Ligt u lekker ?(4)

Is het ongevoeligheid, desinteresse of beroepsmatige botheid? Het lijkt van alles wat; wellicht voeren artsen nog tijdgebrek en werkdruk aan. In de vierde selectie van lezersbrieven met ziekenhuiservaringen komen we toe aan de wachtkamers, de onderzoekstafels en de ziekenzalen. Ter herinnering: wij vroegen om “dat ene zinnetje dat voor u een wereld van verschil maakte”, zowel negatief als positief. Daarop ontvingen we inmiddels meer dan 150 brieven, die vaak erg schokkend waren. Ook de medische en verpleegkundige stand werd gevraagd om hun ervaringen; daaraan zullen we een aparte aflevering wijden. Uw brieven over dit onderwerp zijn nog welkom.

Eerst de inzendingen waar briefschrijvers hun naam niet aan willen verbinden, vaak uit plaatsvervangende schaamte. Zoals de mevrouw, op bezoek op de hartafdeling waar haar moeder was opgenomen, door een arts als proefkonijn te hulp wordt geroepen. “Wilt u niet ook eens een half nitrobaatje innemen, dan zouden al die oudere patiëntes kunnen zien hoe onschuldig die dingen zijn. Net jam op een boterham”. Na enig aandringen stemde de ziekenhuisbezoeker in en slikte het medicijn, dat bedoeld is om angina-pectoris klachten (kortademigheid en pijn op de borst) te verzachten. Prompt viel zij flauw op de grond. Weer bij kennis sprak de arts: “U krijgt natuurlijk een kopje koffie van de zaak”.

Of de onderwijzeres met rugklachten die voor een keuring bij een neuroloog kwam, alwaar ze zich 'mocht' uitkleden. De arts komt binnen en zegt: Wat een buik! Eenmaal weer buiten bedacht deze lezer dat “Wat een kale kop!” de juiste repliek was geweest. L'esprit de l'escalier in het Zaterdags Peil. De boekebonnen zijn toegekend aan Meta Visser-Snijders, Maria van Mierlo, Joke Duivestein.

Nachtpon

Als docent medische psychologie maak ik dankbaar gebruik van de verhalen die mij via studenten of co-assistenten bereiken. Twee voorbeelden:

1) Een jonge vrouw ligt op de afdeling gynaecologie van een ziekenhuis. de deur gaat open en een voor haar onbekende gynaecoloog stapt binnen. Hij loopt naar haar bed toe, slaat haar dekens op, trekt haar nachtpon omhoog en zegt: O nee, u bent mijn patiënt niet... En hij gaat weer zijns weegs.

2) Een co-assistente kreeg van haar opleider de opdracht een patiënte te vertellen dat mevrouw kanker had. Nadat zij in de status had gezien dat nog niet alle resultaten van onderzoek binnen waren en er nog geen 100% zekerheid gegeven kon worden, besloot zij aan de opdracht geen gehoor te geven, hetgeen zij vervolgens bij haar opleider meldde. Deze voegde haar toe: Ach, kijk nou toch eens, ze zijn tegenwoordig te schijterig om patiënten te vertellen dat ze kanker hebben.

Kunt u begrijpen dat ik meer onderwijsuren in attitude-bewustwording, vorming en een formele beoordeling van deze aspecten bij de arts in spe bepleit?

Dr. B. Bonke

Rotterdam

Dubbeltje

Een knobbeltje in mijn borst maakte een chirurgische ingreep noodzakelijk. Over de aard bestond geen zekerheid. Op mijn vraag aan de chirurg naar de prognose, was het antwoord: Als u wakker wordt en u bent zo plat als een dubbeltje, dan was het kwaadaardig.

M.E. Streekstra

Amstelveen

Hilariteit

Mijn buurvrouw op een zaal met 6 bedden, was behandeld aan een operatiewond, die na enige tijd weer was opengegaan. Ze was een timide, hartelijke vrouw. 's Morgens kwam de chirurg met cortège van assistenten, hoofd- en lagere verpleegsters de bedden langs en maakte fijnzinnig de opmerking: Deze dame had ik niet goed genaaid. Toen de algehele hilariteit geluwd was, lag mijn buurvrouw te huilen.

C.P. Boulogne

Arnhem

Polsen

Voor een darmonderzoek, na een reis door Turkije, moest ik naar een ziekenhuis. Daar ik tevens hardnekkig jeukende muggebeten op mijn polsen had, sprak de arts: Die spuit zeker.

J.J. Versteeg-Albrecht

Dordrecht

Eng

Ik werd opgenomen in het ziekenhuis, omdat uitgevist moest worden waarom ik me al maanden doodziek voelde. Om het beeld van m'n ongezondheid te completeren zou er o.a. een uitstrijkje van het keelslijmvlies gemaakt worden.

