Morandi, of hoe de dingen zich gedeisd houden

Tentoonstelling: Giorgio Morandi: De Aquarellen. T/m 2 juli in de Kunsthal Rotterdam, Westzeedijk 341. Di t/m za 10-17u, zo 11-17u. Catalogus: ƒ 35,-.

Ze mogen er nauwelijks zijn - de flessen en frutsels van Giorgio Morandi. Dat ligt niet alleen aan het kleine formaat waarop ze worden afgebeeld, maar vooral aan hun onnadrukkelijke aanwezigheid. Soms dreigen ze zichzelf zo weg te cijferen, dat alleen de ruimte tussen de kommen en de potten het verdient om gezien te worden. En meestal is die ruimte dan ook nog in nevels gehuld, alsof de schilder zich afvroeg of er eigenlijk wel wat te schilderen viel.

Doet het er iets toe of dat lege glaswerk samen met porselein of blikken doosjes op papier staat? Nee, volstrekt niet. Maar Giorgio Morandi (1890-1964) stapte gelukkig over dat soort saboterende vragen heen. De dikke, drijfnatte penseel kwam vanuit een bak met gekleurd water boven het papier te hangen, ging zijns weegs, en als het water uit die kwast was weggevloeid en door de vezels was opgezogen, dan bleef er meestal een stilleven achter dat nu nog de lust tot kijken naarstig voortdrijft. Meer, steeds meer wil men zien van Morandi, aan wiens aquarellen een compacte, museale tentoonstelling is gewijd in de Kunsthal in Rotterdam, met bruiklenen uit zowel het Morandi Museum in Bologna, het Albertina Museum in Wenen als particuliere collecties.

De aquarellen vormen niet het hoofdbestanddeel van Morandi's oeuvre. Verre van dat, decennia lang liet hij deze techniek links liggen. De olieverf was hem liever, en dan bij voorkeur in diezelfde teruggetrokken tinten die meestal in een zee van wit liggen te spelevaren. Begrijpelijk, als je ziet met wat voor ambachtelijk plezier hij dat verftype moet hebben gehanteerd. Olieverf laat zich nu eenmaal grenzeloos strelen, toedekken en instoppen. Aquarelverf wil niets van dat alles weten. De eerste aanraking is onuitwisbaar, de kleur spreekt zich meteen pontificaal uit tot contour. Er valt niet te falen.

Net zoals de appels van Cézanne geen appels meer zijn, maar vlak èn licht èn kleur èn ruimte, zo weet ook Morandi ons wijs te maken dat zijn ranke flessen het fles-zijn overstijgen. Onwillekeurig diende zich op de tentoonstelling die vergelijking met de appels aan; pas bij lezing van de soms geëxalteerde catalogus-teksten blijkt dat diezelfde Cézanne inderdaad de twintigjarige Morandi tot belangrijkste voorbeeld is geweest. Bij hem moet hij - in eigen woorden - 'de gevoelens van de dingen' hebben herkend. Dat gevoelsleven, dat hij er natuurlijk zelf op projecteerde, was uit op harmonie, evenwicht en intimiteit. En daarbij houden de dingen zich op een innemende manier gedeisd.

Over Morandi's burgermans bestaan is weinig opwindends te vertellen: een rustig, gedisciplineerd leven temidden van drie ongetrouwde zusters in één en hetzelfde, keurig ingerichte huis in Bologna. In diezelfde stad bracht hij het van onderwijzer vele jaren later tot academie-docent in etstechnieken. Het ondernemen van buitenlandse reizen vond hij vooral gedoe. Het deelnemen aan tentoonstellingen hoefde ook niet. Liever was hij thuis; enerverende gebeurtenissen konden hem gestolen worden. Het atelier-raam bood hem een uitzicht op de Bolognese Apennijnen. Samen met het zicht op zijn stillevens was dat meer dan voldoende.

De tentoonstelling in de Kunsthal laat zien hoe Morandi ook op papier met weinig, met steeds minder, volstond. Eerst dicteren de flessen en kommen hun vormen nog, de werkelijkheid moest gediend worden. De eerste, reikhalzende flessen uit 1928 kennen nog hun precieze omtrek, lichtvlekjes, slagschaduwen. Ruim dertig jaar later presenteren de voorwerpen zich in wolken van kleurwater, ze zweven boven het grondvlak, stapelen zich desnoods op, als bouwstenen van een abstract experiment.

Toch kon Morandi net zo gemakkelijk weer terugkeren naar de concreetheid van zijn onderwerp. Want in hetzelfde jaar van de zwevende kannen, in 1962, verschijnt er ook een theepot ten tonele, een vooraanzicht, waarbij de tuit zich exact en agressief - schilder Klaas Gubbels die alles over het driftleven van de koffiepot weet, zal dat beamen - als een geweersloopje op de toeschouwer heeft gericht.

In de voorafgaande jaren zijn bladen ontstaan die in de aanzet van een enkele waterige lijn blijven steken, die alle nonchalante kenmerken van een studieblad in zich dragen, of die in kleur, compositie en ritme zo delicaat en zo gaaf zijn dat het triviale zoiets als 'de ideale aquarel' oplevert. Even doet zo'n blad je geloven dat 'volmaaktheid' geen illusie is en dat die zich juist in de grootste eenvoud hier op papier aandient.

Hoewel zijn werkwijze in het aquarelleren van landschappen niet afweek in die van stillevens, moet die organische wereld letterlijk en figuurlijk verder van Morandi hebben afgestaan. Dezelfde strakke vormen duiken tussen de grijze en groene bosschages op, zoals vensters, daken of hekken, maar de grootschaligheid van de buitenwereld leidt in verf tot minder harmonie en intimiteit, tenzij de blik zich beperkte tot een enkele struik of wat dartelend gebladerte. De volmaakte harmonie lag dichtbij, in die niet noemenswaardige toestanden op tafel, en in de gevoelswereld van Morandi zelf, waar men - met enige afgunst - even deelgenoot van kan zijn.