Geluk lacht Chileense schaker in Nederland toe

De Chileen Roberto Cifuentos kwam in 1987 naar Nederland om deel te nemen aan een schaaktoernooi. Een droom was werkelijkheid geworden: eindelijk kreeg hij de kans om het land van dijken en zwarte tulpen met eigen ogen te zien. Deze en volgende week neemt Cifuentes deel aan het NK.

AMSTERDAM, 17 JUNI. Wel twintig brieven had hij de wereld rondgestuurd. Twintig brieven met één vraag. Wie zou zo goed willen zijn om een bescheiden Chileense schaakmeester uit te nodigen voor een toernooi? Dat was in 1987.

Roberto Cifuentes schiet nog steeds vol ongeloof in zijn typische lach vol lange uithalen als hij vertelt dat er daadwerkelijk twee antwoorden terugkwamen naar Santiago. Een uit Griekenland en een uit Nederland. Uitgerekend uit Nederland! Een land waar hij al heel vaak over gedroomd had. “Als jeugdspeler had ik een boek van Kotov gelezen, waarin hij beschrijft dat een van zijn eerste reizen buiten de Sovjet-Unie naar Nederland was. Nooit was hij de dijken vergeten en de zwarte tulpen. Die zwarte tulpen heb ik nog steeds niet gezien, maar hij had gelijk. Nederland is een prachtig land.”

De brief uit Nederland bevatte een uitnodiging voor het Open Kampioenschap in Dieren. Zonder veel problemen kreeg Cifuentes het reisgeld los van de Chileense schaakbond. Die zat er in die tijd nog warmpjes bij, omdat ze opereerde ter meerdere eer en glorie van het Pinochet-regime. Pas in Amsterdam deed zich een lichte complicatie voor. Cifuentes was ervan uitgegaan dat Dieren nooit ver kon zijn van de hoofdstad en stond raar te kijken toen hem verteld werd dat hij nog heel wat uurtjes treinen van zijn doel was verwijderd. Maar dat onbehaaglijke, verloren gevoel was maar van korte duur. “Weer had ik veel geluk! In de hal van het Centraal Station, in die hal met wel duizend mensen, liep ik al zoekend Zapata uit Colombia en Amador Rodriguez uit Cuba tegen het lijf, twee schakers die ik kende uit Zuid-Amerika. Ook zij waren op weg naar Dieren, en uiteraard stelden ze voor om samen te reizen.”

Cifuentes won Dieren en behaalde zijn eerste grootmeesterresultaat. Twee weken later miste hij in Amsterdam zijn tweede norm op een half punt. Maar zijn eerste impressie was voldoende. Al langer speelde de Chileen met de gedachte om zich in Europa te vestigen. Nu wist hij ook waar. Vrienden probeerden hem nog te overtuigen dat hij in Spanje minder taal- en cultuurproblemen zou hebben, maar zonder resultaat. “Als het in Spanje mooi weer is, ga je niet studeren. Dan ga je naar het strand. Hier kun je je beter concentreren.”

Het einde van de militaire dictatuur in Chili in 1989 zette vaart achter zijn plannen. “Natuurlijk geloof ik in de democratie, maar voor mijn schaakcarrière was het een probleem. Er was nu geld nodig voor sociale voorzieningen. De schakers moesten zo'n tachtig procent inleveren. Vóór die tijd was veel mogelijk. Zo kon ik eens twee weken in Buenos Aires met grootmeester Panno werken. De bond betaalde alles.”

In de loop van 1990 begint hij aan de procedure die hem een verblijfsvergunning moet opleveren. Om zijn band met Nederland te onderstrepen, schrijft hij zich in voor de voorrondes van het NK. Tot zijn schrik blijkt dat hij om mee te doen als buitenlander minimaal drie jaar lid moet zijn geweest van een schaakclub. Maar weer heeft hij geluk. “Tijdens mijn eerste verblijf in Amsterdam werd ik door een vriend meegenomen naar een schaakclub van Chileense ballingen. Die club heette El Condor en telde zo'n dertig leden. Eerst keken ze me aan of ik een spion was die voor het regime de volgende stappen van de oppositie probeerde uit te vinden. Maar nadat ik een paar lezingen en simultaans had gegegeven, werd ik gevraagd lid te worden. Nu bedacht ik ineens dat dat precies drie jaar geleden was.”

