'Een avond voor vrienden' met Soekarno's dochter

Megawati Soekarnoputri is de dochter van de grondlegger van de Indonesische republiek, Soekarno, die in 1970 overleed. 'Mega' is nu leider van 's lands kleinste, maar rumoerigste politieke formatie. In select gezelschap vierde ze dezer dagen de 94ste geboortedag van haar vader.

JAKARTA, 17 JUNI. “Ik heb de schokken van de revolutie al in de baarmoeder gevoeld. Moeder droeg mij toen het gezin in 1946 moest uitwijken naar Yogyakarta, de voorlopige hoofdstad van de republiek.” Megawati Soekarnoputri (dochter van Soekarno), is een mooie vrouw van 48. Ze lijkt op haar moeder Fatmawati, die eigenhandig het rood-witte dundoek naaide dat werd gehesen toen Soekarno en Mohammad Hatta op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid uitriepen. Mbak (zuster) Mega, zoals ze wordt genoemd, zit met vierhonderd genodigden onder het baldakijn in de tuin van haar landelijke huis in een van de kampungs aan de zuidkant van Jakarta. Ze vieren de 94ste geboortedag van Soekarno, grondlegger en eerste president van de republiek en luisteren met geheven handen naar het gebed van de islamitische voorganger.

'Mega' is nu zelf een prominente persoonlijkheid. In december 1993 werd ze, tegen de wil van de regering, gekozen tot voorzitter van de Partai Demokrasi Indonesia (PDI), 's lands kleinste, maar rumoerigste politieke formatie.

Op het podium zet een vergrijsde studentenleider uit de jaren zestig de denkbeelden uiteen van de 'vader des vaderlands'. Hij voert Marhaen ten tonele, de held uit een van Soekarno's parabels, de archetypische Indonesiër, geen proletariër, maar een kleine bezitter die in armoede leeft. Het overwegend jeugdige gehoor herkent in hem de kleine man die ondanks, of juist door de economische groei zijn land of fietstaxi kwijtraakte. Als de spreker zijn causerie wil beëindigen, wordt er geroepen: 'Meer, meer!'.

Tussen de gasten zitten enkele dwarse beroemdheden. Abdurrahman Wahid, de vrijzinnige voorzitter van de moslimbeweging Nahdlatul Ulama. Ali Sadikin, voormalig gouverneur van Jakarta en woordvoerder van de dissidentengroep Petisi 50. Muchtar Pakpahan, oprichter van de rebelse vakbond SBSI, in november tot vier jaar veroordeeld en hangende zijn beroep bij de Hoge Raad tijdelijk op vrije voeten. En Eros Djarot, ex-hoofdredacteur van het vorig jaar verboden weekblad DëTIK.

De jongeren in de tuin zien in Megawati en haar gasten een droomcoalitie en fotografen dringen aan op omhelzingen. Mbak Mega rept met nadruk van een avond voor familie en vrienden, maar de herdenking van een staatsman als Soekarno draagt onvermijdelijk een politiek karakter.

De verkiezing van Megawati Soekarnoputri Kiemas tot voorzitter van de PDI was een omwenteling in het klein. Sinds generaal Soeharto haar vader in 1967 op een zijspoor zette en de tweede president werd van Indonesië, is de regeermacht in handen van Golkar, een quasi-partij van bureaucraten en gepensioneerde legerofficieren. Binnen deze Nieuwe Orde staan de twee legale, niet-meeregerende partijen, de pseudo-islamitische PPP en de nationalistische PDI, in feite onder curatele van de regering. Als zij een voorzitter kiezen, behoeft die de zegen van Binnenlandse Zaken, in feite van Soeharto.

Mega is de eerste partijleider die niet werd benoemd in besloten overleg tussen een kiescollege en de regering, maar een rechtstreeks mandaat kreeg van de achterban. De afgevaardigden naar het buitengewone congres in Surabaya, in december 1993, legden met een overweldigende meerderheid een stemverklaring af vóór Mega. Het congrespresidium, kennelijk onder druk gezet, voorkwam dat zij die meerderheid in een stemming kon verzilveren, maar de verhoudingen waren duidelijk. Uiteindelijk erkende de regering haar mandaat, “maar niet honderd procent en zeker niet van harte”, aldus Megawati.

