Maggie's machteloze terugblik

MARGARET THATCHER: The Path to Power

656 blz., HarperCollins 1995, ƒ 73,50

Het kan niet anders of over een jaar of twee duikt in één van de vele hersengymnastiek-spelletjes op de Engelse radio of televisie deze vraag op: “Welke politicus schreef in zijn memoires: 'Eén van mijn weinige hobby's is woninginrichting'?”

Het onwaarschijnlijke antwoord daarop is: Margaret Thatcher. De 'ijzeren dame' belijdt haar curieus verborgen gebleven liefde voor de wereld van het interieur in het tweede deel van haar politieke herinneringen. Na The Downing Street Years, verschenen in 1993, dat gaat over haar elf jaren als premier van Groot-Brittannië, handelt haar deze week verschenen The Path to Power over de voorgeschiedenis die naar die machtige positie leidde. Na alles wat daar al over geschreven is door anderen, krijgt de lezer nu uit Thatchers eigen mond te horen hoe haar jeugd was, hoe haar studietijd verliep en hoe haar politieke belangstelling uitmondde in haar lidmaatschap van Het Lagerhuis als parlementair vertegenwoordiger voor het kiesdistrict Finchley - “de eerste Roberts die het zover gebracht had”.

Het is in dit eerste deel van haar boek - deel twee bestaat uit instructies aan John Major over de gewenste koers van de Conservatieve Partij - dat de barones rept over behangen en gordijnen naaien. Eerder zijn we getrakteerd op de ontmoeting met Denis, de geboorte van “de tweeling” en de vrije-tijdsbesteding van het echtpaar. Dat levert onbedoelde juweeltjes op als: “We zouden misschien eerder hebben kunnen trouwen, maar mijn hartstocht voor politiek en de zijne voor rugby - op zaterdag konden we elkaar dus nooit zien - kwam tussenbeide.” Toen de wereldse Denis met zijn “voorliefde voor opvallende auto's” en met al één huwelijk achter de dug uiteindelijk met zijn aanzoek kwam, moest de 26-jarige Margaret Roberts daar lang en diepgaand over nadenken. “Ik had mijn zinnen dusdanig op de politiek gezet, dat de gedachte aan een huwelijk werkelijk niet bij mij was opgekomen.”

Moederschap

Desondanks, ze zei ja. De gemeenschappelijke belangstelling breidde zich uit van “zijn achtergrond in de verf-business en mijn werkzaamheden in plastic, die ons in elk geval een gezamenlijke belangstelling voor de wetenschap hadden gegeven”. Toen Carol en Mark werden geboren - “Denis had er heel verstandig voor gezorgd dat hij op de Oval naar testcricket zat te kijken” - bleek de keuze van Denis als echtgenoot nog verstandig ook. Hij kon, met zijn vorstelijke salaris, een kinderjuffrouw betalen. Zij zette haar politieke carrière voor zes maanden in de ijskast, als concessie aan het moederschap. In die zes maanden studeerde ze wel af als barrister, een extra kwalificatie naast haar graad als chemicus.

Zodra de kinderen oud genoeg zijn om die traktatie op waarde te schatten, belooft Margaret Thatcher hun dat ze ooit, wanneer ze gekozen zal zijn als Lagerhuislid, mee zal nemen voor tea op het terras van het House of Commons. Ze zijn nog geen zes wanneer ze MP wordt en die belofte gestand kan doen, maar Thatcher schrijft dat ze er erg lang op hebben moeten wachten.

De persoonlijke details in de eerste helft van haar boek, hebben we hiermee wel bijna allemaal gehad - met uitzondering van de uitgebreide loftuitingen aan het adres van vader. Maar die kenden de Britten al intiem uit eerdere kennismakingen. In de jaren van Thatchers regeren werd de alderman-kruidenier uit Grantham vaak aangehaald als bron van alle wijsheid: 'Doe nooit iets alleen maar omdat andere mensen het ook doen', 'Leef nooit boven je stand' en 'Je bent verantwoordelijk voor je eigen daden'. Van haar vader heeft Margaret Thatcher haar plichtsbesef, haar politieke overtuiging en haar enorme werkkracht geërfd. Van moeder, die toch ook in de winkel werkte, en van ouder zusje Muriel komen we nauwelijks iets te weten, behalve een opmerking als “Moeder kon óók heel goed geld opzij leggen.” De lezer voelt aan alles: Mrs Thatcher's adviseurs en scriptwriters, zes in getal, hebben haar dwingend geadviseerd aan deze elementen aandacht te besteden, maar ze hebben de referenties uit haar moeten trekken. Thatcher bekent in haar boek dat ze geen talent heeft voor introspectie, noch voor retrospectie.

Tranen

Een gevoel van ongemak overvalt de lezer bij de moeizame grappen, van het soort dat regelrechte herinneringen oproept aan haar toespraken voor de Conservatieve Partij-conferenties. De 'leuke' zinnen die er na eindeloos polijsten door professionals werden ingebreid, gingen maar al te vaak verloren in haar onvermogen om ze voor te dragen. Het gevoel voor humor van de barones is maar zéér beperkt. En een opmerking als “een bezoek aan de dierentuin in Londen gaf mij een voorproefje van la douceur de la vie, om met Talleyrand te spreken”, schrijnt tè pijnlijk op een pagina die haar prille jeugd behandelt.

