Offshore stuwt IHC Caland omhoog

AMSTERDAM, 17 JUNI. Het ontwerpen van in de publieke opinie omstreden olieoverslagplatforms als de Brent Spar, die eigenaar Koninklijke Olie wil laten afzinken naar de oceaanbodem, behoort tot de kernactiviteiten van IHC Caland.

Net in de periode dat deze platforms in het brandpunt van de belangstelling staan, kreeg het Schiedamse concern deze week uitzicht op een mega-order van British Petroleum. BP besteedde bij IHC Caland de eerste fase aan voor het ontwerp van een installatie voor olieproduktie en -overslag, die ten westen van de Shetland Eilanden in gebruik gaat worden genomen. Met deze order is 35 miljoen gulden gemoeid.

De kans, zo liet IHC's president-directeur J.D. Bax weten, is groot dat de vervolgopdrachten voor de bouw, ter waarde van circa 600 miljoen, naar het consortium gaan waarover IHC Caland de supervisie voert. Hoe groot het mogelijke aandeel van IHC is in deze vervolgopdrachten wilde hij echter niet kwijt.

De beurs reageerde positief op de nieuwe opdracht. Het fonds sloot gistermiddag op 46,10 gulden. Dat is tevens de hoogste jaarkoers en een stijging ten opzichte van vorige week van 2,20 gulden. In maart noteerde IHC Caland nog even net boven de 30 gulden. IHC Caland, dat als tweede kernactiviteit het ontwerp en de bouw van schepen voor bagger en mijnbouw heeft, kreeg toen op de beurs een forse klap. Aanleiding was een bericht van 's Nederlands grootste baggerconcern Boskalis dat de baggermarkt zwaar was verslechterd.

IHC Caland ontwerpt de overslag, opslag, en produktiesystemen voor de olie-offshore zelf, maar besteedt de fabricage daarvan volledig uit. De olie-offshore activiteiten zijn ondergebracht bij dochteronderneming Single Buoy Moorings.

Het gaat IHC Caland voor de wind. De orderportefeuille bedroeg per ultimo 1994 2,03 miljard gulden. Analist A. Brakenhoff van zakenbank MeesPierson schat dat dit bedrag inmiddels dicht tegen de 2,5 miljard gulden ligt. “Dat is een fantastische omvang”, vindt de analist. “Het betekent voor twee jaar werk”.

Bij IHC Caland werken wereldwijd 1.800 man, van wie 500 in de offshore. Het concern behaalde in 1994 een netto winst van 64,2 miljoen gulden op een omzet (op basis van afgeleverde werken) van 886 miljoen gulden. De bruto marge - bedrijfsresultaat gedeeld door omzet - kwam uit op 8,1 procent. “Geen kattepis in de kapitaalgoederenindustrie”, jubelde president-directeur Bax in april tijdens een toelichting op de jaarresultaten.

Bedroeg de winst per aandeel in 1994 2,71 gulden, voor het lopend boekjaar taxeert analist Brakenhoff 3,10 gulden en voor 1996 3,60 gulden.

Kreeg IHC Caland deze week bij beleggers de handen op elkaar; voor een van de grootste klanten van het concern, Koninklijke Olie, gingen vooral de vuisten de lucht in. De hele milieubeweging, onder aanvoering van Greenpeace, viel over Shell heen. De meeste analisten doen niettemin de financiële gevolgen voor Shell van het tumult rond het olieoverslagplatform Brent Spar af als gering. De koersbeweging lijkt ze vooralsnog gelijk te geven. Noteerde Koninklijke Olie vorige week vrijdag bij het slot 196,80 gulden, gistermiddag was daar 2,70 vanaf op 194,10 gulden.

De beursgraadmeter, de AEX-index, kwam deze week nauwelijks in beweging en sloot op 430,71 punten. De handel was de afgelopen dagen in afwachting van de uitkomst van de vergadering van de zeven grootste industrielanden in Canada (G7), die vandaag is afgesloten.

    • Hendrik Jan van Oostrum