Chemie in Europa bezorgd over dollar

KOPENHAGEN, 17 JUNI. De Cefic, het overlegorgaan voor de Europese chemische industrie, maakt zich grote zorgen over de lage koers van de dollar. Met een nog maar pril economisch herstel achter de rug, zien de Europese chemieconcerns hun marges nu al weer onder druk staan, vooral als gevolg van het lage peil van de dollarkoers.

Dat zei DSM-topman S. de Bree vrijdag in Kopenhagen in zijn rol als fungerend voorzitter van de Cefic.

“Als de dollar op zo'n laag niveau blijft hangen, dan heeft dat belangrijke consequenties voor de prijzen van de chemische produkten over de gehele wereld”, aldus De Bree. Ook doordat de lage dollar de economische groei als geheel in Europa afremt, drukt de Amerikaanse valuta de prestaties van de Cefic-leden.

Het lage koerspeil vertaalt zich vooral in een verschil in arbeidskosten. Gemiddeld is een Amerikaanse werknemer 80 procent goedkoper dan zijn collega in Europa, aldus De Bree. Daarbij komen dan voor de Europese producenten ook nog eens 30 procent hogere energiekosten en tweemaal zo hoge milieukosten.

De Europese chemische industrie doet het momenteel “erg goed”, zei de Cefic-voorzitter, “maar er is geen aanleiding voor euforie”. Hij wees op het gevaar dat de Amerikaanse concurrenten op het moment dat zij hun produkten niet meer op de eigen markt kwijt kunnen, hun heil zullen gaan zoeken in export, met name naar Azië. De Cefic toont zich bij monde van De Bree een sterk voorstander van een zo snel mogelijk totstandbrengen van de Economische en Monetaire Unie (EMU) in Europa, ook al zal het aantal starters in EMU-verband aanvankelijk beperkt zijn.

De zwakte van de dollar maakt volgens De Bree nog eens extra duidelijk dat de Europese chemische industrie “te gefragmenteerd is in vergelijking met onze concurrenten elders in de wereld”. De Europese chemie heeft volgens hem een structureel probleem. De concerns zijn te klein gezien hun hoge kostenbasis, de noodzaak efficiënter te gaan produceren en de onvermijdelijkheid van produktinnovatie.

De Bree schetste de vertraging in de vooruitgang bij de Europese chemie. De industriële produktie van de chemische industrie groeide (gecorrigeerd voor inflatie) in 1994 nog met 6 procent. In 1995 zal de groei 4 procent bedragen en in 1996 3 procent. Die groeivertraging schrijft de Cefic toe aan het feit dat momenteel het proces van inhaalvraag (voor opbouw van de voorraden) in kracht terugloopt en dat ook de vraag van buiten Europa afneemt, onder meer door de lagere dollar.