Het verloop van de procedure valt hem niet mee. Hij kan er nu om lachen. “Het is niet bepaald gemakkelijk om hier een verblijfsvergunning te krijgen.” Maar in 1992 gaat de kogel door de kerk. Hij plaatst zich voor de finale van het NK, behaalt zijn laatste grootmeesterresultaat en wordt lid van Volmac Rotterdam. En hij krijgt de kaart die hij nog steeds vol trots voor de dag haalt. Op de achterzijde staat de unieke Beperking: 'Verblijf in verband met het verrichten van arbeid als wedstrijdschaker. Enige andere arbeid is niet toegestaan.' Tegelijkertijd verandert hij bij de FIDE zijn schaaknationaliteit, zodat hij inmiddels gerechtigd is om uit te komen voor het Nederlandse team. “Dat is mijn droom. Ik herinner me hoe we op de lagere school op maandagochtend met de hand op het hart het volkslied zongen. Chilenen zijn heel nationalistisch. Die toewijding heb ik hier ook als ik voor een team uitkom, zoals voor Volmac. Dat zou ik voor het Nederlandse team ook hebben.”

Als hij dan toch een puntje van kritiek moet laten horen over dit tolerante land waar afspraken worden nagekomen en de mensen zeggen wat ze denken, dan zou het de Nederlandse onbewogenheid zijn bij gelegenheden die smeken om passie en emotie. “Toen we laatst met Volmac kampioen werden, wilde ik in mijn vreugde een teamgenoot omarmen. Maar iedereen liep met uitgestreken gezichten rond.”

Cifuentes begrijpt heel goed dat niet alle Nederlandse spelers hem graag in het nationale team zouden zien. De topspelers stellen zich heel vriendelijk op, de middenspelers hebben er meer moeite mee. “Ik sta zesde of zevende, dus ik bedreig hun plaats.” Ook de meeste schaakliefhebbers zullen niet om zijn doorgaans sobere, positionele partijen staan te springen. Cifuentes vindt dat de kritiek op zijn stijl vaak voortkomt uit onbegrip, hoewel hij toegeeft dat er een typisch Chileens trekje in zijn spel zit. “Nederlanders zijn winnaars. Als Piket of Van Wely tegen Kasparov spelen, willen ze ook hem van het bord vegen. Chilenen zijn gewend om tegen anderen op te kijken.”

Cifuentes gelooft dat de Chileense schuchterheid voor een deel voortkomt uit economische motieven. “Als je je prijzengeld nodig hebt om de huur te betalen, speel je anders. Een jaar geleden is dat voor mij veranderd. Nu geniet ik meer van het schaken.” Wat nog niet wil zeggen dat hij voornemens is rigoureus van stijl te veranderen. “Over het algemeen houd ik meer van positioneel schaken. Dat vind ik subtieler. Als je op openingsfouten speelt, hoop je op een eenmalige meevaller, maar daarna heeft dat variantje zijn effect verloren.”

Het toernooi in De Balie is het vierde Nederlands kampioenschap waar Cifuentes aan meedoet. Na twee vierde plaatsen en een tweede plaats moet hij nu vooralsnog genoegen nemen met een zeer bescheiden klassering. Leuk is anders, maar zijn eigenzinnige schaakvisie is nog niet aan het wankelen gebracht. “Economisch gezien zou het misschien beter voor me zijn om meer scherpe varianten te bestuderen. Voor dit toernooi heb ik een partijenverzameling van Tal meegenomen, maar ook het middenspelboek van Euwe en Kramer. Anderen zeggen misschien: 'Die kerel is gek om zoiets te lezen tijdens een toernooi.' Maar ik denk dat het voor mij nuttig is. Ik kijk graag 's ochtends bij een kopje thee naar een partij van Rubinstein. Zoals anderen van een glas wijn of een sigaar genieten.”