Een hardnekkige wil tot weten

MANUEL STOFFERS (red.): De middeleeuwse ideeënwereld 1000-1300

400 blz., geïll., Open Universiteit Heerlen/ Verloren 1994, ƒ 49,50

De massale belangstelling voor de Middeleeuwen, die in het begin van de jaren tachtig werd opgeroepen door boeken als De waanzinnige veertiende eeuw van Barbara Tuchman, Montaillou van Emmanuel Le Roy Ladurie en De naam van de roos van Umberto Eco, is inmiddels op haar retour. Het brede aanbod aan mediaevistica in de ramsjboekhandels getuigt ervan. Op dit moment een boek uit te brengen over De middeleeuwse ideeënwereld getuigt dan ook van moed. Het heeft zijn opzet bovendien niet mee: het is een artikelenbundel, een universitair produkt en een leerboek.

Maar schijn bedriegt. Het boek is goed tot zeer goed geschreven, uitgewogen en tegelijk meeslepend, informatief en suggestief. De feiten en analyses staan, hoe gedetailleerd soms ook, een breed panorama niet in de weg, maar schragen steeds een visie die de Middeleeuwen ook na vijftien jaar hype nog tot een opwindende periode weten te maken.

De bundel werd geschreven voor de Open Universiteit ten behoeve van studenten van de faculteit Cultuurwetenschappen. Bij het boek hoort een studiepakket met een werkboek en een bronnenboek, die uitsluitend tezamen bij de Open Universiteit te verkrijgen zijn. Dat is, wat het bronnenboek betreft, jammer. Nieuwsgierig geworden door de tekstcommentaren in de verschillende bijdragen, zou men de oorspronkelijke Middeleeuwse teksten erin soms wat uitgebreider op willen nalezen. Maar daarvoor moet men zich in Heerlen als student inschrijven en dat is wat veel gevraagd.

De samenstellers en auteurs van de bundel hebben zichzelf duidelijke beperkingen opgelegd. Zij roepen geen totaalbeeld van de Middeleeuwen op. Hoe de geschiedenis ervan verliep, hoe het dagelijks leven er uitzag, hoe economie, landbouw en industrie zich ontwikkelden komt slechts terzijde aan bod. De bundel wil de vraag beantwoorden in welke denkwereld de Middeleeuwers leefden, voor zover er van 'de' Middeleeuwers al sprake is. In feite, zo blijkt keer op keer, betreft het hier de denkwereld van de denkende, schrijvende, bouwende en schilderende elite. Het is echter met de produkten van die elite dat de hedendaagse studenten letterkunde, filosofie, kunst- en cultuurgeschiedenis voornamelijk te maken krijgen, en ter ondersteuning van hen is dit boek in de eerste plaats bedoeld. Ook zonder de geur van mest, zweet en bloed biedt de Middeleeuwse wereld echter een levendig schouwspel van ideeën en intellectuele avonturen, die men niet onmiddellijk vermoedt achter de exotische filosofische beslommeringen waarom deze periode vaak genoeg is geridiculiseerd. Ook al is de legendarische vraag hoeveel engelen er kunnen dansen op de punt van een naald in werkelijkheid nooit een serieus Middeleeuws twistpunt geweest, de kwestie of een siamese tweeling één of twee zielen had, kon de gemoederen heftig beroeren.

Demonen

De bevreemding die deze en soortgelijke hoofdbrekens bij een hedendaagse lezer oproepen vormt het uitgangspunt van deze bundel. Verwondering, zo schrijft Manuel Stoffers in zijn inleiding, is nu eenmaal de basis van veel van de huidige belangstelling voor de Middeleeuwen. Maar uit die verwondering reconstrueren de auteurs de Middeleeuwse denkwereld als een wereld die begrijpelijk en voor een deel zelfs plausibel kan zijn. Ook de speculaties over het wezen van de Goddelijkheid, zo laat de theoloog Burcht Pranger zien in een van de mooiste bijdragen aan deze bundel, beantwoordden aan reële en zeer relevante vragen van theoretische èn van praktische aard.

De Middeleeuwen vormden geen redeloze periode, zo maakt dit boek overtuigend duidelijk. Ze onderscheidden zich veeleer door hun hardnekkige wil tot weten en begrijpen, tot het vinden van samenhang en van redelijke verklaringen. Dat de inhoud van hun overtuigingen ons vaak zo obscuur voorkomt, ligt eerder aan de gewijzigde omstandigheden dan aan een toegenomen vermogen tot redeneren. Neemt men de diepgaande veranderingen in de levensvoorwaarden en de consequenties daarvan werkelijk serieus, dan is het waarschijnlijk eerder de moderne periode die zich als irrationeel kenmerkt. Het hedendaagse beroep op het gevoel als een bron van moraal en zelfs van kennis zou een Middeleeuwer in ieder geval niet begrepen hebben.

Hoe ingrijpend ogenschijnlijk simpele, door ons bijna gedachtenloos ervaren, ontwikkelingen kunnen zijn voor de vorm en dus ook de resultaten van het denken, blijkt duidelijk uit de bijdrage van Marco Mostert over het Middeleeuwse schriftgebruik. Zolang er geen schrift is, schrijft hij, is een cultuur in de ban van het verleden. Wil een mondelinge traditie de tijd doorstaan, dan moet ze weerstand bieden aan veranderingen, want daarin dreigen altijd vergissingen en het verlies van de bijeen gebrachte kennis. Pas een schriftcultuur kan vernieuwend worden, omdat de overlevering vast ligt en gewaarborgd is, en veranderingen niet langer het gevaar belichamen van een totale teloorgang.

Dat is slechts één van de voorbeelden waarmee de auteurs in deze bundel de eigen aard van het Middeleeuwse denken en de veranderingen daarin doorzichtig maken. Op eenzelfde lucide manier maakt de historicus Peter van der Eerden begrijpelijk waarom de obsessie met demonen pas krachtig werd tegen het einde van de Middeleeuwen, toen het tijdperk begon te wankelen (in het turbulente begin van de moderne tijd zou dat tot heksenjachten leiden); toont de literatuurhistoricus Jozef Janssens aan dat Middeleeuwse natuurbeschrijvingen vrijwel steeds een andere bedoeling hebben dan te beschrijven; en laat Marco Mostert (die meer bijdragen schreef) zien hoe de jaartelling en daarmee de mogelijkheid van geschiedschrijving voortvloeide uit een controverse over de juiste paasdatum.

Dat zijn voor historici geen schokkende ontdekkingen. Deze bundel verlegt geen wetenschappelijke grenzen, maar laat het Middeleeuwse wereldbeeld zien, zoals de verschillende wetenschappelijke disciplines dat vandaag de dag begrijpen. Het weet daarbij een voorbeeldig evenwicht te bewaren tussen een tijdperk dat ons als verschijning zo vreemd is en een dat ons als intellectuele passie niettemin zo nabij is. Zo'n heldere, verstandige en enthousiasmerende gids had men zich al vijftien jaar geleden, bij het begin van de Middeleeuwen-mode, gewenst.