. Een Poolse lakt haar nagels terwijl twee collega's naar RTL4 kijken. “Je probeert een soort familiesfeer te creëren”, zegt Otten. “Ja, ik woon hier zelf ook.” Hij werkt bijna uitsluitend met buitenlandse prostituées. “Als Nederlandse meisjes een dag niks verdiend hebben, zijn ze zo weer vertrokken”, zegt hij. In het verleden meldde hij zijn 'meisjes' aan bij de politie. “Dan werkten ze hier drie maanden en gingen ze daarna naar Duitsland, maar ondertussen werkten ze gewoon toch hier, begrijp je?” Sinds een jaar is het in Limburg niet meer mogelijk vrouwen aan te melden of te verzekeren, vertelt Otten. “Vroeger kwam de politie regelmatig hier op bezoek. Gewoon een bakkie koffie drinken en met de meisjes praten. Ik vond het goed zo, maar tegenwoordig zie ik ze nooit meer.”

Het komt vaak voor dat een buitenlandse prostituée van haar verdiensten de helft of meer moet afdragen aan een 'vriend' of beschermer. Otten: “Veel clubeigenaren hebben het liefst meisjes met een pooier. Want die werken tenminste. Hebben ze geen zin, dan krijgen ze een dreun, zo zit dat.” Zelf wil hij geen pooiers over de vloer. “Je weet gewoon wat voor kerels dat zijn, het straalt ze van de bek af. Zeg nou zelf, hoe veel fatsoenlijke pooiers zijn er nu? Als mijn meisjes toch onder de plak van een pooier zitten, gaan ze eruit. Onherroepelijk. Toch is het makkelijk om de kerels altijd de schuld te geven. Kijk, je hebt drie categorieën meisjes: gisse, domme en zeer domme. Ik heb pas nog meegemaakt dat een van de meisjes hier eindelijk van zo'n kerel af was. Gaat ze een week later toch weer naar hem terug en grijpt hij dat mokkeltje bij de strot. Dat meisje moest van mij weg.”

Maffia

Vrouwenhandel vindt doorgaans in maffia-achtige structuren plaats. “De macht van die bendes reikt ver, dus hun slachtoffers bevinden zich in een uitzichtloze positie”, zegt Wijers van de Stichting tegen Vrouwenhandel. “De belangenbehartiging van Zuidamerikaanse en Thaise vrouwen is al redelijk goed op gang gekomen, ook in de landen van herkomst. Bij Oosteuropese vrouwen is dat heel anders. We merken dat ze uit totalitaire landen afkomstig zijn: ze hebben geleerd om nooit precies aan welke instantie dan ook te vertellen wat er aan de hand is. Voor ons is het daarom moeilijk een vertrouwensrelatie op te bouwen.”

Met de nu 26-jarige Roemeense Andrea M. is dat in ieder geval wel gelukt. Met hulp van de STV heeft zij aangifte gedaan. Zij was onder valse voorwendselen over de grens gebracht, verkocht en met geweld gedwongen tot prostitutie. Zomer 1994. Andrea werkt als kinderpedagoge op een blindeninstituut in Roemenië. Met haar ouders woont ze in haar geboortedorp. Nadat ze in het openbaar haar beklag doet over de in haar ogen oneerlijke - want corrupte - verdeling van buitenlandse hulpgoederen op het instituut, krijgt ze op staande voet ontslag. In een impuls rijst het plan om naar West-Europa te gaan, naar een oom in Duitsland die bereid is haar te helpen bij het vinden van werk als schoonmaakster of kinderoppas. Haar ouders geven toestemming.

Op vijf september ontmoet ze Eva, die aanbiedt haar tegen vergoeding de grens over te smokkelen. Met acht andere Roemeense jongeren reist Andrea via Rusland naar Polen. Daar staan schlepper klaar om hen in een rubberbootje de Oder-Neisse grens over te loodsen. Het lukt. Een van de mensensmokkelaars brengt hen per auto naar Berlijn, waar ze moeten wachten in een park. Pas dan krijgt Andrea argwaan. Een vijftal mannen met baarden en lange haren maakt zijn opwachting. Ze pakken Eva's tas af en beginnen daar in te graaien. Het blijken Turken te zijn. Ze brengen Andrea en de andere meisjes naar een kleine kamer, boven een bar.

