Penguin

De bedrijfsmythologie van de uitgeverij The Bodley Head wil dat de paperback-revolutie ontketend is op het uitgestorven spoorwegstation van Exeter in het midden van de jaren dertig. Daar moest de uitgever Allen Lane na een bezoek aan de schrijfster Agatha Christie enige uren op een trein wachten, zonder dat hij iets te lezen bij zich had. De stationskiosk was gesloten, maar open of dicht maakte geen verschil, want de spoorwegen voorzagen in die jaren nog niet in lectuur die een gestrande reiziger door een verloren middag heen kon helpen. De beroemde uitgever (mooi verzorgde boeken, in de belettering van William Morris, met illustraties van Aubrey Beardsley) dreigde ten prooi te vallen aan een wurgende verveling, maar halverwege zijn beproeving werd hij getroffen door een zinderende ingeving, die de avondlucht boven het verlaten station met een verblindend licht doorkliefde.

Op het saaiste spoorwegstation van Engeland was de goedkope paperback geboren. Zijn naam was: Penguin. Allen Lane's vaderschap had het betaalbare pocketboek geproduceerd dat in enkele jaren tijds een culturele omwenteling teweeg zou brengen en de wereld zou veroveren. De Penguin was een boek van hoge kwaliteit, dat er goed uit zag, precies in de zak van een colbert paste en maar sixpence kostte. De prijs van tien sigaretten. Na zijn terugkeer in Londen lichtte Allen Lane direct zijn mededirecteuren van The Bodley Head in, maar die reageerden nogal stroef. Zoals gebruikelijk onder de broers Lane (die gedrieën de directie voerden): 'Weer zo'n bankroet-formule van Allen'. Hoe verdeel je sixpence over alle partijen die betaald moeten worden: auteur, drukker, binder, het distributie-apparaat, de boekhandel? Wat kan een uitgever nog van zo'n prijs overhouden?

Collega-uitgevers (zijn concurrenten) hielden hem dezelfde bedenkingen voor, evenals een aantal vooraanstaande critici, die niets in zakformaatboeken zagen, omdat die de duurdere boeken (de 'echte') uit de markt zouden prijzen. George Orwell (auteur, recensent en koper) sprak van een duivelse uitvinding, die naar zijn overtuiging te veel boeken in omloop zou brengen. Door al die onzinnig goedkope boeken zouden de mensen geld overhouden en dat zou hen maar de bioscoop injagen. En dat laatste was nog erger.

Allen Lane blufte zich geestdriftig en gedecideerd door alle tegenwerpingen heen en met de offensieve leuze: “We gaan in massa-produktie en in massa-verspreiding” beslechtte hij het pleit voor zijn troetelkind. Al enkele jaren na hun geboorte - deze maand zestig jaar geleden - zouden zijn Penguins de markt beheersen, in het begin nog met oplagen van tienduizenden, spoedig van honderdduizenden en daarna van miljoenen. De diergaarde-penguin die het beroemde boek gezicht gaf, werd in de Londense Zoo zo trefzeker door een jonge tekenaar geschetst dat hij tot de dag van vandaag gebleven is.

Oorspronkelijke exemplaren van de eerste tien titels die in 1935 als Penguins verschenen (waaronder Hemingway's A Farewell to Arms, André Maurois' Ariel en een minder succesvolle thriller van Agatha Christie) gaan nu voor woekerprijzen van de hand.

Allen Lane was niet de eerste uitgever die goedkope boeken op de markt bracht, in zijn geval goedkope herdrukken van elders uitgegeven boeken, maar hij was onbetwist een pionier in zijn vak. Lang vóór hem bestonden er al Nelson Classics, Collin's Classics, Phoenix-reeksen, Benn's Ninepennies en Dent's Everyman's Library, maar die eveneens goedkope series brachten het nooit tot massale oplagen. Allen Lane slaagde daar wel in en daarom is hij de stichter van de moderne paperback, die met zijn goedkope herdrukken van fictie en non-fictie een revolutionaire impuls aan de democratisering van de literaire cultuur heeft gegeven. In het begin waren er collega's die over het succes van zijn herdrukken smaalden en vonden dat hij met andermans veren pronkte, maar die geluiden verstomden toen de grote Shaw op zijn treeplank stapte en oorspronkelijk werk voor Penguin ging schrijven. In de inleiding bij zijn Intelligent Woman's Guide (uitgebreid met een deel over communisme en fascisme) schreef GBS, die nooit gehinderd werd door bedeesdheid: “De lezer krijgt in dit boek meer waar voor zijn geld dan in de eerste uitgave en betaalt er nog minder voor ook”.

De Penguins drongen niet alleen door tot in de armzaligste huizen waar buiten de Bijbel nog nooit een boek was gezien, ze waren ook grafisch mooi verzorgd. Hun heldere oranjekleurige stofomslagen (fictie), groene stofomslagen (misdaadromans) en donkerblauwe omslagen (biografie en memoires) transformeerden tegelijkertijd zowel de economie van het uitgeversvak als de inrichting van de boekhandel. Allen Lane was in meer dan een opzicht een vernieuwer. In 1935 bedacht hij al nieuwe verkooppunten voor zijn boeken, die tot dan toe nooit buiten het domein van de conventionele boekhandel waren verkocht: warenhuizen, tabakswinkels, lunchrooms, overal waar het publiek tot impulsaankopen zou kunnen worden verleid. Dat woord had hij onderweg ook even bedacht.

Allen Lane's nieuwe uitgeverij overtrof in het derde jaar van zijn bestaan al vele malen de verkoopcijfers van The Bodley Head (de moeder), maar de Tweede Wereldoorlog zou Penguin pas wereldberoemd maken. Allen Lane greep zijn kans toen Engeland mobiliseerde en Duitsland de oorlog verklaarde. De uitgever van het goedkope pocketboek en de War Office werden elkaars beste bondgenoten: de Penguins pasten in de Britse oorlogsinspanning en de mobilisatie zorgde voor heimwee en verveling. De soldaten lazen alsof hun leven ervan afhing. Ook de kwartiermeester-generaal speelde zijn rol in de grote literaire coalitie: het nieuwe veldtenue waarin de Britten naar het front gestuurd werden had net boven de knie een zak die op de maat van een Penguin leek te zijn gemaakt. Evenals de gasmaskertas die was uitgebreid met een extra vak, waarin precies een Penguin paste. Voor Allen Lane, die op zijn vijftigste jaar in de adelstand werd verheven voor zijn verdiensten als literaire mensenvriend, kon de oorlog niet lang genoeg duren.