High Noon in Heidelberg

KEVIN McALEER: Dueling. The Cult of Honor in Fin-de-Siècle Germany

268 blz., Princeton University Press 1994, ƒ 62,85

Het onderwerp van de lichtvoetige en gedegen studie Dueling. The Cult of Honor in Fin-de-Siècle Germany van de jonge Amerikaanse historicus Kevin McAleer is de zonderlinge opbloei tussen 1880 en 1914 van het pistool-duel in Duitsland. Terwijl elders in Europa het duelleren was verboden, of werd opgevat als een atavistisch ritueel dat zelden fataal afliep, was het in Duitsland een wijdverbreide en bloedserieuze aangelegenheid. Letterlijk bloedserieus, want nergens ter wereld was de mortaliteit onder de duellisten zo hoog als hier. Officiële verboden en zorgelijke discussies in de Reichstag hielpen niets: per jaar vonden vele tientallen en soms honderden mannen uit de hoogste kringen de dood in hun terminaal tijdverdrijf.

Het duel was een kwestie van eer - vooral van gekwetste eer - die sterker was dan de wet. De aanleiding voor een duel kon van alles zijn: van een knipoog naar iemands fiancée tot een grapje over de wijnkeuze in een restaurant. Vaak was het minder. In 1893 publiceerde het satirische tijdschrift Kladderadatsch een artikel over verdeeldheid van het Duitse ministerie van buitenlandse zaken. Uit naam van het ministerie eiste Alfred von Kiderlen-Wächter, een diplomatieke assistent, genoegdoening van hoofdredacteur Wilhelm Polstorff. Vanwege zijn status en zijn journalistieke eer kon die het duel niet weigeren, en de mannen ontmoetten elkaar op een aprilmorgen in 1894 om op een afstand van vijftien passen hun pistolen op elkaar leeg te schieten. Zij waren onberispelijk gekleed in rokkostuum en gaven elkaar ampel gelegenheid rustig te richten. De hoofredacteur werd in de long getroffen en overleefde maar ternauwernood.

Tijdens het navolgende proces kregen beiden vier maanden gevangenisstraf, hoewel de aanklager betoogde dat vooral de journalist schuld trof omdat die de eer van het ministerie dusdanig had gekwetst dat een duel onvermijdelijk was. Dat het artikel waar was, deed daarbij minder ter zake. (Het zoeken van journalistieke genoegdoening in een rechtstreeks duel was trouwens geen zeldzaamheid: een krant als Le Figaro had zelfs een eigen oefenbaan waar de verslaggevers hun vaardigheid met de rapier moesten onderhouden voor dit soort aangelegenheden.)

Sabelgeprik

Ondertussen deed de schietpartij Kiderlens carrière geen kwaad. Later werd hij minister van buitenlandse zaken, waarbij hij onder meer in Bosnië de Duitse eer op eenzelfde bloederige wijze verdedigde. Belangrijker is dat deze anekdote - en McAleer heeft er vele, de meeste dodelijk - illustreert waar het in het keizerlijke Duitsland om ging: duelleren was een kwestie van Ehrenmänner, die hun Standesehre verdedigden volgens een strikt, complex en vooral onontkoombaar protocol.

Het was ondenkbaar dat de hoofdredacteur het duel had geweigerd. Gezien zijn maatschappelijke positie was hij volledig satisfaktionsfähig. Dat kon niet iedereen zeggen: slechts ongeveer vijf procent van de Duitse mannen had daarvoor genoeg aanzien. Het ging hier om de de hoogste groep van het Pruisische censussysteem: de aristocratie, officieren en Bildungsbürger zowel als Besitzbürger, van wie de meesten reserve-officier waren. Door allerlei historische omstandigheden was deze groep gevangen in een zelfconceptie gebaseerd op collectieve Ehren-nervosität, de angst door persoonlijk gezichtsverlies aan mannelijkheid in te boeten, van de sociale ladder te vallen en zo de klasse als geheel te schande te maken.

Geen wonder dat in deze opvatting duelleren op leven en dood moest. Duitsers kozen voor het pistool, want hoe groter het gevaar en hoe groter de tentoongespreide doodsverachting, des te groter de eer en de satisfactie. In Frankrijk eindigden de meeste duels met wat onschuldig sabelgeprik over en weer, alvorens een fles geopend werd om de verzoening te vieren (slechts ongeveer vier procent van alle duels was daar fataal). In Engeland was duelleren sinds 1844 verboden en werd van gentlemen in geval van belediging een stiff upperlip, een snedige riposte of een boksstoot verwacht.

Doodsverachting

Maar in Duitsland was - als overcompensatie van nationale minderwaardigheidsgevoelens, suggereert McAleer niet als eerste - de redding van de eer een zaak van dodelijke ernst. Soms op een afstand van niet meer dan vijf of tien stappen werd gericht geschoten. Niet zo gek veel van de paar honderd Duitse duels per jaar eindigden dus zonder slachtoffer, hetgeen door veel intellectuelen ten zeerste werd toegejuicht. Zo schreef de historicus Heinrich von Treitschke dat, terwijl in geheel Europa “de oude opvatting van eer en oordeelsvorming van de elite werd verpletterd door de macht van geld, de Duitse adel weliswaar arm bleef, maar tenminste ridderlijk”.

Die ideologie van traditionele ridderlijkheid werd de Duitse elite van jongs af aan bijgebracht. De praktijk van het studentenduel ofwel Mensur was de academische oefengrond voor de toekomstige dodelijke strijd om de eer. Deze studentikoze gezichtsmutilatie bepaalde iemands mannelijkheidsquotiënt evenzeer als zijn maatschappelijke toekomstperspectief.

McAleer maakt er geen geheim van dat het Duitse duel in zijn ogen het produkt was van een gedegenereerd wereldbeeld dat doodsverachting propageerde, maar uitliep in achteloosheid voor het leven. De pathologie van de Standesehre toont volgens hem aan hoezeer de Duitse bourgeoisie werd gedomineerd door een pre-industriële geesteshouding, die zij abusievelijk als aristocratisch beschouwde.

In werkelijkheid ging het om een vrij recente ideologie uit militaire kring. In een land waarin zowat de gehele elite reserve-officier was, kon die militaire interpretatie van het sociale leven wortelschieten door een tekort aan burgerlijkheid. Zo werpt het duel een bijzonder licht op Duitslands Sonderweg.

Hoewel McAleers onderhoudende stijl hier en daar ten koste gaat van zijn precisie en historische inlevingsvermogen (hij maakt er geen geheim van dat hij die duellisten totaal niet begrijpt), trekt hij zonder aarzelen de lijnen van zijn studie door. Hij wijst op de invloedrijke uitlating van Carl von Clausewitz dat 'oorlog niets anders is dan een duel op grote schaal', en op het feit dat de 'plicht' om gewapenderhand 'de eer' te verdedigen een centrale leerstelling was van de nazi's, die nog in 1938 de oude richtlijnen uit de keizertijd hiertoe bekrachtigden. Dat de Mensur nu nog steeds bestaat, vervult hem met onverholen walging.

    • Bastiaan Bommeljé