Den Haag laat Nederlandse militairen in de steek

Nederlandse militairen worden naar Bosnië gestuurd om een politiek fata morgana na te jagen, aldus A.J. van Vuren. Hij vindt het Haagse beleid wereldvreemd, idealistisch en onrealistisch. Nederland zou er beter aan doen het Amerikaanse Congres te volgen in zijn standpunt het wapenembargo tegen Bosnië op te heffen.

Nederland moet er aan wennen: steeds vaker doen hoge militairen hun zegje en komen dan in botsing met regering of parlement. Daarbij gaat het meestal over het optreden in Joegoslavië. Deze militairen stellen geen seconde hun ondergeschikte plaats in het Nederlands staatsbestel ter discussie en zij voeren loyaal het door de regering vastgestelde beleid uit. Maar desondanks reageren veel politici als door een wesp gestoken wanneer militairen in het openbaar hun mening geven over de uitvoerbaarheid of de effectiviteit van genomen of nog te nemen maatregelen. Waarom voelen deze van hun ondergeschiktheid doordrongen militairen zich geroepen om hun mening te geven en waarom kunnen politici daar zo slecht tegen?

De internationale gemeenschap heeft zich van meet af aan verkeken op de situatie in Joegoslavië en dat geldt wel heel in het bijzonder voor Nederland. In de euforie na het einde van de Koude Oorlog en de Golfoorlog leek even een nieuwe wereldorde mogelijk waarin staten onderling het internationale recht respecteren en intern de mensenrechten ontzien. De VN moesten daarop toezien en zonodig ordenend optreden. Het bleek een fictie: in de internationale politiek en in de meeste landen gaat het niet om rechten en principes, maar om belangen en macht. De nieuwe wereldorde had in onze onvolmaakte wereld geen schijn van kans en er werd weldra weinig meer van vernomen.

Maar in het gidsland Nederland is de politiek meer geïnteresseerd in hoe de wereld er uit zou moeten zien dan in hoe de wereld feitelijk is. En dus werden hier de nieuwe wereldorde en de supranationale rol van de VN warm onthaald. Zo werd bijvoorbeeld de krijgsmacht omgebouwd tot een instrument voor crisisbeheersing dat onder leiding van de VN overal ter wereld mensen in nood kan helpen, de vrede kan bewaren of zelfs zonodig kan afdwingen. En Joegoslavië waar inderdaad de meest verschrikkelijke dingen gebeuren, bood de gelegenheid om vlak bij huis in ons 'beschaafde Europa' deze goede bedoelingen in praktijk te brengen.

Eerst wilde minister Van den Broek (buitenlandse zaken) Joegoslavië bijeen houden, maar de opstand van Slovenië en Kroatië tegen Belgrado verscheurde zowel zijn onrealistische concept als Joegoslavië. Vervolgens stuurde de Europese Gemeenschap ongewapende waarnemers in witte pakken om toezicht te houden in de Joegoslavische heksenketel; het ontbrak er nog aan dat zij bloemen moesten rondbrengen. Het haalde uiteraard niets uit.

Daarna moesten licht bewapende VN-troepen de Kroaten en de Serviërs uit elkaar houden, maar zo bleef het door Servische agressie verkregen Kroatisch gebied in Servische handen. Voor het hoofdkwartier van deze VN-troepen werd een rustige, veilige plaats gekozen... Sarajevo! Maar de vaak voorspelde burgeroorlog in Bosnië barstte al gauw los en de VN verleenden humanitaire hulp, bewaarden zo goed mogelijk de vrede en probeerden een vredesregeling tot stand te brengen. Helaas eigenden de strijdende partijen zich de hulpgoederen goeddeels toe, trok niemand zich veel aan van de VN-troepen en sleepten de onderhandelingen over vrede zich uitzichtloos voort.

Tussen de roze dromen over een nieuwe wereldorde onder toezicht van de VN en het gewetenloze machtsdenken van de strijdende partijen in Joegoslavië gaapt een kloof waarin geloofwaardigheid en zin van het VN-optreden spoorloos verdwijnen.

De strijdende partijen leerden snel dat de VN-troepen niet echt van zich afbijten en zij minachten, bespotten en beschieten hen zoveel zij willen. Recentelijk is aan dat schofferen nog gijzelen toegevoegd. Kortom, met moreel gelijk en goede bedoelingen begin je niet veel tegen lieden die denken dat politiek uit de loop van het geweer komt. Maar onze militairen moeten wel precies tussen die twee concepten opereren.