Tijdens het gesprek is ze op haar hoede. Ze doet geen uitspraken die machthebbers zouden kunnen alarmeren, maar maakt duidelijk dat ze niet met zich laat spotten. Heeft ze haar populariteit nu te danken aan het charisma van haar vader of aan haar durf om de regering te trotseren? Megawati: “Soekarnoputri is míjn naam, niet die van mijn vader. Natuurlijk besef ik dat de naam Soekarno nog steeds een trilling teweegbrengt. Gaat u naar Blitar, het stadje in Oost-Java waar vader ligt begraven, en u ziet hoezeer hij nog leeft in de harten van de mensen. Maar als dochter kan ik niet afhankelijk blijven van mijn vaders naam. Ook die van mij vindt intussen weerklank. Mensen komen op mij af en luisteren naar me. Niet omdat ik Soekarnoputri heet, maar Megawati”.

Was vader haar politieke leermeester? Megawati: “Indirect wel. Ik groeide vanzelf in de politiek. Er kwam thuis dikwijls hoog bezoek en als kinderen volgden we de staatszaken als het ware aan de eettafel. We kregen een democratische opvoeding.”

Na zijn afzetting als president, in 1968, leefde Soekarno in een gedwongen isolement, eerst in Bogor, later in Jakarta. Megawati: “We weten nog steeds niet of hij toen een gevangene was of niet. Soms konden we hem bezoeken, maar er waren ook tijden dat niemand bij hem mocht. De laatste keer dat ik hem zag, lag hij in het militaire hospitaal, waar hij op 6 juni 1970 stierf.” Had vader in die laatste dagen een boodschap voor zijn kinderen? Mega: “Die bewaar ik in mijn hart.”

Op last van generaal Soeharto werd Soekarno begraven in het verre Blitar, dichtbij zijn moeder. Toen de generaal president werd, kwam een einde aan een traditie: de jaarlijkse herdenking van 1 juni 1945. Die dag formuleerde Soekarno in een rede de 'vijf beginselen' (Pancasila), een combinatie van godsgeloof, nationalistisch vuur en sociaal besef, die de stichters van de republiek bezielde en die geldt als filosofische grondslag van de republiek. In 1981 publiceerde één der officiële geschiedschrijvers een boekje waarin hij beweerde dat de essentie van de Pancasila al eerder was verwoord door een andere nationalist, Muhammad Yamin, maar de tekst van diens rede is zoek. Vorige maand verscheen een officiële bronnenpublikatie, waarin opnieuw de Yamin-these opduikt, weer zonder doorslaggevend bewijs. Zijn dit pogingen om de naam Soekarno van zijn glans te ontdoen? Megawati: “Wij waren bevriend met Hatta, de andere proclamator. Voor hij stierf, gaf hij mijn oudste broer een brief, die hij pas mocht openmaken na Hatta's dood (hij overleed in 1980, red.). Het bleek een testament waarin Hatta als nog levende getuige verklaarde dat de Pancasila onder woorden was gebracht door dr.ir. Soekarno. Als iemand van een dergelijk formaat zich aldus verantwoordt tegenover God, beschouw ik dat als een waarborg. Ik zie dan ook geen reden de discussie te heropenen.”

De huidige machthebbers zien in deze Soekarnodochter aan het roer van de PDI een potentiële stemmentrekker, die gebrek aan macht en middelen kan goedmaken met charisma en idealen. Sinds haar doorbraak in Surabaya is Megawati verwikkeld in een kat-en-muisspel met de regering, die haar duldt, maar netten spant om haar invloed in te dammen.

Kort na Mega's verkiezing brak in de partij-afdeling Oost-Java, de provincie met het grootste electoraat en goed voor 62 van de 400 betwistbare parlementszetels, een crisis uit. Provinciale PDI-voorzitters worden benoemd in overleg tussen regio- en hoofdbestuur. Als overeenstemming niet mogelijk is, geven de statuten de partijvoorzitter het laatste woord. Men werd het niet eens, Megawati benoemde Soetjipto, maar het regio-bestuur wees Latief Pudjosakti aan. Latief was tijdens het buitengewone congres in Surabaya voorzitter van het presidium en had een stemming over Megawati's kandidatuur tegengehouden. Regio-bestuurders die Latief steunden, kregen van hun afdelingen een motie van wantrouwen. Een landelijke partijraad beschuldigde Latief van rebellie en zette hem uit de PDI.

