De mythe van de Stones; Soundtrack van je schooltijd

De Rolling Stones hebben in de jaren zestig de generaties uit elkaar gespeeld. Dertig jaar later overbruggen ze de culturele kloof met gemak. Drie redacteuren bezochten de concerten in Nijmegen, op zoek naar hun eigen Stones van de jaren zestig, zeventig en tachtig.

MICK, PLEASE PLAY 'MELODY' staat er op een bord dat dertig rijen voor me, een meter of tien van het podium, wordt opgehouden. Wie het vast heeft kan ik niet zien - het Goffertpark is geen subtiel aflopend Grieks openluchttheater - maar het is ongetwijfeld iemand van mijn leeftijd. Een fan die net als ik de Rolling Stones in het midden van de jaren zeventig heeft ontdekt en altijd verliefd is gebleven op de nummers die ze tijdens onze middelbare-schooltijd op de plaat zetten: 'Fool To Cry', die woest-mooie, door Jaggers falset gedreven slow song uit 1976; 'Miss You', de onweerstaanbare discohit van twee jaar later; 'Respectable', waaraan de meeste punk- en New Wave-groepen in agressie een puntje konden zuigen; en natuurlijk het ingehouden swingende 'Melody', net als 'Fool To Cry' afkomstig van het te weinig geprezen album Black And Blue.

Wat zou het mooi zijn als de Stones vanavond in Nijmegen 'Melody' spelen. De bluesy piano van studiomuzikant Billy Preston zullen we missen, en ook de bas van Bill Wyman, die twee jaar geleden na drie decennia uit de groep stapte. Maar als Mick goed bij stem is, dan geeft dat allemaal niet; met zijn snerpende uithalen en zijn knauwende mid-Atlantische accent kan hij ons weer even laten voelen hoe het was om twaalf te zijn in de hete zomer van 1976 en in Avro's Top Pop de zwaar opgemaakte Rolling Stone in een wit kruippakje tussen Pussycat en Penny de Jager te zien opduiken.

Hoe-hoe

De beste Stones zijn de Stones die je intens bewust hebt meegemaakt. Ik ben geboren in het jaar dat de Stones hun eerste single uitbrachten en heb dus geen herinneringen aan wat popcritici als de hoogtijdagen van de groep beschouwen. Mijn klasgenoten en ik, gek van de Tros-Top 40 en de Nationale Hitparade, hielden van Queen of Abba, van de zeemanshoempa van Sailor en de pompeuze rock van The Electric Light Orchestra. Van Exile On Main Street, het ultieme Stones-dubbelalbum uit 1972, hadden we nog nooit gehoord, en van de oudere lp's kenden we alleen de grootste hits uit de Arbeidsvitaminen.

Ik herinner me hoe verbaasd onze altijd vooruitstrevende lerares Frans was toen ze in de klas een Franse parodie op 'Sympathy For The Devil' opzette en in de gaten kreeg dat niemand het achtergrondkoortje (hoe-hoe) kon meezingen. Nu, op de avond van de 13de juni 1995 in het Goffertpark, zou ze tevreden zijn: als Mick met hoge hoed en pandjesjas het hoogtepunt van het concert inluidt met 'Please allow me to introduce myself', zing ik met tienduizenden anderen de tekst woord voor woord mee.

In de vierde klas van het gymnasium in Den Bosch waren we voor punk te provinciaal en voor disco te snobistisch. Maar de Stones, die beide muziekstijlen op een lepe manier in hun rock'n'roll wisten te verwerken, vonden we allemaal goed. Some Girls, uitgekomen in de zomer van 1978, was de lp die niet alleen het vaakst op de draaitafel lag, maar waarover ook het meest gepraat werd. We probeerden uit te vinden welke filmsterren tussen de in travestie uitgedoste Stones op de hoes waren afgebeeld, en citeerden de toen nog heel gewaagde teksten uit het titelnummer: 'Black girls just wanna get fucked all night; I just don't have that much jam'. Vergeleken met Jagger en Richards, vonden we, waren zelfs The Stranglers een beetje tam.

Op het kouder wordende Goffertterrein - Mick heeft zijn bontje omgedaan - spelen de Stones drie liedjes van Some Girls. Eerst 'Miss You', dan twee van de mindere nummers van de lp. Jammer genoeg niet de titelsong, en ook niet 'Respectable', of 'Faraway Eyes', met Jaggers verrukkelijk platte parlando. Toch komt Some Girls er heel wat beter af dan de twee andere Stones-lp's die ik hoorde op het moment dat ze uitkwamen. Zowel van Black And Blue als van Emotional Rescue (1980) wordt geen enkel nummer gespeeld. Als je afgaat op de repertoirekeuze van dit concert, lijkt het alsof de Stones, net als hun critici, vinden dat ze hun beste werk vóór 1976 hebben geschreven.

Shelter

De beste Stones zijn de Stones die je intens bewust hebt meegemaakt. Natuurlijk, 'Satisfaction' en 'Gimme Shelter' zijn songs van goud die je niet vaak genoeg kunt horen. Maar popmuziek is voor een belangrijk deel ook een kwestie van jeugdsentiment; je hoort het liefst de nummers die een beetje van jou zijn, die je doen terugdenken aan die mooie zomer, die vakantie in Frankrijk, die onbeantwoorde liefde. Helaas: op een concert van twee uur kan niet de soundtrack van ieders schooltijd worden gespeeld.

De Stones spelen 'Melody' dus niet. Maar het bord dertig rijen voor me is niet voor niets geweest. Plotseling, in de korte stilte die valt tussen twee stevige rockers uit de jaren zestig en tachtig, loopt Mick naar de rand van onze kant van het podium. Hij heeft het bord gezien! Zonder begeleiding, als om zijn stem uit te proberen voor het volgende nummer, zingt hij twee keer 'Melody, it was her second name'. Het is niet meer dan grapje, een druppel op de gloeiende plaat. Maar heel even laat hij ons weer even voelen hoe het was om twaalf te zijn in de hete zomer van 1976.