Pessoa's Faust door duivels toeval belaagd

Voorstelling: Faust. Eine Subjektive Tragödie von Fernando Pessoa door het Deutsches Schauspielhaus in Hamburg. Regie en muziek: Christoph Marthaler. Decor: Anna Viebrock. Kostuums: Monika Vogt. Spel: Wilfried Hauri, Martin Horn, Uelli Jäggi, André Jung, Josef Ostendorf, Susana Fernandes Genebra, Monika Koch. Gezien 29/5, Hamburg, Schauspielhaus. Te zien 21 en 22/6, Amsterdam, Westergasfabriek/TTA.

In het stuk Faust van Gustav Ernst dat de Nederlandse toneelgroep De Trust tijdens dit Holland Festival presenteerde, moest de Faustfiguur ontdekken dat de duivel het kwaad helemaal niet in hem hoefde te zaaien - hij was dat allang zelf aan het oogsten. Naast deze Faust programmeert het Holland Festival ook de wonderschone voorstelling die de Zwitser Christoph Marthaler drie jaar geleden maakte in Basel en vorig jaar opnieuw bracht met het Deutsches Schauspielhaus in Hamburg. Anders dan in Canetti's Hochzeit, een ook al zo mooie voorstelling van Marthaler die het Holland Festival aansluitend toont, laat hij het woord even zwaar wegen als de muziek (pianoklanken en fado's) en de bewegingen. Razend knap wentelen zijn acteurs Pessoa's oerpoëzie hun monden uit, met eerbied voor de schoonheid ervan en met gevoel voor het luchtig ongerijmde, terwijl ze ook nog gelegenheid vinden om Marthalers voorkeur voor ernstige dans tot zijn recht te laten komen.

Het is een enscenering met een prop in de keel, deze voorstelling waarmee Marthaler Pessoa's kijk toont op het Faustpersonage, nog desolater dan die van Gustav Ernst. Niet het kwaad, maar het toeval, de willekeur zijn de krachten waar de duivel zich van bedient. Terwijl melancholie, banaliteit, wreedheid, egocentrische passie en dronkenschap elkaar verdringen en versterken, rooft hij onverhoeds een ziel weg, en doemt zijn slachtoffers tot dichterschap en ondoorbreekbare eenzaamheid. “Ich beneide alle Leute nicht ich zu sein”, zegt Pessoa's Faust bitter. Hij heeft dan al gemeld dat hij 'de afgelopen maand heeft doorgebracht met het doorbrengen van de afgelopen maand'. Hij, de dichter van Faust die aan leven niet durft toe te komen, is zijn eigen Faust en zijn eigen Mephisto. Iemand wie het willen willen benart, omdat hij zich onderworpen voelt aan de terreur van het gedachtenloos 'da sein'; omdat hij, zegt hij, er vast van overtuigd is dat hij nooit wakker is.

Faust. Eine subjektive Tragödie is de naam die de verzamelde fragmenten van Pessoa's Faust-versie kregen. Zijn leven lang schreef hij eraan, maar verder dan notities en losse scènes was hij niet gekomen. Zijn Faust ontstond postuum, doordat de Nationale Bibliotheek in Lissabon de stukjes en beetjes samenvoegde, op aanwijzing van een structuur die ook werd aangetroffen in Pessoa's nalatenschap.

Vier keer zet Marthaler hem daar neer, in een decor dat met licht en aankleding zo tastbaar een dranklokaal in Lissabon oproept dat je je op reis waant en tegelijk zo onwezenlijk dat je ook weet dat die reis een visioen moet zijn. De vier zijn elk onmiskenaar Fernando Pessoa, zoals hij bekend is van de enkele foto's die er van hem bestaan: dat non-descripte donkere kostuum met de vlinderdas, die hoed, die frommelige regenjas, dat brilletje, de kleine snor die in zijn dagen (1888- 1935) veel mannen droegen. De vier zitten even frenetiek als onmachtig te schrijven aan een cafétafel: om beurten breken ze met een muzikaal geplaatste, driftige 'krak' de punt van hun potlood. Gaandeweg zullen ze zich in slinkse dansante bewegingen via verschillende hoeken in het café naar de bar begeven voor wat veiligheid in stevige dronkenschap, met als enig houvast het glas aan het eind van de geheven pols en als enige stoorzender de vrouw met het hoedje van zwartgelakt stro die iets heerlijks is maar daarom weg moet: “Ach, kon ik maar van je houden zonder dat je voorhanden was...”

Juist doordat ze met zijn vieren zijn en toch één, ondanks hun vier eigen manieren van doen, zijn ze definitief Pessoa. Fernando Pessoa creëerde immers naast zichzelf drie andere dichters, die hij elk onder een eigen naam een eigen poëtisch oeuvre liet opbouwen.

De vier-eenheid is onderworpen aan een zwijgende vijfde figuur die in een bovenkamer zwijgend zit te schrijven. Deze figuur is ook weer Pessoa zelf, maar tegelijk staat hij buiten hem. Hij kan het viertal, Pessoa en zijn alter ego's, laten doen wat hij wil. Gooit hij een prop weg dan verandert hun lot, dan staan ze moe op uit de dood. Maar alleen omdat ze moeten.