Het land van de verkeken kansen

MARSHALL I. GOLDMAN: Lost opportunity. Why economic reforms in Russia have not worked

290 blz., W.W. Norton 1994, ƒ 44,35

De twintigste eeuw is begonnen en geëindigd met een revolutie in Rusland. Van de schokgolven die de revolutie van 1917 heeft veroorzaakt, is de wereld amper bekomen. Wat de gevolgen van de tweede revolutie, de implosie van de Sovjet-Unie, zullen zijn, is nog lang niet duidelijk. Het communisme als organisatiebeginsel, staatsvorm en economisch model heeft afgedaan, wat daarvoor in de plaats komt, moet zich nog uitkristalliseren. Zoveel is wel zeker, dat de ineenstorting van het Sovjet-communisme en de verkruimeling van het Oosteuropese Sovjet-imperium de belangrijkste gebeurtenis van het einde van deze eeuw zijn.

Hoe was het mogelijk dat in zo korte tijd een wereldrijk met een wereldomspannende ideologie in elkaar klapte? Maken de hervormingen in Rusland die vanaf 1992 in gang zijn gezet, enige kans? Marshall Goldman meent dat die kans verkeken is. In Lost opportunity zet hij uiteen hoe in de periode Gorbatsjov-Jeltsin, van 1985 af tot begin 1994, de economische hervormingen zijn vastgelopen.

Sinds 1985, het jaar van de machtsovername door Michail Gorbatsjov, is Rusland bezig met drie gelijktijdige revoluties: van dictatuur naar democratie, van een commando-economie naar een markteconomie en van een imperium naar een natie-staat. Goldman, hoogleraar 'Sovjetkunde' en economie aan Harvard en Wellesley College in Boston, begint met de ontleding van de economische oorzaken van de ineenstorting van de Sovjet-Unie in de jaren tachtig. Hij brengt in herinnering dat de Sovjet-economie in staat was tot een uniek systeem van negatieve toegevoegde waarde: de waarde van de grondstoffen was groter dan die van de daarmee geproduceerde eindprodukten.

Dat was mogelijk, stelt hij, doordat de verliezen gecompenseerd konden worden door de exportopbrengsten van olie en gas (de andere bron van 'negatieve toegevoegde waarde', dwangarbeid, laat Goldman onbesproken). Hoe stompzinnig de economische enormiteiten in het systeem van centrale planning ook waren, er waren altijd harde valuta beschikbaar om met importgoederen de gaten te dekken.

Oliedollars

Dat veranderde in de tweede helft van de jaren tachtig. De Sovjet-Unie raakte in acuut geldgebrek. Dat kwam volgens Goldman niet in de eerste plaats - zoals vaak beweerd - doordat de Verenigde Staten de bewapeningsuitgaven opvoerden waartegen de Sovjet-economie niet kon concurreren. Veel belangrijker was de ineenstorting van de olieprijzen sedert 1985 en de daling van de Sovjet-export van olie en gas door gebrek aan geld voor onderhoud en ontginning van nieuwe velden. Zoals Goldman schrijft: “Olie en gas vormden het werkelijke geheim van het economische en militaire succes van de Sovjet-Unie. De olie- en gasvoorraden, en niet de effectiviteit van de centrale planning, wekten de indruk van een groeiende economische en militaire macht.” En, zo gaat hij verder: “De daling in de olie-opbrengsten verklaart, meer dan iets anders, hoe het mogelijk was dat de Sovjet-economie zo'n robuuste indruk maakte in het pre-Gorbatsjov-tijdperk en vervolgens in een tijdperk van enkele maanden kon uiteenvallen. De Sovjet-economie was geen Potemkin-dorp, maar sinds de jaren zestig waren massale injecties met oliedollars nodig geweest om de economie kunstmatig op te krikken.”

De Sovjet-Unie was niet langer in staat om economische kosten van de betrekkingen binnen het Comecon-blok met de Oosteuropese satellietlanden, Cuba en Vietnam te dragen. Het was een van de wonderen van het Sovjet-stelsel, zoals Goldman ironisch opmerkt: “De Sovjet-Unie was het enige imperium in de wereld waarin het centrum, Moskou, zich even uitgebuit voelde als de perifere kolonies.” Het enige zichtbare resultaat van die uitbuiting was een uit zijn voegen gegroeid industrieel-militair complex.

Gorbatsjov, in 1985 aan de macht gekomen, probeerde het gebrek aan harde valuta te compenseren door in het buitenland dollars te lenen. Hij begreep dat veranderingen onontkoombaar waren, maar hij was tegelijkertijd gebonden aan het systeem waaruit hij was voortgekomen. Hij kwam met een anti-alcohol campagne (1985) en met plannen om de produktie in de machinebouw-industrie te verhogen (1986), maar niet met maatregelen om meer consumptiegoederen te produceren. Gorbatsjov heeft nooit begrepen, schrijft Goldman, dat het doel van economische hervormingen is om de levensomstandigheden van de burgers te verbeteren. Jeltsin overigens ook niet, meent hij.

