Minister Borst wil keuze van geslacht baby's verbieden

UTRECHT, 17 JUNI. Minister Borst (volksgezondheid) gaat klinieken waar toekomstige ouders voor een zoon of dochter kunnen kiezen wettelijk verbieden. Het centrum voor Gender Preselection in Utrecht, dat binnenkort geslachtsselecties zal uitvoeren, kan in afwachting van wetgeving waarschijnlijk niet worden gesloten. Borst schrijft dit in een brief die gisteren bij de leden van de vaste kamercommissie voor volksgezondheid is bezorgd.

Borst baseert zich op een rapport van de Gezondheidsraad over geslachtsselectie. Het rapport is versneld gepubliceerd. De Gezondheidsraad schrijft dat inwilliging van de wens van de ouders voor een zoon of dochter zonder medische indicatie kan leiden tot “een klimaat waarin de technische selectie van kinderen niet langer als verwerpelijk wordt beschouwd.”

Geslachtskeuze op medische indicatie moet echter worden toegestaan, vindt de Gezondheidsraad, maar daarvoor bestaan nog geen veilige en werkzame methoden. Geslachtskeuze van een kind op medische indicatie kan uitkomst bieden als in een familie een geslachtsgebonden erfelijke ziekte heerst en als de ouders geen gehandicapt kind willen, of een aangedane foetus niet willen laten aborteren.

De gezondheidsinspectie heeft na een bezoek aan de Utrechtse kliniek vastgesteld dat apparatuur en personeel niet aan de vereisten voldoen om aan het werk te gaan.

De sinds een maand aan het centrum verbonden arts P. Roos werd gistermiddag op staande voet ontslagen. Volgens stichtingsbestuurder B. van Delen was dit onontkoombaar omdat Roos er in een uitzending van Nova donderdagavond blijk van gaf onvoldoende gekwalificeerd te zijn om naar behoren te kunnen functioneren.

In de Nova-uitzending debatteerde Roos met gynaecoloog dr. C. Jansen, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor In Vitro Fertilisatie. Jansen legde Roos gegevens voor uit de wetenschappelijke literatuur waaruit zou blijken dat de zaadselectiemethode van de kliniek niet werkt. Roos meende dat, als het echt zo erg was als Jansen beweerde, het centrum voor Gender Preselection zich nog maar eens moest bezinnen. Van Delen vindt herbezinning onnodig. Er zijn volgens hem voldoende statistische gegevens die aantonen dat de zaadselectie wel werkt.

De Genderkliniek werkt met een begin jaren zeventig ontwikkelde methode van de Amerikaan R.J. Ericsson. De techniek berust er op dat zaadcellen met een Y-chromosoom - waaruit na versmelting met een eicel een jongetje ontstaat - lichter zijn en iets sneller zwemmen dan zaadcellen met een X-chromosoom waaruit na bevruchting een meisje groeit. Het Utrechtse centrum claimt volgens de gezondheidsinspectie dat de wens om een jongen te krijgen met 80 procent zekerheid kan worden gerealiseerd. Volgens de Gezondheidsraad is dat nooit aangetoond.