Op de tweede dag komt Eva met een grote tas vol sexy lingerie. “Zoek maar iets uit wat je past, daarna kom je beneden.” Nog nooit heeft Andrea zoiets gezien. Ze weigert ze aan te trekken en blijft boven, bewaakt door iemand die haar verbiedt naar buiten te gaan. Een van de Roemeense meisjes vertelt haar dat het beneden geen bar is, maar een bordeel. Andrea weigert mee te werken. “Als je niet doet wat ze zeggen maken ze mij af”, zegt Eva, maar Andrea blijft onvermurwbaar. De andere meisjes zijn niet ouder dan een jaar of twintig; ze doen wat hun gezegd wordt. Andrea niet, en de mannen mishandelen haar. Het begint met een paar klappen, later slaan ze haar in elkaar. Zo ziet ook Andrea zich uiteindelijk gedwongen te doen wat van haar wordt verlangd. De klanten zijn Turken en ze willen van alles, behalve een condoom gebruiken. Soms krijgt Andrea te eten - bieten of bonen uit blik - soms krijgt ze niets. Eenmaal slaat een van de mannen haar zo hard dat het bloed haar uit de mond spuit.

Eva is intussen verdwenen, later zal Andrea horen dat ze was gearresteerd en met een enkele reis Roemenië op het vliegtuig gezet. Met Eva's vertrek is Andrea helemaal aan haar Turkse 'bezitters' overgeleverd. Na een week of twee heeft er een politie-inval plaats. Andrea en de andere meisjes - Roemeensen, Bulgaarsen, Russinnen - worden in een hok opgesloten; de politie ontdekt hen niet. 's Nachts duwen de mannen haar in een auto. Na enkele uren rijden moet ze met andere meisjes en een groepje bewakers haar intrek nemen in een smerige kamer. Beneden blijkt zich een bar/bordeel in aanbouw te bevinden; de klanten komen via de achterdeur naar binnen. Het is Andrea verboden naar buiten te gaan, maar toch hoort ze een paar keer een haar onbekende taal. “Je bent in Nederland”, zegt een van de Turken tegen haar.

Andrea raakt zwanger. Ze concentreert zich op maar één ding: ontsnappen. Na een maand ziet ze haar kans schoon: bij een ruzie is er iemand in elkaar gemept, Andrea moet de bloedsporen opdweilen en drie man vertrekken om de mishandelde man 'weg te brengen'. In het holst van de nacht weet Andrea de buitendeur te openen. Ze rent weg en belt bij het eerstvolgende huis aan. “Ich habe Probleme”, roept ze. “Hilfe!” De vrouw des huizes belt de politie. Een half uur later is Andrea's horror story ten einde. Ze doet aangifte van vrouwenhandel. De Turkse mannen en de Oosteuropese meisjes worden allemaal opgepakt. Andrea krijgt een tijdelijke verblijfsvergunning en een abortus.

Uit de verhoren blijkt dat de hoofddader in deze zaak tot de Nederlandse tak behoort van een internationaal netwerk van vrouwenhandelaren. Eva is slechts een tussenschakel geweest - verantwoordelijk voor één transportlijn. Zij is het die Andrea en de andere Roemeense meisjes aan de Turken heeft verkocht, voor twaalfhonderd mark per stuk. De hoofdverdachte is inmiddels in hoger beroep veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf; hij is daartegen in cassatie gegaan.

