Optimisme bij Hongkongs 'laatste' bestuurders

De Hongkongse bestuurder Donald Tsang noemt de overname van de kroonkolonie door China over twee jaar “een glorieuze gebeurtenis voor etnische Chinezen”, een opmerkelijk standpunt te midden van de skepsis die er heerst over de goede (democratische) bedoelingen van Peking na 1997.

BRUSSEL, 17 JUNI. Het zijn bestuurders van het laatste uur, met veel onzekerheden in het vooruitzicht. Maar ze zijn optimistisch en nog zeer actief. The Brave New Worlders worden ze ook wel genoemd en Donald Tsang, de aanstaande minister van financiën van Hongkong, is één van hen.

“De dag dat de Britse kroonkolonie overgaat in handen van China is een moment waar ik en veel van mijn collega's naar uit kijken”, zegt Tsang. “Het is voor mij als etnische Chinees een glorieuze gebeurtenis.” Op 1 juli 1997 komt er officieel een einde aan 157 jaar van Britse overheersing. “Voor het eerst hebben wij dan te maken met een soevereine macht die onze taal spreekt en onze cultuur begrijpt.”

Tsang Yam Kuen - Donald Tsang voor het buitenland - is de voormalige minister van de schatkist en zal in september aantreden als de minister van financiën van Hongkong. Hij volgt daarmee de scheidende Sir Hamish Macleod op en doorbreekt een 153 jaar oude traditie door als eerste Chinees die functie op zich te nemen. Tsang denkt vijf jaar aan te blijven; twee jaar vóór de overdracht en drie jaar erna.

Maar het is onzeker of hij ook na 1997 zijn functie behoudt. Tsang en andere 'Moedigen van de Nieuwe Wereld' zitten opgescheept met de erfenis van de Britse bestuurders die na de officiële overdracht vertrekken. Peking zou achterblijvers als Tsang te veel kunnen associeren met de Britten en hen dwingen af te treden.

“Natuurlijk zijn er verschillen tussen China en Hongkong,” zegt Tsang (52) die gekleed gaat in een strakke blazer met strikdas en bijpassende bretels. “Wij hebben nu eenmaal zeer verschillende waarden. Die moeten door China worden erkend. En wie kan dat nu beter uitleggen aan de Chinezen dan een Hongkong-Chinees zoals ik?” Bij de Britse vertegenwoordigers loop je volgens Tsang al snel de kans dat de Chinezen tegen de schenen worden geschopt.

Tsang is buitengewoon optimistisch over de toekomst. Hij vertrouwt daarbij volledig op de Basic Law, de door China opgestelde mini-grondwet die in 1990 van kracht werd en waarin de overdracht en de periode erna is geregeld. Eerder al kwam China met het Verenigd Koninkrijk overeen dat Peking de sociale en economische autonomie van Hongkong tot vijftig jaar na de hereniging garandeert. “Er rest ons geen enkel alternatief dan de Chinezen te vertrouwen, er is ook geen reden hen te wantrouwen. De Chinezen zijn niet gebaat bij het schenden van de afspraken.”

Het optimisme van Tsang is opmerkelijk. Doorgaans wordt een dergelijk vertrouwen niet uitgesproken door bestuursfunctionarissen van de kroonkolonie. Maar Tsang lijkt partij te kiezen voor de pro-chinese zakenlui en politici in Hongkong. Het merendeel van deze groep mensen heeft zitting in het Voorbereidend Werkcomité (PWC), het door China geïnitieerde overlegorgaan dat de toekomst van Hongkong moet regelen.

“Hongkong wordt steeds aantrekkelijker om vanuit te opereren”, zegt Tsang. “Het is in ieder geval zeker dat na 1997 de huidige politieke problemen, die voortkomen uit het gegeven dat het Verenigd Koninkrijk de soevereine machthebber is, zullen verdwijnen.”

