Kannitverstan

De plaats van handeling in Heinrich von Kleists toneel Der zerbrochne Krug (1811) is Utrecht. Een personage dat Kannitverstan heet, komt er echter niet in voor, zoals Joost Bloemsma meent (Boekenbijlage, 10 juni).

Eveneens in 1811 is een Kalendergeschichte van Johann Peter Hebel verschenen met de titel Kannitverstan. In dit verhaal vraagt een arme Duitse Handwerksbursche uit Tuttlingen aan een deftig heerschap naar de naam van de eigenaar van een statig herenhuis in Amsterdam. Het antwoord luidt: “Kannitverstan”. Bij de IJhaven aangekomen vraagt de hoofdpersoon wie de eigenaar is van de goederen die op dat moment uitgeladen worden. Wederom luidt het antwoord: “Kannitverstan”. Als hij tenslotte op een lange begrafenisstoet stuit en vraagt wie er gestorven is, is hij diepbedroefd als men hem antwoordt: “Kannitverstan!”.

De jongeman leert dat rijkdom ook niet alles is: “Armer Kannitverstan,” rief er aus, “was hast du nun von all deinem Reichtum? Was ich einst von meiner Armut auch bekomme: ein Totenkleid und ein Leintuch (...) und wenn es ihm wieder einmal schwerfallen wollte, dass so viele Leute in der Welt so reich seien und er so arm, so dachte er nur an den Herrn Kannitverstan in Amsterdam, an sein grosses Haus, an sein reiches Schiff und sein enges Grab.”

Het is niet onwaarschijnlijk dat de titel van het boek van Bernd Müller en Friso Wielenga, Kannitverstan? Deutschlandbilder aus den Niederlanden, aan dit verhaal van Hebel refereert, dat in anderhalve bladzijde de eeuwenoude misverstanden tussen Duitsers en Nederlanders thematiseert.

    • Marie-José Klaver