Escalatie

Het onderbrengen van de prostituées - in clubs, of achter het raam - vormt voor vrouwenhandelaren het zwakke punt in de keten. Immers, de vrouw levert pas iets op als ze geld verdient dat terugstroomt naar haar 'beschermer' of 'eigenaar'. Henk Klein Beekman, voorzitter van de Vereniging van Exploitanten van relaxhuizen (VER), constateert dat er steeds vaker confrontaties zijn tussen eigenaren van clubs of escortservices en vrouwenhandelaren. “De maffia uit Rusland en het voormalige Joegoslavië deinst nergens voor terug. Als er niet snel een oplossing komt, voorzie ik een escalatie van geweld.”

Volgens Klein Beekman zijn er vier methodes waarop deze bendes hun handelswaar proberen te slijten. De meest vriendelijke daarvan is gewoon aanbellen. “Staat er zo'n kerel voor de deur met drie meisjes op de achterbank. Of ik er eentje wil hebben? Nou nee dus.” Een ander patroon is het leveren van een prostituée op bestelling. “De exploitant vraagt bij voorbeeld om een blonde vrouw met grote borsten en die wordt dan geleverd.” Een meer maffia-achtige praktijk is het door middel van infiltratie langzaam aan overnemen van een bestaand bordeel, bij voorbeeld door 'vrienden' van vrouwen die er al werken. De meest agressieve methode bestaat uit bedreigingen of daadwerkelijk geweld. “Vanochtend sprak ik nog een collega die is mishandeld. Daar schrok ik van, want het gaat hier echt om een van de grotere exploitanten van Nederland. Een andere collega van mij staat in de branche bekend als iemand die regelmatig zijn mond open doet over vrouwenhandel. Hij is nu spoorloos verdwenen, niemand weet waar hij is.”

Henk Klein Beekman (45) is zelf eigenaar van de Flamingo Club te Beekbergen. Op deze doordeweekse ochtend is de aard van het etablissement alleen af te leiden uit de lange rij zwarte en rode lakschoenen met ultrahoge hakken. Een monitor biedt een permanent videobeeld van de parkeerplaats van het bordeel en de belendende autoweg. Hier werken uitsluitend Nederlandse vrouwen. “Als voorzitter van de vereniging heb ik een voorbeeldfunctie en kan ik me geen enkele misstap veroorloven”, stelt Klein Beekman. “Het zegt ook iets over de arbeidsomstandigheden in je zaak als je alleen maar met buitenlandse vrouwen werkt. Nederlandse prostituées zijn mondig. Staat het ze niet aan, dan stappen ze na drie avonden al weer op. Een Russische vrouw beschouwt de exploitant als haar baas en doet precies wat hij haar zegt.” Volgens hem zijn nieuwkomers uit Oost-Europa sneller geneigd tegemoet te komen aan de wensen van de klant. “Ze doen meer voor minder geld. Daarom zijn ze aantrekkelijk voor de exploitant. Ze zijn ook gewild omdat veruit de meeste klanten vragen om blanke, liefst blonde vrouwen.”

De vereniging van Klein Beekman telt zo'n driehonderd leden, eigenaren van in totaal vijfhonderd clubs, privé-huizen en escortbedrijven. “Wij accepteren alleen correcte ondernemers”, zegt de voorzitter. “Dus wie zich met crimineel gedrag inlaat - vrouwenhandel, drugs - komt er bij ons niet in.” Controle op het ledenbestand is niet nodig. “Het is een kleine wereld. De echte foute jongens, die kennen we.” Toch gaat het wel eens mis. Twee leden van de VER zijn inmiddels geroyeerd, van wie een wegens vrouwenhandel.

Klein Beekman pleit ervoor de branche te normaliseren, dat wil zeggen 'eerlijke afspraken met de politie', een goed toelatingssysteem voor buitenlandse prostituées en regelmatige controles. Het opheffen van het bordeelverbod, zoals minister Sorgdrager (justitie) naar verwachting binnenkort aan de Kamer zal voorstellen, lost volgens hem maar weinig op. Want prostituées van buiten de Europese Unie zullen ook in de toekomst als illegaal worden beschouwd. “Nu is het zo dat als de politie een inval doet, alle illegalen worden opgepakt en uitgezet. Op die manier roep je vrouwenhandel op, want zo'n handelaar zal altijd een weg weten om die vrouw uit handen van de politie te houden. Bovendien zit er voor de exploitant doorgaans geen enkel risico aan verbonden. De avond na een politie-inval zit zo'n zaak gewoon weer vol met illegalen, terwijl de meisjes die zijn uitgezet met de volgende zending weer mee terug komen.”

