Kinderwens

Op 3 juni sneed Rita Kohnstamm weer een belangrijk onderwerp aan: het belang van het kind bij kunstmatige voortplantingstechnieken en adoptie. In het algemeen kan ik mij als vrouwenarts met ervaring in het denken over deze problemen zeer wel in haar betoog vinden, met één belangrijke uitzondering. Mevrouw Kohnstamm schrijft namelijk: “Zo zou ik me kunnen voorstellen dat artsen niet willen meewerken aan een kunstmatige bevruchting waar een lesbische vrouw alleen maar om vraagt uit een diepe afkeer van welke man dan ook. Een afkeer die zelfs onoverkomelijk is als het gaat om een vurige kinderwens. Maar als het louter een medische reden is waardoor zij langs natuurlijke weg niet kan worden bevrucht, ligt dat naar mijn idee niet anders dan bij een heteroseksuele vrouw”.

Uit deze passage spreekt naar mijn mening onbegrip voor de lesbische vrouw die om donorinseminatie vraagt. Zij doet dat niet wegens afkeer van mannen, maar omdat zij verlangt naar een kind. De lesbische vrouw verschilt daarin niet van de heteroseksuele vrouw met hetzelfde verzoek. Tegen een vrouw met een infertiele echtgenoot zal niemand zeggen: “probeer het maar met een andere man”. Een vergelijkbare opmerking tegen een lesbische vrouw is even kwetsend.

Desondanks hoort men nogal eens zeggen dat zij, als ze zo graag een kind wil, het maar op de “natuurlijke” manier moet proberen. Of dat ze zoals mevrouw Kohnstamm zegt, een “medische reden” moet aanvoeren waarom bij haar een donorinseminatie nodig is. Die eis wordt, terecht, nooit gesteld aan een heteroseksuele vrouw. Beseft men ook wel, als men haar de natuurlijke bevruchting aanbeveelt, dat het daarbij niet om een eenmalige handeling gaat? Net zoals bij de donorinseminatie moet men dan rekening houden met een periode van vele maanden, met afspraken die weken tevoren moeten worden gemaakt aan de hand van temperatuurcurves en menstruatiedata. Kortom, een uitermate zware belasting voor twee mensen voor wie de enige reden van hun verhouding is de kinderwens van één van hen. Een zeer onnatuurlijke relatie zou ik denken.