Vijf jaar geleden is het nu dat the Leader door haar parlementaire collega's in de rug werd gestoken en moest gaan. Deels vanwege het volksoproer over de door haar hardnekkig verdedigde poll tax, deels wegens haar onberaden 'Nee! Nee! Nee!' over Europa en deels omdat ze te veel de dictator was geworden, die niet naar rede van collega's wilde luisteren. Bij haar vertrek uit Downing Street, in november 1990, zag de wereld haar voor de derde keer in haar politieke carrière in tranen. De eerste twee emotionele uitbarstingen waren gereserveerd geweest voor respectievelijk een referentie aan haar vader, in een televisie-interview, en voor die keer dat zoon Mark lange tijd vermist werd bij een woestijnrally in de Sahara.

Toen ze Downing Street verliet, had ze ten minste één troost. Van degenen die naar het leiderschap van de partij hadden gedongen, had haar favoriet gewonnen. Toen voor haar de zaak verloren was, had ze alles op alles gezet om John Major, de man die ze als beginnend politicus uit de obscuriteit had getild, als haar vervanger gekozen te krijgen. Daarmee had ze Michael Heseltine, de pro-Europese ambitioso die ook nu nog steeds op de post aast, de voet dwars gezet. Hij was degeen die in 1990 de strijd om haar leiderschap ontketende, door zich kandidaat te stellen, in de vaste overtuiging dat een meerderheid van de MP's op hem zou stemmen. In The Path to Power herinnert Thatcher eraan hoe ze Heseltine in februari 1975, toen zijzelf net het leiderschap van een weerspannige Edward Heath had overgenomen, in haar schaduwkabinet benoemde. “Ook hij was lang een supporter van Heath gebleven, maar algemeen werd aangenomen dat de zaak waar hij het meest voor stònd, zijn eigenbelang was. Ik moet wel van Michael zeggen: hij was altijd verfrissend open over zijn ambities.”

De ironie wil dat de publiciteitscampagne ter gelegenheid van La Thatcher's tweede boek, diezelfde Michael weer een voet tussen de deur lijkt te zullen geven. De barones wordt ervan beschuldigd dat ze een strijd om de zetel van John Major, dit komend najaar, uitlokt, door haar voormalige beschermeling openlijk te laten weten hoezeer ze in hem is teleurgesteld. Natuurlijk ontkent ze in alle toonaarden dat ze een leiderschapsverkiezing wenst, maar de rechtervleugel van de Conservatieve Partij, in en buiten het kabinet, put duidelijk moed uit haar aansporingen.

Major is immers volgens Thatcher “niet Conservatief genoeg”, hij doet veel te veel concessies aan Europa (een verzekering waarvan de Europese partners verrast zullen opkijken) en hij heeft de cruciale verhouding met de Verenigde Staten tot as gereduceerd. Binnenslands zijn kiezers, gelokt met de belofte van 'meer van uw eigen geld in uw eigen zak', opgezadeld met belastingverhogingen. Het Verdrag van Maastricht, Britse voorbehouden of niet, zou zij nooit hebben getekend. Het ontstaan van één Europese munt zou zij nóóit goedkeuren.

Dat Major een deel van zijn begrotingsproblemen van haar geërfd heeft, zegt ze er niet bij. Dat zij, Margaret Thatcher, het Verdrag van Europese Eenwording heeft getekend, evenmin. En het feit dat ze destijds als premier akkoord is gegaan met de Britse toetreding tot het EMS verdedigt ze in interviews door te zeggen dat dit alleen maar was omdat alle anderen in het kabinet, inclusief John Major, het zo graag wilden. Voor een vrouw die zo vaak verwijst naar die uitspraak van haar vader, dat je nóóit iets moet doen, alleen omdat anderen het ook doen, is dat niet de sterkste verdediging.

Bewonderaars

Hoe het zij, de aanvallen van de barones - “Blair is de beste leider die Labour in lange jaren gehad heeft” - hebben in elk geval hun effect gehad op de verkoopcijfers van haar boeken. De uitgevers voorspellen dat wereldwijde verkoop van de beide werken (The Downing Street Years is net in paperback uitgekomen in Engeland, maar heeft al twee miljoen hardback-exemplaren achter zich) de auteur zo'n 15 miljoen pond zal opleveren.

De afgelopen week is voorbijgegaan in een werveling van interviews, signeer-sessies, verschijnings-party's en schouwburgmanifestaties, waarbij het grote publiek vragen kon stellen. Bij Hatchards, de boekwinkel op Piccadilly, stond maandagmorgen twee uur vóór aanvang van de eerste signeer-zitting, al een rij van 150 mensen te wachten. Onder de Amerikaanse bewonderaars van Thatcher in die rij was toevallig ook de voormalige chef de bureau van George Bush, die meedeelde zijn vertrek uit Londen te hebben uitgesteld om deze genade te mogen meemaken.