In de ogen van Klein Beekman staat vrouwenhandel gelijk met dwang en een onvrijwillige keuze voor de prostitutie. Maar met vrouwen die bewust naar Nederland komen om hier in een sexclub te werken, heeft hij geen moeite. “Juist door ook buitenlandse prostituées te legaliseren zou je vrouwenhandelaren een gevoelige slag toebrengen. Want er is belangstelling genoeg. Als ik morgen met een jumbo-jet naar Manila zou vliegen en ik roep daar: 'Hoeren gevraagd voor Holland', dan moet ik snel zijn, anders kan ik zelf niet meer mee terug.”

Klein Beekman en de leden van zijn vereniging - “allemaal gewone, nette zakenlieden” - willen af van “de smet op onze branche. En als de overheid het erbij laat zitten, moeten we zelf in actie komen.”

Keurmerk

De bordeelexploitant haalt een witte map tevoorschijn, het reglement van de Stichting Erotikeur waarin bordeelhouders, prostituées èn klanten vertegenwoordigd zijn. Het is de bedoeling dat bordelen in Nederland voorzien worden van kwaliteitskeurmerken, variërend van het 'rode vignet' (het bedrijf voldoet aan de basisvoorwaarden) tot het 'zilveren' of het 'gouden' vignet. Om daarvoor in aanmerking te komen moeten bedrijven voldoen aan een lange lijst nauwkeurig gespecificeerde eisen. Vrouwenhandel of enige vorm van dwang zijn uit den boze, maar ook moeten beddegoed en badlinnen na iedere klant worden verschoond. Bij in SM gespecialiseerde bedrijven geldt onder meer de volgende eis: “Indien gebruik wordt gemaakt van materialen van metaal dient in noodgevallen een betonschaar aanwezig te zijn.”

Klein Beekman ziet wel wat in “een soort uitzendbureau” waar exploitanten kunnen melden wat voor werkneemsters ze nodig hebben. Onder toezicht van de diverse belangenorganisaties zou dan de werving, de reis naar Nederland en de financiële afhandeling moeten plaatsvinden. Lovers Lane-eigenaar Wim Otten werft zijn prostituées door mond-tot-mond reclame en via advertenties in onder andere Poolse dagbladen. Hij zegt in alle gevallen te werken met vrouwen die zelfstandig voor de prostitutie kiezen. “Hoor eens, mijn vader was geen timmerman, dus ik ben geen Jezus. Maar met vrouwenhandelaren wil ik niets te maken hebben. Die kerels staan me niet aan en de meisjes krijgen klappen, daarom niet.” Voor infiltratie of bedreiging door maffia-bendes is hij niet bang. “Ik ga om te beginnen niet met dat soort mensen in zee. In noodgevallen beschik ik over een alarm met politieknop en een paar jongens die altijd voor me klaarstaan.” Vrouwenhandelaren profiteren volgens hem van het feit dat prostituées vaak van de ene club naar de andere trekken. “Op zo'n moment zit een exploitant opeens met nog maar twee meisjes. Dan moet hij er tien bij hebben, en snel ook.”

Zelf is Otten als lid van de VER geroyeerd omdat hij in de club van een collega meisjes geworven zou hebben, en dat is in de branche not done. Otten ontkent die beschuldiging ten stelligste. Het is allemaal kinnesinne van VER-voorzitter Klein Beekman, meent hij. “Kijk, we wilden al lang geleden een sterrensysteem invoeren. Ik heb mijn club voor een half miljoen verbouwd, goed voor zeker drie sterren. Maar ik zei tegen Klein Beekman dat hij nog niet eens één ster waard is.”