In het voormalig Joegoslavië kon men vanaf het begin maar één van twee wegen volgen: volledig terugtrekken en het conflict gecontroleerd laten uitbranden of grootscheeps militair interveniëren en vrede afdwingen. Toen het allang duidelijk was dat de wereldgemeenschap niet wilde interveniëren en dat op termijn alleen terugtrekking restte, stuurde Nederland nog een bataljon om de totaal geïsoleerde moslim-enclave Srebrenica te beveiligen. Hoge militairen die het waagden te wijzen op het zwakke politieke en militaire concept van deze onderneming, moesten zwijgen hoewel men zou denken dat ook deze mensen recht op vrije meningsuiting hebben.

Ook in de uitvoering van de opdracht komen steeds weer de wereldvreemde idealistische opvattingen van de politiek naar voren. Het bataljon werd uitgerust met pantservoertuigen waarop een 25 mm kanon is gemonteerd. Maar dit adequate wapen moest er af want anders zouden onze troepen zo 'agressief' overkomen. Militairen die pleitten voor behoud van het 25 mm kanon moesten zwijgen.

Nu zegt de minister Voorhoeve (defensie) dat men voor het brengen van vrede, macht met gezag moet uitstralen en dat daarvoor 'stevige middelen' nodig zijn. Maar intussen zitten onze militairen daar met wapens die de Bosnische Serviërs - volledig voorspelbaar - weinig ontzag inboezemen.

Ook meent de Nederlandse politiek via de militaire inbreng greep te hebben op de besluitvorming inzake Joegoslavië. Maar telkens wanneer de grote landen een ingrijpend besluit namen, werd Nederland daar bekwaam buiten gehouden: wij mogen troepen leveren en daarmee basta.

Het laatste voorbeeld daarvan is de Nederlandse deelname aan de zogenaamde Rapid Reaction Force met een op zich onbetekenende eenheid ter grootte van 170 man. Van Eekelen, voormalig diplomaat, Kamerlid, minister en secretaris-generaal van de Westeuropese Unie, toonde zich voorstander van deze deelname, omdat Nederland dan een vinger in de pap zou houden. Maar toen premier Kok laatst bij de Franse president Chirac mocht komen dineren, kreeg hij te horen dat het Nederlandse drugsbeleid niet deugt; de inzet van de Rapid Reaction Force besprak Chirac de volgende dag met de Britse premier Major. Hoe onrealistisch om te denken dat Frankrijk en Groot-Brittannië in ruil voor een onbetekenende eenheid Nederland een serieuze stem in de besluitvorming over de Rapid Reaction Force zouden geven.

Het wereldvreemde, idealistische en onrealistische beleid van Nederland staat haaks op de harde werkelijkheid die meer op een jungle lijkt. Nederlandse militairen worden naar Bosnië gestuurd om een politiek fata morgana na te jagen. Dat daarbij doden en gewonden vallen - in het Haagse jargon eerst als 'aanvaardbaar risico' aangeduid en nu 'verantwoord risico' geheten - moeten zij maar op de koop toenemen.

Geen wonder dat de echtgenote van een in Bosnië verblijvende militair onlangs op televisie zei dat zij het gevoel had dat onze militairen door de regering in de steek worden gelaten. Gezien de kloof die gaapt tussen de Haagse droomwereld en de Joegoslavische werkelijkheid was dat al het geval op het moment dat zij werden uitgezonden.

Hoge militairen die hun zorgen uiten over zinloze en/of onuitvoerbare opdrachten moeten hun mond houden. Maar zij staan in hun kritiek niet alleen. Niemand minder dan Lord Owen zei dat Nederland zich bij het afwijzen van het Vance/Owen-plan in mei 1993 baseerde op onwetendheid en onwerkelijk moralisme (NRC Handelsblad, 10 juni). Sindsdien is er nog niet veel veranderd.

Het zou heel wat verstandiger zijn om het Amerikaanse Congres te volgen. Dat voelt er niets voor om zich met grondtroepen in het Joegoslavische moeras te begeven. Het Congres wil de moslims bewapenen zodat zij zichzelf kunnen verdedigen en dat willen de moslims trouwens zelf ook. Het Westen moet er dan wel voor waken dat de bewapende moslims niet als een ongeleid projectiel de hele Balkan in brand zetten.

Met het reguleren van de hulp en desnoods met ingrijpen vanuit de lucht moet zeker worden gesteld dat de moslims hun legitieme oorlogsdoelen bereiken en niet méér. Dat moet van te voren voor alle partijen glashelder duidelijk zijn. Velen zullen deze benadering als inhumaan en macchiavellistisch afwijzen. Maar wanneer die lijn drie jaar geleden was gevolgd, zou Joegoslavië nu waarschijnlijk uit het nieuws zijn. En wat is eigenlijk humaan: een korte oorlog of een eindeloos conflict waarvoor de VN de catering verzorgen?