Terwijl ik koortsig lag te baden in het zweet, huppelden twee meisjes, gewapend met spatel, bakjes en zeiltje, de zaal in. Ik schatte ze veertien en vijftien jaar oud, maar met een beetje goede wil konden ze ook doorgaan voor zestien en zeventien; Jong en Superjong. De meisjes stelden zich vriendelijk voor en ik besloot heldhaftig niet naar leeftijd en diploma's te informeren.

Jong spreidde het zeiltje over m'n bed en vertelde me dat ik, indien gewenst, gerust mocht braken, “daar geven wij helemaal niet om”. Superjong stond met haar attributen te klungelen, maar na enige bemoedigende knikjes van Jong naderde haar spatel mijn opengesperde mond. Ter hoogte van m'n voortanden verstarde ze en blikte hulpzoekend naar haar collega. Die haalde griezelend haar schouders op en giechelde luid en duidelijk: Eng hè, de eerste keer!

Meta Visser-Snijders

Vlaardingen

Geen afwijkingen

Ondanks onze kinderwens bleef een zwangerschap uit. De gynaecoloog van het Beverwijkse ziekenhuis zocht naar een oorzaak van deze kinderloosheid.

Na een serie onderzoeken deelde hij ons mee dat hij geen afwijkingen had kunnen vinden. Maar blijkbaar betekende dat nog niets, want vervolgens richtte hij zich tot mijn man en zei: U moet uw vrouw maar vergelijken met een auto. In de showroom glanst de auto u tegemoet, maar als u thuis onder de motorkap kijkt, blijkt het een barrel te zijn.

Joke Duivestein

Velserbroek

Zeer

De geboorte van mijn eerste kind had al drie weken op zich laten wachten. De gynaecoloog dacht door toucheren de bevalling op te kunnen wekken. Dat bleek overigens ijdele hoop. Zijn geruststellende commentaar kwam, vergezeld van zijn hand op mijn schouder, toen we tegelijk opstonden om naar De Tafel te lopen: Maakt u zich maar geen zorgen hoor, met dit vingertje (wijsvinger in de lucht) heb ik nog nooit een vrouw zeer gedaan...

Maria van Mierlo

Deventer

Lunch

Omdat ik vastbesloten was me zonodig met de gang van zaken tijdens de operatie te bemoeien, had ik gekozen voor een “ruggeprik”.

Op de operatietafel lag ik te luisteren naar de wat onwerkelijke maar toch geruststellende operatiekamergeluiden: de gedempte gesprekken van de artsen, het klikken van instrumenten en de regelmatige piepjes die uit allerlei apparaten kwamen. Deze betrekkelijke rust werd echter abrupt verstoord door het doordringende gegil van de zaag die in mijn scheenbeen werd gezet. Terwijl ik er vervolgens - toch wat geschokt - over nadacht hoe mijn been er nu uit zou zien, informeerde een van de assistenten opgewekt: Wie wil er straks kroketten bij de lunch?

Marije Bijleveld

Amsterdam Personeel

Hinkend en per taxi liet ik me naar het ziekenhuis vervoeren. Het loketje onder het bordje 'Hier melden' bevond zich aan het andere eind van de hal, tien meter verder. Het dienstverlenend personeel achter het glazen loketje zat vrolijk keuvelend koffie te drinken.

Opgelucht dat ik met de nodige rustpauzes mijn doel bereikt had, zonder mijn andere been daarbij te breken, meldde ik me staand op een inmiddels vermoeid been bij het bordje. Mijn gegevens werden ingevoerd in de computer en ik 'mocht' weer gaan zitten. Halverwege de hal stonden wat stoelen. Voor een gezond mens een kippeëindje, voor mij in deze omstandigheden toch een odyssee.

Ik zat nog geen twee minuten of de dame achter het loket riep mijn achternaam. Braaf hinkte ik weer naar het loket. De gepantserde dame overhandigde me een ponskaart en zei dat ik naar de röntgenafdeling kon gaan. Ik vroeg waar die zich bevond. “In gebouw D, op de zevende verdieping”, klonk het nors. De dame in kwestie leek niet van plan te zijn dit toe te lichten, dus vroeg ik waar gebouw D zich bevond, en hoe ik daar het beste naar toe kon op één been. “U loopt de hal door, gaat de deur uit, steekt het plein over, gaat de tweede trap naast de parkeerplaats op en dan ziet U de ingang van D vanzelf.” Ik vroeg of er misschien iemand was die me zou kunnen helpen. Of misschien hadden ze wel krukken of een rolstoel voor me. Nee, helpen, dat kon niemand, helaas. Iedereen had het druk, maar een rolstoel kon ik wel even lenen. Die stonden aan het einde van de gang.