Herhaaldelijk is Otten naar Polen en Tsjechië gereisd om daar vrouwen te werven. “Ik had een Tsjechisch meisje bij me, als tolk en gids. Met foto's van mijn club zijn we langs de hotels gegaan. In Brno was dat. Oppassen moest je daar, want het puilde er uit van de Joego-maffia.” Een oudere vrouw bood Otten in Tsjechië meisjes aan voor vijfhonderd gulden per stuk. Otten: “Nou daar begin ik natuurlijk niet aan.” Eén keer is hij met twee Tsjechische vrouwen op de achterbank weer naar Nederland gereden. “Ik vind: als ik met zo'n meisje een bedrag afspreek dan is het geen vrouwenhandel, dan is het een deal.” Dat maakt hem niettemin strafbaar, want volgens de wet maakt “degene die een persoon aanwerft, meeneemt of ontvoert met het oogmerk die persoon in een ander land in de prostitutie te brengen” zich al schuldig aan mensenhandel. “Dat weet ik”, zegt Otten, “dus daar waag ik me niet meer aan.”

Overwicht

Een belangrijk criterium bij de vaststelling of er sprake is van vrouwenhandel vormt 'misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht'. Op 1 juni is een nieuwe handleiding van de procureurs-generaal van kracht geworden, waarin een aantal criteria staat opgesomd aan de hand waarvan politie en justitie vrouwenhandel kunnen definiëren. Die criteria zijn onder andere: de plicht tot afbetaling van een exorbitant hoge reissom, het moeten afstaan van het paspoort aan een bordeelexploitant of pooier, het moeten afdragen van een groot deel van de verdiensten, (dreiging met) geweld, het afwisselend op verschillende plaatsen tewerk worden gesteld, chantage van familie in het land van herkomst of een beperking van de bewegingsvrijheid.

Prostitutie is allang niet meer geconcentreerd in de grote steden. Alleen al in Noord-Limburg bevinden zich 58 geregistreerde bordelen, tegenover 63 in Amsterdam, aldus projectleider J.H. Hermans van het team Onderzoek Mensenhandel van de regiopolitie Limburg-Noord. “En dan heb ik het nog niet eens over escortservices, raamprostituées, huisvrouwen, tippelaars en homo's.” Hermans' team doet gerichte invallen in Limburgse bordelen waarvan een vermoeden bestaat dat er vrouwenhandel in het geding is. Wat hij bij die invallen aantreft noemt hij buitengewoon alarmerend. “Ik durf te beweren dat zeventig procent van de prostituées in Noord-Limburg slachtoffer is van vrouwenhandel. Meisjes die gedrogeerd in de kofferbak zijn gestopt, minderjarigen, Russinnen met valse Poolse paspoorten.”

In veel clubs zijn de prostituées volgens Hermans totaal geïsoleerd. “Ze wonen daar intern: soms met twintig vrouwen in een pand met maar zes kamers, waar ze ook nog hun klanten moeten afwerken. Ze spreken alleen maar een Litouws dialect of Slowaaks, mogen nooit naar buiten, worden steeds overgeplaatst en moeten permanent werken, ongesteld of niet. Condooms worden vaak niet gebruikt, steeds meer van die vrouwen lopen geslachtsziektes op. Bij ziekte worden ze gewoon gedumpt: weg, opdonderen. Ze worden als vee behandeld, als gebruiksvoorwerpen. Het merendeel zit met gigantische schulden: de afbetaling van hun zogenaamde visum en het transport. Ik heb voor dit alles maar één woord: slavernij.”

