Nationaal Ballet besluit seizoen met prachtig programma

Gezelschap: Het Nationale Ballet. Voorstelling: Spiegels bevriezend. Choreografie, kostuums en toneelbeeld: Toer van Schayk. Muziek: Mischa Hamel. Licht: Jan Hofstra. Reprises: Four Schumann Pieces, Van Manen/Schumann, Diversion of Angels, Graham/Dello Joio. Mmv het Mondriaan Kwartet en het Nederlands Balletorkest olv Mischa Hamel. Gezien: 15 juni, Muziektheater, Amsterdam. Daar nog te zien: 17, 18, 19 en 21 juni.

Met een nieuw werk van Toer van Schayk en de heropvoering van twee eigentijdse klassiekers sluit Het Nationale Ballet het seizoen af. Het is vreemd dat een van die reprises, Hans van Manens oorspronkelijk in 1975 voor het Royal Ballet gemaakte Four Schumann Pieces zo lang bij Het Nationale Ballet in de kast heeft gelegen, want het is een prachtig werk met een verfijnde mengeling van hoofse, lyrische weemoed en onbevangen levenslust. Bovendien heeft het ballet een droom van een hoofdrol voor een mannelijke danser. Een zware rol, want afgezien van enkele rustpunten bestaat de rol uit een lange aaneenschakeling van technisch veeleisende duetten en soli, die ook nog verschillende stemmingen en relaties dienen te weerspiegelen. Een rol dus voor een doorgewinterd solist zoals Anthony Dowell of Han Ebbelaar.

In de reprise was echter gekozen voor de nog jonge Boris de Leeuw, een groot Nederlands danstalent dat zich de twee laatste seizoenen opmerkelijk ontwikkeld heeft. In een aantal opzichten leverde De Leeuw in Four Schumann Pieces een fenomenale prestatie: hij was danstechnisch trefzeker, nobel in houding en lijn, betrouwbaar in het partnerwerk, bewust van de totaliteit van de choreografie en zorgvuldig in muzikale frasering. Wat (nog) ontbreekt is de flair, de durf om zich binnen de precisie van de vorm over te geven aan de sensatie van het bewegen, de eigen dansdrift te tonen waardoor iemands absolute noodzaak van dansen zichtbaar en dus opwindend wordt. De Leeuw werd omringd door een geïnspireerd ensemble waarin Coleen Davis, Jahn Magnus Johansen, Rachel Beaujean en Robert Bell zich als sterke solisten onderscheidden. Hopenlijk voor dansers en publiek blijft Four Schumann Pieces een tijdje op het repertoire staan.

Martha Grahams uit 1948 stammende klassieker Diversion of Angels staat sinds 1993 op het repertoire en terecht wordt dit speelse werk van de moeder van de moderne dans weer in het programma opgenomen. Het kreeg een mooie, levendige uitvoering. Eerste soliste Karin Schnabel sluit met de rol van de vrouw in het rood in dit ballet haar danscarrière af. Ze doet dat met alle kwaliteiten die haar werk al meer dan 20 jaar kenmerken: een totale dienstbaarheid aan de dans, een natuurlijke, genuanceerde muzikaliteit en een onopgesmukte, intens doorleefde presentatie.

Toer van Schayks nieuwe werk Spiegels bevriezend op de suggestieve, speciaal gecomponeerde muziek van Mischa Hamel, is even raadselachtig als de titel. In een lege donkere ruimte, rechts begrensd door een hoge, schuin oplopende golfplaten wand, links door drie spiegelende glazen vlakken, en met op de achtergrond een blauw oplichtend kronkelig lijntje, bewegen zich een man (Clint Farha ) en een vrouw (Anna Seidl) ieder in een aparte lichtbundel. Ze lijken onafhankelijk van elkaar en toch voel je een binding. Zij beweegt als een langpotig insekt, hij als een gekooid dier. Ook de daarna verschijnendefiguren - mannen en vrouwen in wisselende formaties - roepen een wereld op van aan elkaar tegenstrijdige stemmingen, van koele hartstochten, van brandend ijs, van gepassioneerde onverschilligheid.

Zekerheid op de vloer wordt verstoord door flitsende lichtstralen in de lucht of door onverwachts neer denderende lange trillende stokken. De groep klontert samen, stil, angstig om dan met een plotseling grijns de opgebouwde spanning weg te vagen en terwijl het doek sluit nieuwe raadsels aan te dragen. Een intrigerend, voortreffelijk gedanst ballet van een choreograaf die een landschapsschilder van de geest is.