Nadat Gorbatsjov eenmaal begonnen was het Sovjet-systeem van centrale planning te repararen en het economische momentum van het oude systeem was ontregeld, verliep de aftakeling in steeds sneller tempo. Goldman geeft een overzicht van de twaalf hervormingsprogramma's uit de nadagen van Gorbatsjov, waartussen de Sovjet-leider niet wist te kiezen. Het hoogtepunt van deze episode was het '500-Dagenplan' van Stanislav Sjatalin en Grigori Javlinski, later met bemoeienis van enkele Harvard-academici voor wie Goldman duidelijk geen sympathie heeft, opgetuigd tot 'The Grand Bargain' of 'The Window of Opportunity'. Toen Gorbatsjov daarmee in de zomer van 1991 verscheen op de topconferentie van de G7, de leiders van de zeven machtigste industrielanden, in Londen, kreeg hij geen Westerse steun toegezegd.

Schoktherapie

In de Sovjet-Unie speelde zich intussen op het politieke vlak de machtsstrijd af tussen Gorbatsjov en Jeltsin, de strijd om het behoud van de Unie en het streven naar onafhankelijkheid van de republieken. Een week na de ontmanteling van de Unie en het aftreden van Gorbatsjov, Kerstmis 1991, omarmde Jeltsin de radicale hervormingsplannen. Zijn vice-premier Jegor Gaidar begon op 2 januari 1992 met de 'schoktherapie' van prijsliberalisatie, beperking van de subsidies en van de monetaire financiering van de overheidstekorten. De weerstand hiertegen was zo groot, dat Gaidar al na vijf maanden moest inbinden en een jaar later plaats moest maken voor Viktor Tsjernomyrdin, een manager uit de reusachtige gasindustrie.

Herhaaldelijk stelt Goldman vast dat elk hervormingsplan in Rusland tot destabilisatie en tot reusachtige problemen zou leiden. Zelfs 'een perfect programma' zou heel lastig uitvoerbaar zijn geweest. “Het hervormingsproces zou onder alle omstandigheden langzaam tot resultaten hebben geleid, ongeacht de strategie die zou worden gevolgd. Ook onder de gunstigste omstandigheden zou het tientallen jaren kosten om alle schade veroorzaakt door de zeventig jaar centrale planning te herstellen.” Niettemin heeft Goldman kritiek op de schoktherapie, op het economische mismanagement van Gorbatsjov en op de onevenwichtigheid in het hervormingsprogramma van Jeltsin. Volgens hem lag ten onrechte alle nadruk op het monetaire, begrotings- en prijsbeleid, terwijl institutionele hervormingen en de opbouw van een infrastructuur voor een markteconomie werden verwaarloosd.

Hij heeft ook kritiek op de gevaarlijke opkomst van de mafia in de Russische economie en op de privatisering van de staatsconglomeraten door de gratis uitgifte van 'vouchers' ter waarde van 10.000 roebel eind 1992. Die vouchers konden worden ingewisseld in aandelen van te privatiseren staatsbedrijven. Goldman citeert een Russische econoom: “Stel je voor! Na zeventig jaar communisme, bloed zweet en tranen wordt de rijkdom van het land opgedeeld en iedereen ontvangt slechts 10.000 roebel, ofwel twintig dollar, voor alle inspanningen die geleverd zijn.”

Hervormingsrecept

Na de kritiek geeft Goldman aan het slot van Lost opportunity zijn eigen hervormingsrecept. Micro-economische hervormingen, stimulering van particuliere bedrijvigheid en de opbouw van een markteconomie zijn onmisbare voorwaarden voor verbetering van de levensomstandigheden, meent hij. Hij bepleit snellere deregulering, de invoering van particulier eigendom van land, een munthervorming om het overschot aan roebels af te romen, uitbreiding van de prijsliberalisatie naar de energiesector en volledige inwisselbaarheid van de roebel.

Hier stelt Goldman sterk teleur en doet hij de ondertitel van zijn boek, 'Why economic reforms in Russia have not worked', geen eer aan. Want zijn voorstellen zijn geen enkele verrassing, ze zijn uitentreuren aanbevolen door Russische en internationale adviseurs, maar ze zijn gestuit op politieke tegenwerking, sabotage en praktische bezwaren. Bovendien maakt hij niet aannemelijk dat de macro-economische stabilisatiemaatregelen geen prioriteit zouden moeten hebben.

In plaats van een schokbehandeling pleit hij voor een geleidelijke aanpak van de hervormingen, aangevuld met de opbouw van een markt-infrastructuur. “Dat had de daling van het bruto nationale produkt wellicht beperkt en de bijkomende sociale onrust en politieke ontevredenheid verminderd.”

Goldman is duidelijk onder de indruk van de verkiezingsoverwinning van de ultra-nationalist Zjirinovski eind 1993, die hij uitsluitend verklaart uit de effecten van de ontspoorde hervormingen van 1991-'93. Daardoor is de conclusie van zijn boek door die politieke momentopname gekleurd. Maar als overzicht van het hervormingsproces is zijn boek buitengewoon handig.

    • Roel Janssen