De mythe van de Stones; Aandoenlijk acteur

De Rolling Stones hebben in de jaren zestig de generaties uit elkaar gespeeld. Dertig jaar later overbruggen ze de culturele kloof met gemak. Drie redacteuren bezochten de concerten in Nijmegen, op zoek naar hun eigen Stones van de jaren zestig, zeventig en tachtig.

Een kleine kern heeft deze grote dag terdege voorbereid: bier, frisdrank, whiskey en tequila zijn ingeslagen en de jointjes zijn voorgedraaid. Dit is onze dag: The Rolling Stones treden op in Nijmegen. Terwijl de busreis nog moet beginnen, verdwijnt iemand van onze groep met een dichtgevouwen pakje speed tussen de vingers naar het toilet.

Woensdagochtend verzamelen we ons bij Theo: 23 mannen en vrouwen die elkaar voor een deel al kennen vanaf de middelbare school. Twee verstokte fans hebben hun vriendinnen afgelopen zondag nog 'les' gegeven, opdat ze tijdens het concert alle nummers zullen herkennen. Toch is de voorbereiding niet helemaal vlekkeloos verlopen. Zo blijken we ineens een kaartje over te hebben, van degene die net aan een nieuwe baan is begonnen en geen vrije dag wil nemen. Werkloze academici kiezen bij zo'n krappe arbeidsmarkt nu eenmaal niet voor rock 'n roll.

De leeftijd in onze bus varieert van twintig tot vijfendertig jaar. De Stones hebben op verschillende manieren onze jeugd begeleid. Ik kreeg mijn eerste album op vijftienjarige leeftijd. Ik werkte in een platenzaak en die dag kwam de nieuwe elpee van de Stones uit: Undercover (1983). In mijn herinnering verkocht ik de plaat voornamelijk aan mannen in spijkerpak en vrouwen met lang haar. Aan het eind van de dag schonk de baas mij een exemplaar, als beloning voor het harde werken. Ik 'was' New Wave, smeerde zwarte lak op mijn nagels en zeep in mijn haar om het recht op te laten staan. Ik had liever de nieuwe plaat van Simple Minds gekregen.

Undercover bleek het slechtste album dat de Stones ooit hebben gemaakt. Op de uitlopers van de jaren zeventig spelen de heren nietszeggende discodeuntjes, waarin Charlie Watts bij tijd en wijle door een drumcomputer wordt vervangen. In de bijbehorende videoclips - het tijdperk van Michael Jackson en Madonna diende zich aan - zag ik een hijgerige Mick Jagger als een karikatuur van zijn eigen hitsigheid. Ik keek naar de televisie en vond hem een vieze, oude man.

Bijna had ik na deze miskleun nooit meer een elpee van The Rolling Stones gekocht. Gelukkig wist ik van het bestaan van die andere Stones. In de vijfde klas van de lagere school ontdekte mijn broer dat ik naar Abba luisterde. Dat kon dus niet. Hij draaide 's avonds Brown Sugar, Tumbling Dice en Angie zo hard dat ik er niet omheen kon. Eenmaal tiener kocht ik een tweedehands elpee waarop deze hits waren terug te vinden.

Echt ondersteboven raakte ik van Waiting on a Friend, een prachtig langzaam nummer op de elpee Tattoo You (1981). Ik draaide het nummer, elke keer als mijn kalverliefde op niets uit liep. Waarom kunnen jongens en meisjes geen vrienden zijn, dacht ik als Mick Jagger zong: 'I'm not waiting on a lady, I'm just waiting on a friend'. Van het verschil der seksen begreep ik nog niet veel.

The Rolling Stones zullen vanavond mijn favoriete nummer niet spelen. Ze beginnen met Not Fade Away. Ik ken het niet, de dertigers en veertigers om mij heen wel. Na vier nummers nemen de vijftigers op het podium gas terug - na twee langzamere nummers volgt dan kraker na kraker. Mick Jagger rent langs het publiek, haalt zijn tong over de rubberen lippen en wisselt iedere tien minuten van jasje. Als een rellerige nicht verschijnt hij in een kort bontjasje, de magere kont uitdagend naar achter gestoken. Een immens decor moet verhullen wat The Rolling Stones eigenlijk zijn: lief. Mick Jagger is geen oude viezerik, hij is een aandoenlijk acteur. Keith Richard speelt nog altijd zijn vuile riffs en lacht zijn tanden bloot. Schattig! De vingers van Ron Wood omklemmen stoer een sigaret, maar hij doet denken aan een kwajongen die zich nu uitleeft en straks bij moeder in bed kruipt. Het haar van Charlie Watts is grijs. Op het podium staat de mythe van de eeuwige jeugd. Wij klappen en juichen. Natuurlijk weten we dat een mythe onecht is, maar we horen er graag bij. Dus lurken de meisjes vandaag uit de whiskeyfles en roken de jongens jointjes. Wat maakt het uit, morgen hebben we een vrije dag. Vrijdag is het back to real life. “Ze verdienen alleen al applaus omdat ze het dertig jaar volhouden”, zegt de jongen die 's ochtends in het toilet is verdwenen. Het is inmiddels half vier 's nachts en zijn ogen staan wijd open.