India; Een hitte die alle andere dingen doet vergeten

NEW DELHI, 17 JUNI. Voor honderden miljoenen mensen in Noord-India en Pakistan draait het leven in de maanden mei en juni louter om twee dingen: koelte en water. Ook dit jaar weer hebben bij helse temperaturen van 45 graden Celsius of meer alle andere dingen tijdelijk hun betekenis verloren.

Het is een vreemde gewaarwording voor mensen uit streken met een gematigder klimaat om in zo'n oven te leven. Wie een metalen voorwerp aanraakt, brandt zijn vingers. Wie in een moment van onoplettendheid blootsvoets zijn zonnige terras betreedt, slaakt een kreet van pijn; de tegels zijn in een gloeiende bakplaat veranderd. En wie op de toiletbril plaatsneemt, moet ervaren dat ook deze plotseling van een op topkracht draaiende verwarming blijkt te zijn voorzien.

De hitte is als een zware deken, die je niet van je af kunt schudden. Zelfs de wind, die rechtstreeks afkomstig is uit de heetste woestijnen van het Midden-Oosten, biedt geen verkoeling en doet eerder denken aan een vlammenwerper, die pijn doet aan de ogen. Zo'n 400 mensen in de regio hebben de strijd tegen de elementen reeds definitief verloren en zijn aan een zonnesteek dan wel uitdroging bezweken.

Wie niet per se weghoeft, blijft thuis. Anderen hangen juist met opzet langer op het werk rond, omdat het daar koeler is dan thuis. Minder fortuinlijk zijn de wegwerkers, dikwijls vrouwen, die gutsend van het zweet gewoon maar doorscheppen en verderhakken in de droge, geblakerde grond. Menigeen die zich midden op de dag op straat waagt, neemt een parasol mee of ten minste een hoofddoek.

Degenen die noodgedwongen langer op pad moeten, zoals de bestuurders van scooterriksha's, zorgen ervoor dat ze een fles met water bij zich hebben, waaruit ze tijdens de rit herhaaldelijk met grote gulzigheid drinken. Honden, apen en andere dieren lessen bij de smerigst denkbare open riolen niet minder gretig hun dorst.

In de steden woedt er elke zomer een bittere strijd om de twee voornaamste hulpmiddelen in de strijd tegen de hitte: stroom voor ventilatoren en luchtkoelers en water uit de kraan. Voor beide is de vraag aanmerkelijk groter dan het aanbod. Zo komt het regelmatig tot stroomstoringen, waarbij de lasten allesbehalve eerlijk worden verdeeld. De mensen in de goede buurten hebben er doorgaans weinig last van, terwijl de bewoners van minder gewilde districten soms dagen achtereen, badend in het zweet, zonder stroom zitten. Aan het kortste eind trekken echter veel krottenwijkbewoners, die nooit stroom hebben.

De watersituatie is zo mogelijk nog zorgelijker. Vooral in de Indiase hoofdstad New Delhi is de toestand precair. De vraag naar water bedraagt er zo'n 3,2 miljard liter per dag, terwijl het aanbod slechts 2,4 miljard liter is. In sommige buurten komt er maar een paar uur per dag of per nacht water uit de kraan. Rijkere mensen laten vaak een tankauto met water komen en slaan water op in voorraadtanks, terwijl nog rijkeren een eigen pompinstallatie laten installeren, die rechtstreeks het water uit de grond naar boven haalt. Mede als gevolg van deze illegale praktijk, is het grondwaterpeil binnen enkele jaren van twee meter tot acht meter onder de oppervlakte gezakt.

Ongegeneerd blijven veel rijkeren intussen hun tuinen besproeien. “Zou de regering dit niet moeten verbieden, wanneer wij niet eens genoeg water hebben om te drinken”, vroeg een minder gefortuneerde inwoner zich laatst korzelig af tegenover een lokale krant.

De problemen van de stadsbewoners verbleken echter bij de beproevingen waaraan veel dorpelingen zijn blootgesteld. Daar is vaak noch elektriciteit, noch waterleiding. In de woestijnachtige deelstaat Rajasthan, waar het vorige week 50 graden Celsius was, wonen de mensen soms tien kilometer van de dichtstbijzijnde waterput af. Eerst moeten de vrouwen, die dit karwei doorgaans voor hun rekening nemen, tien kilometer naar de put lopen en daarna met de zware waterkruik op hun hoofd dezelfde weg terug. Dit alles bij een intense hitte, die ook 's ochtends vroeg nauwelijks minder is.

Volgens een oude wijsheid in het Sanskriet, een taal die in India zo'n beetje de rol vervult van het Latijn in Europa, zijn er vier dingen waarop een man zich zowel tijdens de gloeiend hete zomers als de kille winters kan verlaten: bronwater, de schaduw van de vata-boom (een Indiase ficus), een met leem en bakstenen gemaakt huis en, niet in de laatste plaats, een vrouw met een donkere huidskleur. Die laatste, zo wil het verhaal, blijft koel in de zomer en warm in de winter.

Heel Noord-India en Pakistan zien intussen snakkend uit naar de moessonregens, die vanuit het oosten oprukken. Voor de achtste achtereenvolgende keer belooft het een goede moesson te worden, zeggen meteorologen. Maar de bevolking gelooft dit pas, wanneer ze de eerste lang verwachte druppels voelt en ziet hoe het geroosterde en verdorde land in de kortste keren weer groen en sappig wordt.