De beheerder van Hatchards toonde zich opnieuw vol bewondering voor de snelheid waarmee de ex-premier haar handtekening weet te zetten. In twee uur signeerde ze méér dan 1300 exemplaren, terwijl om haar heen de fotografen en televisiemensen zich verdrongen met verzoeken als 'Give her a cuddle, Denis'. Denis keek wel uit. Hij woonde beleefd de eerste vijftien minuten bij, schuifelde toen zo ongemerkt mogelijk uit het zicht en verliet uiteindelijk het pand na aanschaf van de nieuwste legal thriller van John Grisham.

Milder

Naar verluidt is Margaret Thatcher, na vijf jaar machteloos meppen met de handtas 'in het donker' ofwel 'buiten' (haar woorden), milder geworden. In de interviews was daarvan weinig te merken. Dezelfde hartstocht onderstreepte haar woorden, hetzelfde onvermogen om te luisteren kleurde haar antwoorden. Maar er is in haar verschijning zoveel veranderd, dat ze volgens bewonderaars 'jong' en volgens neutrale waarnemers 'opeens oud' is geworden. Margaret Thatcher is kilo's afgevallen. Problemen met haar gebit hebben de stand van haar mond veranderd en beïnvloeden haar manier van spreken. Psychisch lijkt ze zich nooit geheel te hebben hersteld van de snelheid waarmee ze haar machtsbasis - en daarmee haar identiteit - verloor.

“Ze was zo getraumatiseerd die eerste tijd - een bewegende zombie,” zei een vertrouweling van Thatcher onlangs tegen The Independent. “Het was of het leven zelf haar was afgenomen, niet alleen maar hoe ze dat invulde, maar al die andere dingen die een belangrijke politicus toevallen en die hem doen vergeten hoe een gewoon bestaan ook alweer in elkaar zit. Ze was zo gedesoriënteerd, dat is met geen pen te beschrijven.”

Die desoriëntatie duurde twee jaar en werd, volgens ingewijden, nog verergerd omdat ze zich geheel verliet op haar zoon Mark. Niemand durfde Thatcher te zeggen dat deze onaangename mislukkeling wel haar slechtste adviseur geacht moest worden. Iedereen wist dat Thatcher Mark adoreert en verkiest boven Carol. En zo was het typisch Mark die meende dat hij, in de periode vlak ná haar aftreden, de zakelijke belangen van zijn moeder kon behartigen door over haar memoires te gaan onderhandelen. Dat deed hij zo harkerig en onaangenaam dat de ene na de andere uitgever afknapte tot er bijna niet een meer over was.

De Thatcher Foundation, een idee dat post vatte in de eerste dagen na haar vertrek uit Downingstreet, is evenmin welgevaren onder Marks aanwijzingen. Het moet de moeder diep verdriet doen, dat de business-transacties van haar zoon inmiddels in de Verenigde Staten aan een onderzoek van justitie worden onderworpen, terwijl in Engeland steeds meer bewijs boven tafel komt dat zoonlief de positie van Mummy heeft misbruikt om in het Midden-Oosten wapenhandel te bedrijven.

Bezoekers aan Thatchers werkadres op Chesham Place tonen zich allen getroffen door de gelijkenis van deze ambiance met Downing Street. Er is een staf van negen mensen, de hele dag gaat de telefoon, hooggeplaatste bezoekers - onder wie ministers uit John Majors kabinet - dienen zich aan en Mrs Thatcher zelf zit om zes uur 's morgens achter haar bureau en is er tot 's avonds laat niet weg te branden. Hier klopt het hart van de Thatcher Foundation, een stichting die bedoeld is om de free enterprise-ideologie van de barones te verspreiden. Door de wereld, maar vooral in Oost-Europa en in het Verre Oosten.

Reputatie

Kapitaal voor de stichting is afkomstig van rijke sympathisanten en vloeit verder binnen uit de opbrengst van Mrs Thatcher's activiteiten: de helft van de royalties van haar boeken, toespraken en openbare optredens is voor de Foundation. Die opzet maakt dat de stichting nog aan een ander doel beantwoordt: zij houdt (de naam van) Thatcher in het oog van de wereld en geeft deze bijna 70-jarige politicus de gelegenheid een blijvende rol te claimen als staatsvrouw van internationale statuur.

Zo reist de barones de wereld rond en subsidieert haar eigen reputatie en ideeën. In de oprisping van belangstelling voor haar tweede - en laatste - boek lijken de meeste mensen even vergeten, dat de Thatcher Foundation zelfs door de bestuursleden ervan geen succes wordt geacht (“Het is moeilijk om projecten te vinden in Polen, Tsjechoslowakijë of Rusland, waaraan je met vertrouwen kapitaal kunt verstrekken”, aldus een anonieme woordvoerder) en dat Margaret Thatcher nooit meer terug kan komen als premier. Een Britse diplomaat, boven zijn glaasje wijn op een receptie in Londen, zei het deze week heel treffend: “Als de hype over dit boek wat geluwd is, is er niets meer aan de hand. Wat heeft Margaret Thatcher ons nu nog te vertellen? Wees eerlijk. Ze is niet meer dan yesterday's woman.”