Opgelucht hinkte ik naar het einde van de gang. Eenmaal in de rolstoel realiseerde ik me dat ik hierin niet ver zou komen. Je kon jezelf er alleen in voortduwen over egaal terrein en het parcours naar gebouw D was geaccidenteerd. Dus rolde ik mezelf weer naar het gepantserde personeel en vroeg, dit maal zittend, hoe zij zich voorstelden dat ik gebouw D zou bereiken. Een oplossing hadden ze zo één, twee, drie niet voorhanden.

Ik begreep dat het zinloos was om enige hulp te verwachten en vroeg aan de wachtenden in de hal of er misschien iemand bereid was om mij naar gebouw D te duwen.

De patiënten bleken hulpvaardiger dan het personeel, en zo kwam ik dan eindelijk op de zevende verdieping van gebouw D terecht waar een röntgenfoto werd gemaakt van mijn inmiddels tot de dimensies van een dijbeen opgezwollen enkel.

Tijdens mijn verblijf onder het röntgenapparaat bleek mijn rolstoel spoorloos verdwenen, dus hinkte ik naar de EHBO-post, waar in eerste instantie niemand te bespeuren was. Na een kwartier verscheen er een arts die met tegenzin mijn enkel in het verband deed.

Ik bedankte hem, zag in de hal een tiental rolstoelen staan en vroeg of ik er eentje mocht lenen tot aan de uitgang. De arts achtte mijn geen antwoord waardig, dus hinkte ik naar de stoel en maakte aanstalten om mezelf naar de lift te duwen.

Vanuit de EHBO-kamer klonk opeens de stem van de arts:

Mevrouw, brengt u die stoel wel terug, straks?

Willemien Op den Orth

Amsterdam

Straling

Er moeten darmfoto's gemaakt worden. Je arriveert 's morgens nuchter en leeg op de röntgenafdeling van een academisch ziekenhuis.

U mag u hier uitkleden en u mag op de tafel gaan liggen. Dan komt er een jongeman met een jonge jongen in zijn kielzog. De eerste is arts-assistent, de tweede co-assistent. Het onderzoek is niet pijnlijk, wel vernederend. Je ligt daar maar, terwijl men contrastvloeistof in de darm spuit. Na talloos gemaakte foto's nog even blijven liggen. En dan blijken ze niet goed te zijn. Dus nog een keer. Ondertussen doet de assistent heel belerend tegen de co. De monitor staat maar steeds aan en er worden weer vele groot formaat foto's gemaakt.

Hetzelfde ritueel en daarna komt de zuster met een soort beschaamd gezicht vertellen dat het nog een keer moet. Ik weiger, waarbij ik ook zeg dat ik voorlopig weer genoeg straling heb gehad. Zij gaat het melden. Dan komt de grote baas, de echte röntgenoloog. De assistent staat er stil en bedremmeld bij. De röntgenoloog zegt dan tegen mij: Ach die straling mevrouwtje, u bent toch de vruchtbare leeftijd voorbij. 62 jaar ben ik. Wat een vlerk denk je dan.

M. Zijlstra-Schagen

Huizen N-H

Engels

Een Engelse vriendin, die niet goed Nederlands sprak, ging hier voor controle naar een arts in het ziekenhuis. De arts, die op de middelbare school Engels (en Frans) had geleerd, wilde zijn talenkennis tonen en zei: “Let's have a look at your corps(e)”.

W. Schram

Oosterhout

Geen pijn

Eind jaren '70. De wachtkamer polikliniek gynaecologie van een oud en intussen niet meer bestaand grote-stadsziekenhuis. Wij, de patiënten wachtten. Twee gebeurtenissen.

1. Jong meisje verdwijnt - na oproep - in de behandelkamer. Na korte tijd komt de arts-assistent naar buiten en toetert op megafoonsterkte over de gang: “Mevrouw de Jager, mevrouw de Jager (de chef clinique; ML), ik heb hier een 17-jarige Surinaamse, die een abortus wil - ik ben er zelf niet zo vóór!

2. Ik kwam zelf voor een spiraaltje: diverse personen bemoeiden zich er mee, de assistent, de co-assistent, en vele anderen. Enfin. De clichétekst werd gesproken: “Dat dóet geen pijn hoor, daar voelt u niets van.” Maar het inbrengen deed ónt-zét-ténd veel pijn. Ik viel flauw. Ik kwam op de gang bij, liggend op een brancard, onder een wit lakentje. Mijn kleren en tas aan het voeten|eind. Ik sloeg m'n ogen op, sloeg het lakentje open om te constateren, dat er op de plaats van handeling tamelijk wat bloedverlies was opgetreden en dat ik niet gekleed was. Tegelijkertijd keek ik in het verbijsterde gezicht van een daar wachtende (Marokkaanse) man. Dat ik nooit geklaagd heb spijt me heel erg. Boos ben ik nog steeds.

Marina van Laer

Amsterdam