Nieuw project van Vieille: fruitbomen en elektriciteitsmasten; Appels plukken in de Gooise knoop

Locatie Les Grandes Formes: voor fietsers: Weesperzijde richting Duivendrecht, langs de Weespertrekvaart. Voor automobilisten: tussen de A 10 bij Duivendrecht/Diemen Zuid en de S 112 (Gooise weg), langs het klaverblad 'Gooise Knoop'. Bij het project is een boekje a ƒ 24,50 verschenen.

AMSTERDAM, 17 JUNI. Gisteren werden in de Amsterdamse Watergraafsmeer 190 leibomen en 15 elektriciteitsmasten onthuld. De Fransman Jacques Vieille liet ze er in opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst plaatsen door leerlingen van het Florens college voor natuur en groen. Het kunstwerk Les Grandes Formes staat op een wonderlijke plek: in een lus van de Ringweg rond Amsterdam, de zogenaamde Gooise knoop. Terwijl het verkeer voorbij raast en de regen druilerig naar beneden komt, legt Jacques Vieille (1948) uit: “De omwonenden uit Betondorp zeggen: jammer dat je die bomen hier hebt gezet! Dat ben ik niet met ze eens. Juist deze stukjes niemandsland waarvan er zoveel zijn langs onze grote wegen, moeten geannexeerd worden.” Vieille wijst op de vrij druk bevaren Weespertrekvaart die langs 'zijn' beplante grasveld van 2000 vierkante meter loopt, en het fietspad tussen Duivendracht en Amsterdam dat veel gebruikt wordt door forensen. “Dit moet een openbare tuin worden voor passanten en buurtbewoners. Lang zal men hier niet blijven, vanwege het verkeerslawaai. Hooguit een paar minuten, waarin je de namen van de fruitbomen kunt lezen, of een appeltje van een boom plukt.” Automoblisten die een kijkje willen nemen in deze 'boomgaard', moeten echter een verkeersovertreding begaan en in de berm parkeren.

Behalve 36 appelboompjes (waaronder de Appel Schone van Boskoop, en de ouderwetse sterappel) staan er tegen de hekwerken 84 perebomen opgebonden langs leilatten, en 71 druiven. “Landschapsarchitect Pierre Martinot uit Hilversum zocht uit welke fruitboomsoorten op deze grond en in het Hollandse klimaat het beste gedijen”, aldus Vieille die zich verdiepte in de rijke traditie die de Watergraafsmeerpolder heeft wat betreft tuinieren en kweken. “In de Gouden Eeuw hadden welgestelde Amsterdammers hier hun buitenhuizen met classicistische tuinen. In de Franse tuinen hier werd de kunst van het snoeien toegepast, zoals die door de hovenier van Lodewijk XIV was ontwikkeld.” Die kunst wordt in het begeleidende boekje uiteengezet in snoeischema's en -patronen, zoals het haagsysteem en de palmet. Het principe is eenvoudig: door de boom aldus te leiden, wordt de produktiviteit verveelvoudigd en het plukken gemakkelijker. Vieille voegde zelf een aantal fantasie-snoeivormen toe, die zuiver gebaseerd zijn op de schoonheid van de vertakkingen (en het ondersteunende latwerk), en niet op het halen van een maximale oogst.

In de 19de eeuw moesten de buitens plaatsmaken voor de staduitleg van Amsterdam; alleen huize Frankendael, nu de Stadskwekerij, bleef gehandhaafd omdat er een tuinbouwschool was gevestigd. De historische lijn wordt voortgezet door de opvolger van Frankendael, het Florens college, bij dit kunstproject te betrekken. De leerlingen die tussen de 12 en 18 jaar zijn, zullen de komende jaren het gras middenin dit 'klaverblad' van wegen maaien, het onkruid wieden en de vruchtbomen snoeien. Maar wat doen de 15 elektriciteitsmasten hier, die als een klein woud van metalen boomstammen achter de fruitbomen staan opgesteld? “Ze vertonen vergelijkbare vertakkingen als de leibomen, zij zijn de industriële pendant van de 'natuurlijke' bomen die als gevolg van het snoeien uiteraard verre van natuurlijk zijn. De masten zijn vooral voor de automobilist bedoeld, als een markering van deze plaats. De leibomen zijn eerder een symbool van de contrôle die mens over de natuur wil hebben. Toch zal de natuur haar gang gaan middenin dit inferno van het moderne leven. De fruitbomen zullen bloeien en vrucht dragen, daar kan geen ringweg iets aan veranderen.”