Die verandering zal een gunstige uitwerking hebben op de economische verhoudingen in Hongkong, meent Tsang. “Het handelsklimaat zal door de afname van de politieke frictie enkel verbeteren”. Hij deelt daarmee de mening van Lu Ping, de directeur van het Chinese Bureau voor Hongkong en Macao zaken, die in maart op bezoek was in de Verenigde Staten om Amerikaanse investeerders gerust te stellen over de toekomst van Hongkong.

Alleen Lu's argument dat met de overdracht een oneerlijke concurrent, namelijk het Verenigd Koninkrijk, zal vertrekken, bestrijdt Tsang. Volgens de Hongkong-Chinees blinkt de Britse kroonkolonie de laatste tien jaar uit in een zo eerlijke mogelijke concurrentie. “Neem nu het nieuwe vliegveld” zegt Tsang, “voor de aanleg van het miljardenproject werden eerst Japanse ondernemers aangetrokken, vervolgens waren de lokale ondernemers aan de beurt en pas in de laatste plaats de Britten. Alleen de besten komen aan bod.”

Dat een exodus van buitenlandse bedrijven op handen zou zijn, doet Tsang af als “geruchten van de pers die op niets zijn gebaseerd”. “Het is allemaal schielijk overdreven. Zakenlui komen en gaan. Harde cijfers bewijzen echter dat het aantal buitenlandse bedrijven is toegenomen.”

Volgens Tsang valt er dan ook niets te vrezen na 1997. “De Chinezen hebben geen enkel belang bij verstoring van de stabiliteit in Hongkong. Daarvoor zitten zij er al te diep in.” Volgens schattingen heeft China tussen de zestien en twintig miljard dollar in de kroonkolonie geïnvesteerd.

Andersom zijn ondernemers uit Hongkong inmiddels de grootste investeerders geworden in China. “Zij hebben al vele jaren ervaring met de handel in China en zijn tot diep in het land vertegenwoordigd met vestigingen.” Daarom gelooft Tsang ook dat de overdacht over twee jaar weinig verandering te weeg zal brengen. “De private sector, de motor van de Hongkongse economie, is in het herenigingsproces al vele stappen verder dan het bestuur in beide landen.”

Tsang gelooft ook niet dat Hongkong besmet zal raken met chronische ziekten uit China, zoals de corruptie die de Chinese samenleving de laatste jaren parten speelt. “Op het moment dat China lid wordt van de Wereld-Handelsorganisatie (een lang gekoesterde wens van Peking) behoort het land zich te conformeren aan de internationale normen, en die staan dergelijke praktijken niet toe.” Verder garanderen volgens Tsang de vrije media en een zelfbewust parlement een versterking van de moraal in Hongkong.

Maar juist aan dat laatste wordt binnen en buiten Hongkong sterk getwijfeld. Zo hebben de plannen van de Britse gouverneur Chris Patten om het parlement van Hongkong meer democratisch gehalte te geven, zeer felle reacties van de regering in Peking tot gevolg gehad. De Chinezen hebben zelfs gedreigd het hele parlement na 1997 op te doeken.

Dat dergelijke dreigementen zouden kunnen leiden tot een massale vlucht van vooraanstaande politici en ambtenaren wordt door Tsang verworpen. Maar het was dezelfde Donald Tsang die in 1989 het zogenaamde British Nationality Scheme ontwierp om de op handen zijnde brain drain tot staan te brengen. Door de bloedige onderdrukking van de studentenprotesten in Peking in dat jaar dreigde een enorme exodus van hogeropgeleide Hongkongchinezen.

De regeling van Tsang garandeert tot 1 juli 1997 een Brits paspoort voor zo'n 200.000 leidinggevende personen en hun familieleden. “Het is een succes, want de brain drain bleef uit en weinigen hebben gebruik gemaakt van de regeling”, aldus Tsang, die zelf ook tot de uitverkorenen behoort en nog twee jaar heeft om een beslissing te nemen.

Tsang zegt te geloven in de toekomst van Hongkong, ook waar het gaat om de democratische ontwikkeling in het gebied. “China kan zijn dreigementen natuurlijk doorvoeren, maar feit is dat er politieke aspiraties zijn in Hongkong en die kunnen nu eenmaal nooit de kop in worden gedrukt.”