Gouverneur Basofi Soedirman, de hoogste politieke gezagsdrager in Oost-Java, weigert Megawati toestemming om Soetjipto te komen installeren. Hij zegt beducht te zijn voor onlusten, maar alle commentatoren zijn het erover eens dat de gouverneur het rebellenbestuur de hand boven het hoofd houdt en de twist in de Oostjavaanse PDI aangrijpt om de partij in deze belangrijke provincie te verzwakken. Megawati: “Als de minister van binnenlandse zaken mijn voorzitterschap als legitiem beschouwt - en hij zegt dat hij dat doet - dan moet hij de gouverneur, zijn ondergeschikte, instrueren hem daarin te volgen. Dat is nog niet gebeurd.”

Begin dit jaar kreeg de partij een nieuwe klap. De militaire commandant van West-Java maakte bekend dat één van de provinciale PDI-bestuurders zich zou hebben ingelaten met de in 1966 verboden communistische partij (PKI). Andere PDI-kaders zouden 'politiek besmette' contacten hebben. Wordt de partij van buitenaf in de rode verf gezet om kiezers af te schrikken? Megawati: “Sinds de gebeurtenissen van 1965 (de mislukte coup van linkse officieren, red.) onderzoekt een militaire instantie iedere staatsburger die een ambt wil bekleden op rechtstreekse of indirecte betrokkenheid bij de PKI. Nu zit ik voor u, maar straks kan ik worden opgeroepen voor verhoor wegens een 'besmette omgeving'. Wat die besmetting precies inhoudt, blijft onduidelijk en dat schept angst en verwarring. Dat antecedentenonderzoek geldt in principe voor iedereen. Als niet alle drie de politieke partijen gelijkelijk onder de loep worden genomen, teken ik protest aan. Bovendien: hoe lang gaan we nog door met die besmetverklaringen? Stel, mijn kleinkinderen spelen met de kleinkinderen van iemand anders. Heb ik dan als grootouder de plicht na te gaan in hoeverre die andere grootouders politiek besmet zijn? Moeten we kleinkinderen dwingen zich te distantiëren van hun grootouders? Is dat nog ethisch en beschaafd? Ik verzet me niet tegen de wet, maar wie is er nu verantwoordelijk voor de fouten van een ander?”

Sinds haar aantreden als partijvoorzitter heeft Mbak Mega letterlijk stad en land afgereisd voor werkbezoeken aan plaatselijke PDI-afdelingen. Daarbij trekt ze grote menigten. Voor een spreekbeurt op het Molukse eilandje Tidore waren tienduizend mensen toegestroomd, zoveel dat meereizende kaders zich bezorgd afvroegen of dit regeringspartij Golkar niet tezeer zou beschamen. Toch besteden de media geen aandacht aan deze bezoeken, terwijl de tv-kijker bijna dagelijks beelden krijgt opgedist van Golkar-voorzitter Harmoko, die twee jaar voor het begin van de verkiezingscampagne het land doortrekt met zijn in geel gestoken karavaan. Mega: “Het verschil in aandacht zal wel te maken hebben met het feit dat Harmoko de minister van informatie is.”

Eén van de sprekers in Megawati's tuin was Abdurrahman Wahid, demokratisch activist en voorzitter van de moslimbeweging Nahdlatul Ulama (NU). Wahid heeft zijn miljoenenaanhang nooit een stemadvies gegeven. Zijn Mega en hij intussen bondgenoten? Megawati: “Mas (broer) Dur en ik zijn jeugdvrienden. De families Wahid en Soekarno kennen elkaar uit de revolutietijd. Het doet me genoegen dat hij één van mijn trouwe supporters wordt genoemd. Veel NU-leden zijn toegetreden tot de PDI. In ons hoofdbestuur wordt Midden-Java vertegenwoordigd door een schriftgeleerde uit het NU-milieu. Ook in de provincies zitten NU-leden op strategische posten. PDI en NU zijn elkaar in de loop der jaren veel nader gekomen. Hopelijk vinden in de toekomst steeds meer jonge moslims hun weg naar de partij.” Een dergelijke verbintenis zou veel weg hebben van wat Soekarno - in het Nederlands - 'machtsvorming' placht te noemen. Er zijn er die zich daar zorgen over maken.