Het plaatselijke opsporingsbeleid loopt sterk uiteen. In Enschede kunnen illegale prostituées zich melden op het politiebureau; als de clubeigenaar daar een kopie van haar paspoort en een retourticket achterlaat, tolereert de gemeente haar aanwezigheid voor drie maanden. In Arnhem daarentegen voert de politie een gericht registratiebeleid ten opzichte van alle prostituées: illegalen worden ter uitzetting overgedragen aan de Vreemdelingendienst. Hermans: “Wat je daardoor krijgt is de Europa-carrousel. Ze werken drie maanden in Enschede, dan drie maanden in België, dan duiken ze weer op in Amsterdam.” Zelf doet hij met zijn team alleen gerichte invallen. “Wij proberen vrouwenhandel te bestrijden en niet prostitutie. Maar alle illegalen die we aantreffen, zetten we onmiddellijk uit.”

B-17

Een wettelijk geregelde uitzondering daarop is de 'B-17 regeling' in de Vreemdelingencirculaire. Die bepaalt dat “reeds bij geringe aanwijzingen dat er sprake zou kunnen zijn van een slachtoffer van vrouwenhandel, de verwijdering gedurende een termijn van drie maanden dient te worden opgeschort”. Die termijn is onder meer bedoeld om de betrokken vrouw de gelegenheid te geven “in alle rust” te besluiten of ze aangifte wil doen. Doet ze dat dan mag ze voor de duur van de rechtszaak in Nederland blijven. Ze heeft dan tevens recht op een uitkering en op bescherming.

Marjan Wijers van de Stichting tegen Vrouwenhandel: “Als voor de politie het aanknopingspunt om in actie te komen illegaliteit is, en niet dwang of uitbuiting, dan werk je misbruik van aangifte in de hand.” Volgens haar komt het voor dat de politie buitenlandse prostituées zelfs aanmoedigt aangifte van vrouwenhandel te doen, terwijl de betreffende vrouwen zichzelf niet als slachtoffer beschouwen. “Aan de andere kant worden soms de meest ernstige gevallen van vrouwenhandel ten onrechte geseponeerd.”

J. Hermans van de Limburgse politie onderkent het gevaar van valse aangiftes. “Er bestaat geen meldingsplicht. Dus wat er gebeurt er? Een vrouw die aangifte doet kan doen en laten wat ze wil. In de praktijk betekent dat soms: verder pezen.”

Een twintigtal vrouwen deed aangifte van vrouwenhandel in de zaak tegen de Nederlander H.B., die inmiddels in een Tsjechische cel zit. 'De zaak H.B.' is het paradepaardje van Hermans en zijn team. H.B., voormalig eigenaar van sexclub Paradiso in het Limburgse Haelen, wordt ervan verdacht vele tientallen vrouwen uit Tsjechië en Slowakije te hebben geronseld, met als bestemming bordelen in Nederland, Duitsland en Italië. Tussen neus en lippen laat Hermans zich ontvallen dat H.B. vice-voorzitter was van de Vereniging van Exploitanten van Relaxhuizen. Voorzitter Klein Beekman: “Geen vice-voorzitter, wel bestuurslid. Dat klopt. Nu is hij geroyeerd.” H.B. was ook ex-politieman, kaatst Klein Beekman de bal terug. Hetgeen bevestigd wordt door de regiopolitie Limburg-Noord. “Maar dat was wel lang geleden”, zegt de woordvoerder.

Intussen zet J. Hermans de jacht op de vrouwenhandelaren in Noord-Limburg voort. Zo lang dat nog kan, want zijn in september gestarte projectteam Onderzoek Mensenhandel zal slechts een tijdelijk bestaan zijn beschoren. De kennis en de vaardigheid om vrouwenhandel aan te pakken zijn bij de Nederlandse politie beslist aanwezig, meent Hermans. “Onze wetgeving is zelfs uniek”, zegt hij. “Maar er zijn 27 politiekorpsen, met 27 beleidsnota's en 27 verschillende prioriteiten. Vandaag is het vrouwenhandel, morgen fraude en overmorgen bedreigde uitheemse diersoorten. Wat wij doen is niet meer dan puinruimen.”

Om redenen van privacy is de naam Andrea M. gefingeerd.