De zwaartekracht opheffen met muziek

AMSTERDAM, 17 JUNI. 'Wenn Sie so, dann ich so, und Pferd fliegt', legt de schrijver Nabokov zijn schepping Pnin in de mond. Ook de componist Micha Hamel - op wiens orkestwerk Wintergezicht Toer van Schayks choreografie Spiegels bevriezend zijn première beleefde - doet graag de ene keer dit en de andere keer dat, in de hoop dat zijn muziek de zwaartekracht ontstijgt.

Hamel noemt zich een “oude expressionist”, maar er is ook veel voor te zeggen om hem een “jonge surrealist” te noemen. Het surrealisme brengt elementen samen die normaliter elkaar nooit ontmoeten. En in de overwegend kamermuzikaal behandelde muziek - begrippen als 'wintergezicht' en 'ijs' roepen verstilde beelden op - doet verrassenderwijze een verstemde piano haar intrede. Die tingeltangel klinkt prachtig verdroomd tegen de reële orkestklank, enigszins in de stijl van Charles Ives, die ook graag speelde met ongelijksoortige klankbronnen, teneinde een diepte aan te brengen.

Er zijn echter wel degelijk eveneens expressionistische elementen,maar dan toch hoofdzakelijk als contrasterende aanzetten tegen de langere, koele lijnen van de houtblazers. Slechts naar het eind toe breekt het ijs enkele malen krakend vervaarlijk en blijkt het voordeel van een uitgespaarde behandeling: een orkest-tutti is dan ook een tutti. Misschien dat voor een klein half uur het operationele model van dan dit en dan dat wat mager aandoet, gezegd dient te worden dat Hamel je na enkele inzinkingen ook weer tijdig bij de les doet zijn en evocatief zonder meer is het surreële slot.

Opmerkelijk was Hamels dubbelfunctie als componist en dirigent. Want ook de partituur van Norman Dello Joió's Serenade voor orkest werd onder zijn leiding helder neergezet. Het is weinig inspirerende muziek, weliswaar vele malen richtingbewuster dan die van Hamel, maar volledig op safe spelend. Dello Joió wilde niet vliegen, maar bleef zoals zoveel Amerikanen, kort na de oorlog vast verankerd op de Hindemithiaanse grond.